De adelaar van Toledo

Er zijn vermoedelijk weinig natuurliefhebbers die ’de adelaar van Toledo’ kennen. Het is dan ook geen adelaar, anders gezegd een arend, maar de bijnaam van een Portugese wielrenner, Frederico Bahamontes. Hij debuteerde in 1954 in de Tour de France als 26-jarige, won deze in 1959 en werd 6 keer eerste in het bergklassement. Dan kun je zeggen dat hij vooral een ’klimgeit’ was, want zo worden goede klimmers vaak genoemd.

De Tour de France had Frederico beslist wel vaker kunnen winnen, ware het niet dat hij weinig ambitieus was. Hij was al tevreden met het winnen van het bergklassement en zijn overwinning in 1959 kwam voor velen dan ook als een verrassing. Maar niet voor hem, want die overwinning werd door hem vooraf al voorspeld. De in dat jaar uitgestippelde route was, met enkele aankomsten bergop, hem op het lijf geschreven. Dat was voor de favoriet Jacques Anquetil (vijfvoudig winnaar van de Tour) toen een pittige tegenvaller waar later rekening mee werd gehouden. De makke van Bahamontes was namelijk dat hij superieur was als het op klimmen aan kwam, maar dat het hem dun door de broek liep wanneer hij moest dalen. Daar was Anquetil weer een meester in en wat hij bergopwaarts aan terrein verloor werd bergafwaarts weer goedgemaakt. U weet dat Fransen nogal chauvinistisch zijn ingesteld en in hun tour het allerliefst een Franse winnaar zien (dus Anquetil) en daarom werd het routeschema later aangepast en eindigden bergetappes niet meer op de bergtoppen, maar lagen de aankomsten in de bergdalen.

Voor Bahamontes kwam in 1965 een einde aan zijn carrière toen hij in een bergetappe met gemak werd voorbijgestreefd door een Spaanse renner, Julio Jiménez (de ’uurwerkmaker van Avila’). Frederico kon het nauwelijks bevatten en kondigde aan de volgende dag ouderwets te vlammen, ging er als een speer vandoor, maar stortte halverwege totaal in en gaf zich gewonnen. Nadien sprak hij: ”Nieuwe adelaars zullen vliegen”. Voor hem, ’de koning van het hooggebergte’ was het over en uit. Een ’ouwe taaie’ is hij trouwens wel, want hij leeft nog altijd, inmiddels 90 jaar oud. Ik moest afgelopen zaterdag even aan ’deze adelaar’ denken tijdens een rondje in De Onlanden van de Vogelwerkgroep van IVN Roden. Ik kondigde daarbij aan een goede kans te maken een Visarend te spotten. Een deelneemster aan de excursie meldde toen dat zij tijdens haar vakantie een adelaar had gezien en ook had gefotografeerd. Die liet ze me zien op haar mobieltje en ik vermoedde dat het een Keizerarend was en merkte daarbij op dat het woord adelaar een oud begrip is en dat ze tegenwoordig alle door het leven gaan als arend (wereldwijd zijn er tegen de vijftig soorten). Die Visarend zagen we trouwens even later en de vogel gaf warempel een vliegshowtje weg. Daarnaast zagen we ook nog een Slechtvalk in een hoogspanningsmast, andere roofvogels, een mooie groep Lepelaars, een Reuzenstern en dus was er zonder meer sprake van een geslaagd rondje.

Waarnemingen

Regelmatig krijg ik foto’s van lezers toegestuurd met de vraag te benoemen wat ze hebben gezien. Dat leidt meestal wel tot een bevredigend antwoord en als ik er zelf niet uitkom schakel ik ’hulptroepen’ in. Zo kon ik Ada en Cees van Loon vertellen dat de plant die ze achter de Zulthe in het Natuurschoonbos hadden gefotografeerd een Gevlekte aronskelk was. Een hele aardige melding kwam van Gea en Arend Kregel uit Peize. Zij wisten wat ze hadden gezien, een Hazelworm, want die hadden ze eerder in Luxemburg al eens waargenomen. Nu kwamen ze hem tegen op het fietspad in het Mensingebos en Arend kon het beest nog net ontwijken, stopte en het lukte hem deze ’pootloze’ hagedis te fotograferen (zie boven) voordat hij definitief in de berm verdween. Zij verbaasden zich er echter over dat ze hem tegenkwamen, want hier werd hij niet verwacht. Ik kon hen echter meedelen dat ze hier best wel vaker worden gezien – het klinkt misschien een beetje blasé, ik kom ze jaarlijks tegen –  maar dat het geen alledaagse gast is, want in de regel leiden ze een verborgen leven.