De boer op – Familie Kroeze

De Ongenode Gast is op vakantie. Een mooi excuus voor een zomerrubriek. In ‘de boer op’ maakt de Krant kennis met verschillende boeren uit de regio. Zij praten over hun leven, hun passie en uiteraard hun vak. Een portret van één de oudste beroepen ter wereld, beoefend door vaklieden met hart voor de zaak. De boer in al zijn glorie. 

ZUIDVELDE – Het komt met bakken uit de hemel. Een echte zomerse hoosbui. Het maakt boer Willem Jan Kroeze niets uit. Sterker nog: ‘Van mij mag het nog wel even doorregenen.’ Willem Jan is geboren en getogen in Zuidvelde. Hij heeft een melkveebedrijf met zo’n negentig à honderd koeien. Samen met zijn vrouw Fenna – en af en toe wat hulp van zoon Henk of dochters Annemarie en Fennegien – runt hij zijn bedrijf. Naast zijn koeien, verbouwt hij gras en maïs. Dat doet hij al van jongs af aan, zo vertelt hij. ‘Mijn (groot)ouders zijn in 1935 in Zuidvelde komen wonen. Mijn vader was de jongste van zeven kinderen en is bij pa en moe in getrouwd’, zegt Willem Jan. Zijn ouders kregen twee kinderen. ‘De kans was destijds groot dat je zelf ook boer zou worden, wanneer je ouders een boerenbedrijf hadden.’
Toen Willem Jan klaar was met school, moest het bedrijf uitbreiden. Hij ging immers voltijd aan de slag op de boerderij en er moest genoeg te doen zijn voor hem en zijn vader. ‘Toen zijn we verhuisd naar een grotere locatie op een paar honderd meter van ons oude huis’, zegt Willem Jan. Hij werkte samen met zijn vader en hierbij werden zij ondersteund door de moeder van Willem Jan. Maar toen Willem Jan 27 was, overleed zijn vader. ‘Toen was ik aangewezen op mezelf. Ja, ik was nog steeds in maatschap met mam, maar er kwam veel op mij terecht.’ Twee jaar later trouwde Willem Jan met zijn vrouw Fenna, die automatisch ook hielp op de boerderij. ‘Vooral administratief werk’, zegt Fenna daar zelf over. Voor Willem Jan een ontzettend goede steun in het drukke bestaan van een boer.
De verhuizing binnen Zuidvelde had op het oog weinig om het lijf. De locatie van het bedrijf kwam immers maar een steenworp verder te liggen. Toch zat er een duidelijk idee achter. ‘Wij moesten uitbreiden en de gemeente wilde ons uit de dorpskern van Zuidvelde hebben. Dat had namelijk te maken met het beschermd dorpsgebied waar ons bedrijf gevestigd was. Om dit te behouden, moesten wij ons verderop vestigen. Dat zou ook in ons voordeel zijn, want dan konden wij ons bedrijf uitbreiden’, legt Willem Jan uit. Dat bleek echter anders. ‘De grens van het beschermd dorpsgebied is zo getrokken dat ons bedrijf er nog steeds binnenvalt. Hierdoor is het lastig voor ons om uit te breiden. Die beslissing van de gemeente heb ik nooit begrepen. Ik heb genoeg werk, genoeg koeien. Maar als Henk het straks wil overnemen, moet hij misschien uitbreiden. Dat kan lastig worden.’
We gaan met Willem Jan de stal in. Ergens in een hoekje ligt een poes met één van haar kittens te slapen. ‘Mooi hè’, zegt Willem Jan. ‘Ik denk dat de poes hierboven ergens een nestje heeft.’ Ondertussen vertelt hij over zijn ritme. Dagelijks staat hij rond zeven uur in de stal. Vervolgens ziet hij wat de dag hem brengt. ‘Geen dag is hetzelfde. Dat heb je met koeien. Er is altijd wat. Van tevoren weet je niet wat je moet verwachten.’
Willem Jan is een man van de praktijk. In de stal bezig zijn of op de trekker zitten, geeft hem de meeste voldoening. Een groot pluspunt, vindt hij, is de aanwinst van een melkrobot geweest. ‘Lichamelijk is het hierdoor een stuk makkelijker geworden. Geloof me, als je boven de vijftig komt wordt het fysieke werk lastiger. Ik vond melken altijd mooi werk, maar zo’n melkrobot is fantastisch’, zegt hij. ‘Kijk, als het buiten vriest, dan vriest het in de stal ook. Als je dan een uur lang aan het melken bent, verneem je dat heel snel. Kijk maar naar de wat oudere boeren. Een groot gedeelte van hen loopt krom van het harde werken. Hard werken is geen probleem. Maar je moet er niet fysiek aan onder doorgaan.’
Daarnaast heeft de melkrobot ervoor gezorgd dat boeren meer tijd hebben voor een sociaal leven. ‘Vroeger werd alles, zeker in een dorp als Zuidvelde, om het boerenbestaan heen geregeld. Verjaardagen begonnen bijvoorbeeld nooit om vijf uur ’s middags, want dan moesten de boeren melken. Het aantal boeren in Zuidvelde is flink teruggelopen. Dat houdt in dat hier geen rekening meer mee hoeft worden gehouden’, zegt Willem Jan. Zelf merkt hij dat hij ook meer leuke dingen kan doen. Met zijn zoon – een fervent PSV-aanhanger – naar Eindhoven bijvoorbeeld. ‘Eerder kon dat niet, maar nu kunnen we met een gerust hart van de boerderij. De andere werkzaamheden gaan dan uiteraard door, maar dan begin ik gewoon wat eerder. Kunnen we mooi op tijd richting PSV.’