Cees Koelewijn stopt als voorzitter IVN Roden

RODEN – Eigenlijk later dan de bedoeling was treedt Cees Koelewijn af als voorzitter van IVN Roden. 10 jaar is genoeg om ergens voorzitter van te zijn vindt Cees, die 15 jaar aan het roer stond van de natuurclub. Stel dat hij vergeleken wordt met een of andere maffe Afrikaanse leider die maar niet van z’n troon af wil en als een soort machtsverslaafde blijft zitten. Nou, zo zit het dus niet, zet hij meteen maar even recht. Iemand moest het doen. Iemand moest de kar trekken, zegt hij wanneer we hem spreken in zijn woning waar iedere ochtend 4 eekhoorns bekvechten om de meeste nootjes.

De eekhoorns zijn net weg vertelt Cees Koelewijn over de voederplek achter in zijn tuin. Hij herkent de 4 eekhoorns als individu. Onderscheidt ze door de kleur van hun vacht die varieert van  roodbruin tot zwartbruin. Toestanden zijn het soms, achter de vijver in zijn tuin. Hebben ze mot met elkaar om wat zaden en nootjes. Koelewijn laat een prima draaiende natuurvereniging achter, met misschien wel het allermooiste eigen IVN-blad, vindt hij zelf. Nee, geen zorgen over de bloeiende vereniging. Des te meer over de in rap tempo achteruit hollende natuur.

”We leven in een maatschappij waar er  vooral aandacht is voor het welzijn van de mens. Over hoe mensen zo optimaal mogelijk kunnen genieten van de natuur, daar draait het om. Maar over hoe de natuur optimaal kan floreren, daar maakt bijna niemand zich druk over. De verloedering is overal merkbaar. Ik zie het in mijn eigen tuin. Wilde bijen zie je steeds minder. Wij kijken er juist naar hoe we de natuur het best kunnen dienen”, stelt de nu oud-IVN-voorzitter die in het kader daarvan ook de (voor de één vurig gewenste en de ander verfoeide) mountainbikeroute in het Mensingebos nog maar eens even aanhaalt.

”Alles in deze gemeente moet in het teken staan van fietsen. De wethouders hier hebben van hun hobby hun werk gemaakt. Een schaamteloze inhaligheid van bestuurders is het. En dan zeggen ze wel: GroenLinks komt op voor de natuur, net als Lijst Groen Noordenveld. Ammehoela. Die willen misschien straks, net als andere partijen, wel een wethoudertje leveren. Die branden hun vingers er niet aan. Slappe hap met weinig principes. Kruidenierspolitiek noem ik het. We hebben ze een goed alternatief geboden: de vuilstortplek bij Amerika. Een gebied met veel hoogteverschillen. Een uitdagende route zou het kunnen worden wanneer je er lussen in zou maken. Maar nee. Afgeschoten. Een route door het Mensingebos zou namelijk ook goed zijn voor de economie van Roden. De Pompstee heeft zelfs een spuitinrichting aangelegd, speciaal voor mountainbikers, meldde wethouder Alex Wekema trots tijdens een gezamenlijke ronde door het bos langs de knelpunten. Veel mountainbikers zijn goed voor de plaatselijke horeca, beargumenteerde hij. Begrijp me niet verkeerd: ik gun iedere ondernemer een goed gevulde kassa, maar dit is toch de wereld op z’n kop? We hebben officieel bezwaar gemaakt tegen de route. Dat bezwaarschrift wordt op 7 maart behandeld door de commissie bezwaar en beroep. Het is nog geen gelopen koers.” Als we Koelewijn wijzen op de ook mooie natuur in Nederland, zoals de Oostvaardersplassen, zegt hij: ”Weet je wat men zegt over de Oostvaardersplassen? Er moeten lodges komen. Bezoekers moeten er optimaal van kunnen profiteren. Daar ga je al. Op een gegeven ogenblik ga je toe naar een steriele samenleving. Waar geen plek meer is voor natuur, ruigte en wild.”

