‘Bridge sterft niet uit, daar ben ik niet bang voor’

Bridgeclinic voor jong en oud

RODEN – Het populaire ‘bridgen’ wordt vaak gezien als een spel voor de ouderen. Niet geheel onterecht, meent Liesbeth Holtrop, bridgeleraar en secretaris van Bridgeclub Roden. Immers, de gemiddelde leeftijd van de bridger ligt nu eenmaal hoger dan bij andere sporten. Desondanks is het kaartspel niet alleen leuk voor ouderen. Liesbeth, die zelf het kaartspelletje op haar tiende al leerde, breekt maar wat graag een lans voor bridge. Op donderdag 8 november wil zij middels een clinic mensen kennis laten maken met haar passie.

Voor Liesbeth is bridgen dé manier om te ontspannen. ‘Ik kan er geen genoeg van krijgen’, lacht ze. Die passie voor het spelletje brengt ze graag op anderen over,  getuige het feit dat zij veel workshops en lessen geeft. ‘Niet alleen is het een gezellig spel, het houd je ook scherp. Voor veel spelers, zeker voor de wat ouderen, is het een ideale manier om je geheugen te trainen.’

Dat de gemiddelde speler ouder is dan 55 jaar, is op zich geen groot probleem. Maar Liesbeth zou graag jongere aanwas zien. ‘De jongere spelers leren sneller en vaak zie je dat ze het toch heel leuk vinden. Dat bridgen een wat oubollig karakter heeft is niet helemaal terecht’, meent zij. ‘Toen ik tien jaar was kon ik al bridgen. Dat was toen gebruikelijker. Aan het spel kleeft nogal het imago dat het heel moeilijk is. Dat valt op zich wel mee. Toegegeven, je moet je kop erbij houden als je bezig bent, maar het spel is goed te leren.’

Pogingen om ook jongeren aan het bridgen te krijgen, zijn wel ondernomen. ‘We hebben op basisscholen wel mini-bridge georganiseerd. Dat is wat simpeler dan het spel zelf. Zo wordt er niet geboden en gaat het alleen om het uitspelen. Kinderen vinden het vaak best leuk, maar er zijn tegenwoordig zoveel leuke dingen. De keuze is veel groter.’
Kaartspellen schijnen onder druk te staan. Zo berichtte RTL Nieuws al eens over het uitsterven van het klaverjassen. Is dat ook aan de orde bij het bridgen? ‘Nee’, stelt Liesbeth vastberaden. Het spel dat in 1930 werd geïntroduceerd in Nederland, is nog steeds de vierde teamsport van Nederland. Er zijn ongeveer 300.000 bridgers actief in Nederland, waarvan er 120.000 aangesloten zijn bij de nationale bond. Deze bond is aangesloten bij de NOC*NSF. Van uitsterven is dus geen sprake. ‘Het voordeel is dat mensen tegenwoordig ouder worden, waardoor men nog jaren kan bridgen’, zegt Liesbeth. Vaak ziet zij mensen die op hun 65ste pas beginnen met het spelletje. ‘Maar die kunnen nog jaren door.’
Om toch ook iets jongere kaarters te activeren, organiseert Liesbeth een beginnerscursus op de maandagmiddag. Deze start op 12 november, om 14:00 uur bij Onder de Linden. De beginnerscursus bestaat uit twaalf lessen en kost zeventig euro (inclusief materiaal). Op donderdag 8 november wordt dus een clinic gegeven. Om zowel de werkenden als de niet-werkenden te bereiken, vindt dit op twee momenten plaats. Eerst van 14:00 tot 16:30 uur en later van 19:30 tot 22:00 uur. De clinic wordt gegeven in Onder de Linden, waar deelname gratis is.

Ook organiseert Liesbeth nog het zogenaamde ‘bridgen onder begeleiding’. ‘Op een clubavond mag je niet praten over welke kaarten je in handen hebt. Maar om de tactiek beter te begrijpen, is het soms handig om hier vragen over te stellen. Dat kan tijdens het bridgen onder begeleiding, wat momenteel iedere maandag plaatsvindt bij Onder de Linden. Geïnteresseerden kunnen altijd binnenlopen.’

Kortom, het bridgen is nog lang niet uitgestorven. ‘En dat zal ook niet gebeuren’, meent Liesbeth. De gemeente Noordenveld telt nog altijd vier bridgeclubs, waarvan twee in Roden, één in Peize en één in Norg. ‘Dat zijn levendige clubs met veel leden.’ De bridgers in Noordenveld hoeven zich dus geen zorgen te maken. Voordat die clubs ophouden te bestaan, moet er heel wat gebeuren.