Berend Hoekstra kijkt terug op 15 jaar burgemeesterschap

 

‘Ik heb het gevoel dat de klus klaar is. En dat is een goed gevoel.’

LEEK – De gemeente Leek is bezig aan haar laatste maand. Per 1 januari 2019 valt Leek onder de gemeente Westerkwartier en is de 207-jarige gemeente verleden tijd. De nieuwe gemeente biedt nieuwe kansen, een nieuw avontuur en nieuwe uitdagingen. Maar een nieuw begin, maakt ook weemoedig. Terugkijken op een verdwijnende gemeente kan soelaas bieden. En met wie kan dat beter dan met de man die de afgelopen dertien jaar aan het hoofd stond van de gemeente Leek? Berend Cornelis Hoekstra mocht zichzelf vanaf 2005 burgervader van Leek noemen. Hij kijkt met plezier terug op een bewogen tijd.

Een geboren politicus is Hoekstra allerminst. Met zijn voorliefde voor bètavakken lag een loopbaan als wiskundeleraar voor de hand. Als leraar aan het Zernike College leek Hoekstra zijn roeping gevonden te hebben. Toen hij samen met zijn vrouw Harma in 1996 in Onnen (gemeente Haren) kwam wonen, was de politiek nog ver weg. ‘Ik wilde met de fiets naar mijn werk kunnen, waardoor verhuizen naar Onnen een logische keuze was’, vertelt Hoekstra. ‘Ik ben van oorsprong een boerenzoon en kocht samen met mijn vrouw een woonboerderij met land. Uiteraard hoorde daar een koe bij, Clara. We zouden haar ’s winters slachten en opeten, ach, je kent het wel. Maar goed, een jaar later klopt de plaatselijke VVD opeens op de deur. Waarom bij mij? Omdat de VVD in Haren altijd al een boer hoog op de lijst hadden staan. Ze zagen de koe bij ons in het land staan en dachten waarschijnlijk: laten we het daar eens proberen.’
Aanvankelijk was Hoekstra niet erg enthousiast. ‘Ik had de agenda meer dan gevuld en was niet geïnteresseerd. Maar ik kwam met de VVD in gesprek en mijn kijk op de politiek veranderde. Ik merkte dat de gemeentelijke politiek een mooie manier is om met je omgeving in contact te komen. Hierdoor kwam ik op de lijst te staan. Ik kwam niet in de gemeenteraad, daarvoor kreeg de VVD  te weinig zetels. Wél leverden wij een wethouder.’ Feitelijk had Hoekstra nog nauwelijks aan de gemeentelijke politiek kunnen snuffelen, toen hij opeens voor een grote opdracht kwam te staan. ‘De zittende wethouder van de VVD trad af. Op dat moment had ik drie keer in de raadszaal gezeten. Je kunt niet zeggen dat ik ervaring had. Toch werd ik gevraagd om zijn plaats in te nemen. Ik ben toen bij mezelf – en mijn vrouw natuurlijk – te rade gegaan. Ik was 45 jaar. Een mooi moment om eens iets anders te proberen. Was ik geen wethouder geworden, dan had ik mijn hele leven in het onderwijs gewerkt. Ook geen straf, maar dit was een eenmalige kans’, aldus Hoekstra.
Hoekstra nam de klus aan en merkte dat hij snel zijn draai vond in de politiek. ‘Ik vond het erg leuk en werd voor de volgende verkiezingen lijsttrekker. De VVD werd de grootste partij in Haren en dus kwam ik weer in het college. Daarnaast werd ik locoburgemeester. Ik merkte dat ook die kant van het verhaal mij aansprak.’
Een toekomstig burgemeesterschap zag Hoekstra wel zitten en gaandeweg ging hij zich steeds meer oriënteren op deze functie. ‘Ik wilde in Noord Oost Nederland burgemeester worden. Veel zuidelijker hoefde van mij niet. Ik ben bijvoorbeeld geen carnavalsman’, zegt Hoekstra. ‘Je zult me nooit voorop zien lopen in de polonaise.’
Toen in de gemeente Leek een functie vacant kwam, begon het te kriebelen bij de toenmalige wethouder. ‘Ik ben samen met Harma op pad gegaan. We hebben op een dag in het weekend de gemeente Leek verkend. Op dat moment vermoedde mijn vrouw al dat ik wilde solliciteren op de functie voor burgemeester in Leek. Ze had het snel door. Na het ritje heb ik de gemeente aangeschreven’, herinnert Hoekstra zich. Hij begon zich direct in te lezen in het gebied. ‘Ik kreeg de lokale kranten en verdiepte me in de gemeente.’
Toen duidelijk werd dat Hoekstra tot burgemeester zou worden benoemd, begon de huizenjacht in de gemeente Leek. ‘Ik wilde graag buiten Leek wonen. Niet omdat ik Leek niet mooi wonen vind, maar vooral omdat je als burgemeester vaak op je vingers wordt gekeken. Dat merkte ik al heel snel. Nog voor ik officieel burgemeester was, liep ik eens door Leek. Binnen een mum van tijd wees iemand mij erop dat mijn veter los zat. Er wordt altijd op je gelet.’
