‘De wereld is vrijer geworden en daar kan ik me best mee verenigen’

Kee van Zanten – De Vries is 97 maar redt zich nog prima

RODEN – Al bijna een eeuw oud is ze. Geboren en getogen in Roden. Ze maakte de aktes op het kantoor van notaris Wilts. Kende alle Rodenaren. Nu is ze 97, kent nagenoeg niemand meer. Maar herinneringen heeft Kee van Zanten – De Vries des te meer. Anekdotes over  haar opa die als bakker een prominente rol speelde in het dorp, over de Albertshoeve (nu Blakervelderhoeve), de boerderij van haar vader. Over de enorme armoede die er heerste. Over de verschillen met vroeger. De Krant sprak haar, in haar appartement in de Noorderkroon.

De deur staat wagenwijd open op nummer 402. Kee van Zanten zit in haar stoel de Sudoku’s in de krant op te lossen. “Dat doe ik iedere dag. Sudoku’s, crypto’s, rekenpuzzels. Beetje hersengymnastiek hè?”, lacht ze. Kee’s opa Albert de Vries was knecht bij de bakkerij van Deodatus, een gezegende familie uit Roden die bezit en geld had. “Als jongen van veertien ging hij daar aan de slag. Deodatus had geen opvolger voor zijn bakkerij. Hij zei tegen mijn opa: ‘ga jij het maar doen’. Geld had mijn opa niet. Deodatus heeft hem aan een stuk grond geholpen en er een huis opgebouwd (op de plek waar nu Spaan Mannenmode zit, red.). Daar is mijn opa de bakkerij begonnen. Het huis staat er nog steeds, net als de boom. Het is meer dan 100 jaar in de familie geweest. In de jaren tachtig is het verkocht. Opa woonde er tot 1917, toen heeft hij de Albertshoeve gebouwd. Hij had acht kinderen, drie van hen zijn op dezelfde dag vanuit de Albertshoeve getrouwd, waaronder mijn vader Harm de Vries, een tante en een oom. Ook Hendrik nam de bakkerij over en mijn vader bleef op de Albertshoeve wonen en werd boer. Op 20 bunder land, heidevelden die mijn opa er in fases had bijgekocht,  verbouwde hij gewassen als haver, rogge, gerst en aardappelen en hield melkvee.”

Kee was van plan om te leren. Ze wilde verpleegster worden. Het lot besliste anders. Haar moeder werd ziek en Kee kon na twee jaar Ulo van school af om haar zieke moeder te verzorgen. “Veertien was ik. Zo ging dat vroeger. Je had geen keus. Geld was er niet. Ik heb mijn moeder verzorgd en veel op de kinderen van mijn broer en zus gepast. Toen ik trouwde verhuisde ik met mijn man naar Sandebuur, Roderwolde. Ging aan het werk op de boerderij van mijn schoonouders. Molk elke dag twee keer 55 koeien. We hadden een grote boerderij. Behalve koeien hadden we 30 kalveren, 500 schapen en 12 paarden. Het was een heel andere wereld. Een wereld van dag en nacht werken. Niet erg hoor. Van werken ga je niet dood. Vrouwen moesten meewerken op de boerderij. Anders had de boer geen bestaan. Maar ik deed het graag. Het boerenleven was gezellig, gemoedelijk. Ik was 48 toen mijn man overleed. Ziekte van Hodgkin, bloedkanker. We hadden één dochter, Roelie, die wilde geen boer worden. Ze was in opleiding voor onderwijzeres.”

In rap tempo raast Kee door haar leven. Ondertussen wandelt een dame met twee grote dozen het appartement binnen. Kee begroet haar vriendelijk. “Mijn eten”, verklaart ze. “Diepvriesmaaltijden voor 14 dagen van Apetito. Kan alles zelf uitkiezen. Spinazie en pannenkoekjes. Echt heerlijk. Ik verwarm het zelf in de magnetron. Ik ben vrij in mijn doen en laten, dat vind ik prettig. Ze zeggen weleens: ‘mevrouw Van Zanten, gaat u mee naar beneden voor een kopje koffie? Daar heb ik niet altijd zin in. Vind het fijn op mezelf. Verveel me nooit. De dagen duren me nog te kort.” Moeiteloos schakelt Kee over naar de boerderij. “48 en weduwe. Ik heb de boerderij verlaten en ben kantoren schoon gaan maken bij Notariskantoor Wilts in Roden. Dat heb ik een half jaar gedaan. Toen wilde Wilts mij op kantoor. Spannend vond ik dat. Was bang dat ik het niet kon. Ik ging toch, heb altijd goed kunnen leren. Dat scheelt, dacht ik. Uiteindelijk heb ik er 17 jaar gewerkt. Heb heel Roden zowat gekend. Ik schreef alle notariële aktes. Nu ken ik bijna niemand meer. Van mijn leeftijd zijn ze bijna allemaal weg. Ken je dat boek ‘Eenzaam en niet alleen’ van Wilhelmina? Zo is het ook. Dat voel je pas als je oud wordt. Aan het opstaan voel ik dat ik oud ben. Mijn benen willen niet zo goed meer. Maar in mijn gedachten ben ik niet oud. Als je over een gezond verstand beschikt voel je dat niet. Tot mijn 93e reed ik auto. Iedere zondagochtend een rondje langs het Ronostrand. Op een goed moment heb ik hem aan de kant gezet. Ik stap er niet meer in, beloofde ik mezelf. Niet dat er ooit iets gebeurd is hoor. Ik reed nog prima. Maar iemand anders kan je ook iets aandoen. En dan zeggen ze: dat heb je ervan, zo oud en nog achter het stuur. Nu heb ik en scootmobiel. Daar red ik me prima mee.”

Als er iemand weet dat de wereld veranderd is, is Kee het. Logisch als je al bijna een eeuw op deze planeet rondloopt. “In mijn jeugd heerste er enorme armoede. Tot aan de oorlog was er geen geld. Alleen mensen met bezit hadden iets. Je werkte niet voor geld, maar voor de kost. Werk in ruil voor voedsel. Gelukkig is dat niet meer zo. Daar ben ik blij om. Al is het nu in sommige gevallen doorgeslagen naar de andere kant.” Kee doelt op de enorme welvaart waarin we leven. De kant-en-klaar maaltijden die voor het graaien liggen in de supermarkten bijvoorbeeld. “Obesitas kenden we vroeger niet. Tegenwoordig is het een probleem.” Ook moest je vroeger per se trouwen, wilde je samen in een huis wonen, weet Kee. “Samenwonen was uit den boze. Dat was een schande, taboe. Strafbaar zelfs. En iemand die bezit had moest ook trouwen met iemand die bezit had. Dat heeft in mijn jeugd een hoop toestanden opgeleverd hoor. Ik ken verhalen van mensen die toch stiekem gingen samenwonen en opgehaald werden door de politie. Nu doen mensen gekke dingen, maar vroeger ook, dat kan ik je verzekeren. De wereld is vrijer geworden. En daar kan ik me best mee verenigen.”