Het moge duidelijk zijn: Koelewijn is kritisch. Is het regelmatig oneens over zaken die gebeuren in de natuur en hoe de politiek daarmee omgaat. En dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Regelmatig uit hij zijn onvrede ongezouten in zijn wekelijkse column in deze krant. En dat hij zich daarmee nog al eens de woede op de hals haalt van mensen die het daar niet mee eens zijn en dat eveneens ongezouten uiten op social media,  raakt hem niet. Hij heeft niks met social media mits er functioneel gebruik van wordt gemaakt. ”Het is vooral bagger wat langskomt.  Zelf ben ik wars van moderne communicatiemiddelen. Mensen kunnen me ook gewoon aanspreken, bellen of mailen. Ik heb wel een mobiel, om bereikbaar te zijn als ik in het veld ben. Ik zie het om me heen wel hoor, ook in de sportschool. Zitten ze –zelfs tijdens het sporten- voortdurend op hun mobiel te kijken. Volkomen nutteloos. Ik waardeer mijn mobiel één keer per jaar op met een tientje. Ik red het niet eens om het op te maken.”

Toen Koelewijn zich in 1999 aansloot bij IVN Roden, telde de vereniging 55 leden. Nu zijn dat er 140. Een actieve club waar alles behoorlijk reilt en zeilt, zegt hij. ”Het zijn er ook wel eens meer geweest hoor. 175 geloof ik, toen we 50 jaar bestonden. Er zijn eens in één keer een man of 15 tegelijk opgestapt. Heibel. Ruzie met een paar mensen. Maar ze trokken ook veel andere leden mee. Dat heb ik nooit begrepen. Ik ben het zelf ook wel eens ergens niet mee eens, maar als het me te erg wordt stap ik op, zonder kwaad te spreken en anderen er in mee te sleuren. Dat deed ik ook bij de vereniging Natuurschoon Nietap. Zij worden geadviseerd door de Bosgroep. Maar diezelfde Bosgroep mag ook alle werk uitvoeren. Geen goede constructie. Het bekende slager keurt z’n eigen vlees verhaal.” Een ander dieptepunt noemt Cees het overlijden van een aantal leden. Minko van der Veen was er zo een. ”Totaal onverwacht overleed hij in december van vorig jaar. 71 nog maar. Hij was coördinator van de Vlinderwerkgroep, een prominent lid. Zat nog vol ambitie en plannen. Een aderlating.”

Koelewijn herinnert zich ook leuke, bijzondere momenten. Die keer dat de club er zo ineens heel veel donateurs bij kreeg bijvoorbeeld. ”Begin jaren tachtig was het. Aan de Hullenweg werden toen blokken met woningen gebouwd. Daardoor verdwenen de watertjes. En de kikkers, die er hun vaste trekroutes hadden, liepen vast tussen de huizen. Toen bedachten we als IVN om kikkerpoelen aan te leggen. Dat werd opgepikt door het radioprogramma ‘Bloemetje van de week’ van de NCRV. De dagen erna kregen we er een paar honderd donateurs bij en waren het er bijna 1000. Had ze nog graag willen hebben. We zitten nu rond de 300.”

Koelewijn stopt dan wel als voorzitter, helemaal vertrekken doet hij niet. Hij zit nog in de Paddenstoelenwerkgroep, Florawerkgroep en de Vogelwerkgroep, verzorgt nog wat kopij voor het IVN-blad. Een blad waar hij apetrots op is. ”Kijk nou. Dit was hem toen ik begon”, zegt hij over het witte, gestencilde boekje met rode kaft met een of andere kever er op. Een soort schoolkrantje lijkt het. De recentste uitgave van PuurNatuur –een vierkant glossy exemplaar met fraai fotowerk- ligt er naast. ”Zeg nou zelf, prachtig toch? Misschien wel het mooiste van alle IVN-bladen.” Met een gerust hart draagt Koelewijn de voorzittershamer over aan Henk van den Brink die ook al tien jaar bij de club betrokken is. ”Hij was een gedroomde kandidaat. Een echte natuurman met bestuurservaring. Ik ben blij voor de vereniging dat hij het gaat doen.” Voorzitter af misschien, stoppen doet Koelewijn nooit. ”Ik ga door tot ik er bij neerval. De natuur beleven bij het krieken van de dag is het mooiste dat er is. Zelfs als ik er om half vier uit moet ben ik voor de wekker wakker.”