Bij ’t ochtendgloren

Om vogels te inventariseren moet je in deze tijd steeds vroeger uit de veren. Afgelopen weekeinde moest ik al om 5 uur in het veld zijn en omdat je erop bent ingesteld werd ik iets voor 4.30 uur wakker. Ik was niet de enige, want omstreeks die tijd laten de eerste merels zich al horen. De Merel is de laatste tijd vanwege het Usutuvirus uitgebreid in het nieuws geweest. Onderzoekers melden dat er in bepaalde streken van het land grote klappen vallen waardoor je steeds minder merels hoort.

Aan deze problematiek heb ik al eerder aandacht besteed. Dat gebeurde na een melding van een zieke Merel en nadien waren er nog enkele meldingen. Toch leverde dat (nog) niets op dat wees in de richting van dat Usutuvirus (zeg maar de merelziekte). Toch is het goed dit te volgen en wat je moet doen wanneer er dode merels worden gevonden wordt uit de doeken gedaan wanneer je via google Usutuvirus intoetst. Toen ik de deur uitstapte hoorde ik ze talrijk zingen, maar misschien verbeeldde ik het me, het was net of het er minder waren dan normaal. De cijfers zullen later uitwijzen of dat beeld klopt. Op dat tijdstip ligt heel Roden nog op één oor en dan is het buiten, afgezien van de vogelzang, een oase van rust. Van stilte. Dat was op zondagochtend, mijn favoriete dag om vogels te inventariseren. Zeker op dat tijdstip, want verkeer hoor je niet. Dat begint trouwens toch al wel vrij spoedig op gang te komen, zo tussen 6 en 7 uur, maar op zondag is dat een stuk minder dan op doordeweekse dagen. Ook op zaterdag begint de herrie al vroeg. Kom maar eens om plekken waar het echt stil is. Dan moet je verkassen naar een eiland als Schiermonnikoog. Elders hoor je altijd wel iets op de achtergrond.

Zondag was mijn werkterrein de Zuidermaden, het gebied ten westen van het Peizerdiep tussen het Moleneind (Foxwolde) en Roderwolde. Vorige week had ik het erover dat ik de Grasmus nog niet had gehoord, maar dat dit in dit terrein zou veranderen. Dat klopte, maar nog niet zo veel als in andere jaren. Sowieso viel het resultaat een beetje tegen. Onderdeel van de inventarisatie is een bezoek aan het door Het Drentse Landschap gecreëerde eiland, globaal gelegen ten zuiden van de plek waar de Schipsloot (Roderwolde) op het eind uitmondt in het Peizerdiep. Op dat eiland is een behoorlijk grote, brede rietzone met enkele forse wilgenstruiken. Een plek waar ik meestal een stuk of tien zingende vogels hoor. Nu kwam de teller niet verder dan vier, waaronder een Bosrietzanger en een Blauwborst (foto: Pia Zomer). Daar word ik echt een beetje ongerust van, want ik mag hopen dat dit niet structureel is. Ook hier zullen de cijfers op het eind van het broedseizoen uitwijzen hoe de werkelijke situatie is. Opmerkelijk was een, voor mij, nieuw fenomeen: (wild)kampeerders op de oever van het Peizerdiep aan de andere (Peizer) kant. Ik trof er wel eens vaker een visser die er overnachtte en ’s morgens bij het krieken van de dag zijn hengel(s) uitgooide. Nu waren het er maar liefst vijf en dan lijkt het erop dat zulks georganiseerd is.

Het brengt me op de ontwerp-Revisie Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de ontwerp Provinciale Omgevingsverordening (POV) Drenthe 2018. Heel opmerkelijk is het dat op 16 mei een debat hierover wordt georganiseerd, terwijl de stukken tot en met 16 mei ter inzage liggen en een zienswijze kan worden ingediend. De Natuur en Milieuorganisatie Drenthe heeft dat namens tal van natuurorganisaties gedaan, want over de vraag hoe recreatie en natuur hand in hand samen kunnen gaan wordt verschillend gedacht. Op veel plekken lukt dat goed, maar zij stelt: ”Wij merken dat er een tendens is om steeds meer evenementen in de natuur te willen organiseren. Alles moet eigenlijk maar kunnen en provincie en gemeenten zetten natuurorganisaties steeds meer onder druk om van alles toe te laten. Het provinciale beleid t.a.v. de natuur is tegenwoordig ook (overgenomen van Staatsbosbeheer): beleven, benutten en beschermen, in die volgorde.” Ik heb zelf al vaker gezegd dat het laatste aspect totaal geen issue voor bestuurders is; daar hebben ze geen kaas van gegeten. Ook de gemeente Noordenveld vormt er geen uitzondering op. Kijk maar naar hun houding om ondoordacht mtb-routes in natuurgebieden te plannen.