Samen met zijn vrouw vestigde Hoekstra zich in Zevenhuizen. Of hij na vijftien jaar een echte Zeuv’mhuuster is geworden? ‘Je moet als burgemeester altijd afstand  houden’, vindt hij. ‘Ik vind het fijn wonen in Zevenhuizen en ben er op mijn plek, maar je kan als burgemeester simpelweg niet het beeld opwekken dat je “één van Zevenhuizen” bent.’
In Zevenhuizen speelt natuurlijk het verhaal van het nieuw te bouwen MFC. Hoekstra was hier zelf – samen met wethouder Hans Morssink – nauw bij betrokken. Het gewenste resultaat is (nog) niet behaald door de inwoners en dat kan tot frustratie leiden. ‘Ik moet zeggen dat de inwoners van Zevenhuizen hier heel keurig mee om zijn gegaan. Ik ben nooit persoonlijk aangesproken over het MFC-verhaal’, zegt Hoekstra, die de inwoners van Zevenhuizen heeft beloofd om stenen te komen sjouwen wanneer de schop in de grond gaat.
Nee, over zijn dorpsgenoten niets dan goeds. Of toch.. Eén keer botste Hoekstra met een dorpsbewoner. ‘Ik vond eens een tas vol wilde bramen bij mijn huis. Daar zat een briefje bij waarop stond “als je niet snel wat aan de berm voor mijn huis doet, gooi ik je hele tuin vol bramen”. Dat vond ik erg vervelend’, zegt Hoekstra, die later met deze inwoner in gesprek is gegaan. ‘De man ergerde zich eraan dat de berm voor zijn huis niet gemaaid was, terwijl dat van mij er keurig bij lag. Dat klopt ook, want ik onderhield het zelf! Ik heb dat als vervelend ervaren, omdat zo iemand toch bij je thuis is geweest. Geen prettig idee.’
Een moeilijke periode voor het college van Leek was ten tijde van de grootschalige bomenkap op Nienoord. ‘We ondervonden als college veel tegenstand. Tanja Haseloop was destijds wethouder en werd bedreigd’, zegt Hoekstra ernstig. ‘Dat was een hele vervelende periode. Dat je het oneens bent met het college is oké, maar iemand bedreigen gaat veel te ver.’ Het was in de politieke carrière van Hoekstra niet de eerste keer dat hij met bedreigingen te maken kreeg. In zijn Harense wethoudertijd vond hij een plaatje van een kettingzaag op een briefje  bij zijn huis. ‘Dat ging toen ook over bomen. Het onderwerp brengt blijkbaar een bepaalde emotie met zich mee’, grinnikt Hoekstra. De bedreigingen aan zijn adres waren desondanks zeer heftig, vertelt hij. ‘Er stond bij dat zij die kettingzaag zouden gebruiken voor mijn kinderen. Ook ben ik vaker gebeld door een onbekend nummer, die vervolgens snel weer ophing. Dat was een nare periode.’
Van een nare, naar een leuke periode. ‘Het klinkt tegenstrijdig, maar ik kijk met een positief gevoel terug op de periode waarin Museum Nienoord op de rand van een faillissement stond’, zegt Hoekstra. ‘We richtten destijds een taskforce op waarmee we het museum moesten redden. Dat dit uiteindelijk gelukt is, was fantastisch.’ Hoekstra realiseert zich terdege dat de nieuwe museumdirecteur –Geert Pruiksma – een belangrijke rol heeft gespeeld bij de heropleving van Museum Nienoord. ‘Zijn bevlogenheid is aanstekelijk. Toen we met hem kennis hadden gemaakt, wisten we: die moeten we hebben! Een museum heeft reuring nodig en dat lukt met Geert ruimschoots.’
Vooruitkijkend op de herindeling, hoopt Hoekstra vooral dat de afstand tussen de inwoner en de gemeente niet te groot zal worden. ‘Nu zijn de lijntjes vrij kort. Contact met het college is nooit ver weg. De inwoners vrezen natuurlijk dat die afstand zal groeien.’ Hoekstra zag de huisbezoeken aan echtparen die zestig jaar getrouwd waren als een goed moment om kennis te maken met de inwoners. ‘Ik vraag me af of de burgemeester van het Westerkwartier dat ook zal blijven doen. Er zullen steeds meer mensen bijkomen die honderd jaar worden of zestig jaar getrouwd zijn. De burgemeester zal hen vermoedelijk niet allemaal een bezoek kunnen brengen.’
Op de vraag of de gemeente Leek – dat financieel zeker niet de gezondste gemeente in het Westerkwartier is – genoeg kan bijdragen aan de nieuwe gemeente, reageert Hoekstra stellig: ‘Jazeker, daar ben ik van overtuigd. We hebben weinig geld, maar veel grond. Dat is ook veel waard.’

