Een godsgeschenk

”Telefoon!” Dat gebeurt lang zo vaak niet meer als pakweg 10 jaar geleden en nog veel minder dan daarvoor. Meestal ’verklapt’ de nummermelder wie er belt. In dit geval niet. Toch komt het nummer vaag bekend voor. De andere kant meldt: ”Met Geert Weistra”. Aha, die ken ik. Geert is hulpkoster en, zegt hij er nadrukkelijk bij, echtgenoot van Didy, koster van de Catharinakerk en De Helthe in Roden. Geert heeft opzienbarend nieuws. Nieuws over paddenstoelen. Dan ben ik altijd geïnteresseerd.

Wie nu buiten om zich heen kijkt ziet dankzij het ’gunstige weer’ overal weer paddenstoelen staan. Zelf heb ik net voor ik met dit stukje begon met een vriendin een rondje door het bos gelopen en foto’s van paddenstoelen gemaakt. Op de terugweg zag ik witte paddenstoelen staan. Beste kans dat het champignons zijn. Daar wil ik nog wel een foto van maken en dus wordt op een geschikte plek de auto aan de kant gezet. We lopen terug en zien dat het inderdaad champignons zijn. Het zijn Gewone anijschampignons, een smakelijke soort die, zoals zijn naam verraadt, anijsachtig ruikt. In Nederland komen ruim 50 soorten champignons voor waarvan de soorten die aangenaam ruiken eetbaar zijn en die dat niet doen zijn ongenietbaar of zelfs giftig. Zo simpel is dat. Wel met de aantekening dat de dodelijk giftige Groene knolamaniet weeïg zoet ruikt en, dat geldt voor de leek, hij lijkt wel iets op een champignon. Maak je daar een soepje van, dan heb je gelijk je galgenmaal gehad. We hebben het hier over paddenstoelen die buiten groeien. Geert heeft ander nieuws: ”Er groeien paddenstoelen in de kerk op de Brink” meldt hij. ”Dat is heel bijzonder” zeg ik. Voor een mycoloog mag je dat zien als een geschenk uit de hemel en als ze in een kerk groeien mag je dat met recht een godsgeschenk noemen. Ik wil het graag de volgende dag komen bekijken.

Mijn hierboven genoemde vriendin hoort ervan en wil ook graag dit (gods)wondertje met eigen ogen aanschouwen. Als we bij de Catharinakerk aankomen heeft Geert ons al gezien en komt met de sleutelbos aanlopen. We moeten in de hoek zijn waar kaarsen worden gebrand en de collectebus staat. Geert had al gemeld dat Didy een paddenstoel die door de tegelvloer groeide had weggeveegd, maar toen kwam het besef dat het iets bijzonders was. ”Die Cees Koelewijn van IVN Roden wil het vast wel zien” had Geert gezegd. Gelukkig groeiden er nog twee die het een stuk hogerop hadden gezocht. Zij waren uit een voeg in de muur gekomen op een hoogte van pakweg driekwart meter. Nu is het zaak er een naam aan te verbinden. Mijn eerste gedachte is dat het een zwam is die op hout groeit dat als voedingstof voor de schimmel dient. Op het eerste gezicht denk ik aan de Schubbige taaiplaat die vroeger door het leven ging als de Dwarsliggerzwam. Een toepasselijke naam, want je zag ze voornamelijk op eikenhouten bielzen. Eén keer zag ik deze tamelijk zeldzame soort bij een IVN-lid in Roden aan de Grasbroek waar hij inderdaad op een tuinbiels groeide. Om de onderkant van de paddenstoel te bekijken zak ik door mijn knieën en zie dan dat de zwam geen plaatjes heeft, maar hoekige poriën! Het is nota bene een boleet en dat zijn zwammen die in symbiose met bomen leven en die staan een eindje van de kerk vandaan. Nu houd ik het erop dat het wellicht de Sombere fluweelboleet is, maar doe dat met een kleine slag om de arm. We bekijken samen nog even de situatie buiten en zien dat er een regenpijp loopt en dat kan betekenen dat er ter plekke een nattere situatie is, iets waar schimmels dus wel van houden. Dezelfde avond heb ik toevallig een werkgroepavond van de Groningse Mycologische Werkgroep en heb ik naast een mooi verhaal een boleet om nader te onderzoeken.

Iedereen vindt het een mooi verhaal, maar dan blijkt onder de microscoop dat het geen Sombere fluweelboleet is vanwege afwijkende sporen. Dan moet je naar andere kenmerken kijken en lopen we vast in de sleutel, de determinatietabel. Dat is zeer onbevredigend, want geen naam… Ik duik later in mijn bij de Catharinakerk verzamelde gegevens en stuit op de Blozende boleet. Dat moet hem zijn, hoewel hij het blosje in de hoed ontbeert. En dat terwijl hij hier onuitgenodigd groeit. Maar u weet: de kerk is zeer gastvrij.