‘Vaker bij Donar op de tribune’

Op het moment dat de gemeente Leek opgaat in de gemeente Westerkwartier, is Hoekstra nog nét geen 65 jaar. Officieel zal hij hierom nog niet met pensioen zijn en klaar moeten staan voor waarnemende functies. Dat ziet Hoekstra wel zitten. ‘Het liefst niet in de gemeente Westerkwartier’, zegt hij er wel bij. ‘Dan ben je over je eigen graf aan het regeren en moet je wellicht beslissingen nemen die tegenstrijdig zijn met het beleid wat je gevoerd hebt.’
Wanneer het échte pensioen dan eindelijk op handen is, zal Hoekstra niet stil gaan zitten. ‘Ik krijg overal al vrijwilligersbaantjes aangeboden. Voor basketbalvereniging Flying Red heb ik de pr op me genomen. En zo zijn er nog wat dingetjes die ik blijf doen. Iedere maandagochtend breng ik mijn kleinkinderen al naar school. Dat vind ik een fijne taak. En wat ik voor de rest gaan doen? Wie weet. Ik hou mezelf wel bezig.’
Wie Hoekstra ook maar een beetje kent, weet dat hij een groot basketbalfan is. Zo staat in zijn kantoor een vitrine, met daarbovenop een basketbal. ‘Het voordeel van mijn pensionering is dat ik weer tijd heb voor Donar. Zelf basketballen zit er niet meer in, maar ik vind het fantastisch om wedstrijden te zien. Vaker op de tribune zitten bij Donar staat zeker op de agenda.’
‘Of ik het burgemeesterschap ga missen? Dat zal moeten blijken. De herindeling komt – voor mij persoonlijk – op het perfecte moment. Ik heb mogen bijdragen aan de herindeling en ben blij dat ik een deel hiervan heb mogen uitmaken. Ik heb het gevoel dat de klus klaar is. En dat is een goed gevoel.’