Een lekker hapje

    In het laatste kwartaalblad van Stichting Het Drentse Landschap staat een stukje van mijn goede vriend Geert de Vries. Naast het schrijven van artikelen is Geert een goed verteller en bovenal een begenadigd natuurfotograaf. Het onderwerp waarover hij nu schreef betrof de Patrijs, een vogel die u nog maar zelden krijgt te zien. Waar het aan hapert omschrijft Geert als de VVV, hetgeen staat voor Voortplanting, Voedsel en Veiligheid.

    Van oudsher was de Patrijs een steppevogel die zich later goed thuis voelde in het kleinschalige agrarische landschap. Toen in de tweede helft van de vorige eeuw de intensieve landbouw haar intrede deed en het nadelige effect van het gebruik van pesticiden steeds meer zichtbaar werd nam de populatie van de Patrijs zienderogen af. Waren er eerst nog pakweg 50.000 paartjes in Nederland, nu zijn het er (veel) minder dan 5.000. Het kan trouwens erger: Omstreeks 1935 schatte men het aantal paartjes in het voormalige Tsjecho-Slowakije op meer dan 5 miljoen. In 1965 was daar minder dan 10% van over en het laat zich raden hoe de stand van zaken nu is. De meeste patrijzen worden in West-Europa nu nog gezien in Frankrijk en Polen. Mede debet aan de tragische achteruitgang van deze fraaie akkervogel is de soms ongebreidelde jacht geweest. Maar het meest heeft deze vogel (en vele andere) te leiden van de intensivering van de landbouw waarbij er geen plaats is voor natuur. Bedenk dat jonge vogels in de eerste weken van hun bestaan strikt zijn aangewezen op insecten (eiwitten) om zich te ontwikkelen. En daar hapert het dus. Het zijn ronduit wegkijkende mensen die andere redenen aanvoeren. Zij willen de realiteit niet onder ogen zien.

    Bij het lezen van het stukje van Geert moest ik terugdenken aan een ’slachting’ die ik eens aanrichtte. Dat is al meer dan 45 jaar geleden toen ik op het platteland woonde. Het was ergens in de buurt van Electra toen plotseling een koppeltje van wel 10 patrijzen pardoes dwars over de weg vloog, net toen ik daar met mijn Renault 4 langsreed en ze voor de bumper kreeg. Het resultaat was dat er 7 slachtoffers waren te betreuren. Omdat ik (toen ook al) erg tegen verspilling ben ontfermde ik me over hen. Eén maakte ik gelijk soldaat en de andere 6 belandden in de diepvriezer. Ik weet nog goed dat het gebeuren me zeer speet, maar anderzijds was er weinig wroeging, want het was in een tijd dat ik maar weinig had te makken. Wat ik toen in een maand aan inkomen had, daar moet de huidige baas van Unilever minder dan een kwartier voor werken. Maar ja, dan hebben we het wel over een echte topper… qua inkomen.

    Er was een ander voorval dat ik me ook nog goed herinner, zeker nu ik weer ben begonnen met de vogelinventarisaties in verschillende gebieden. Daarbij struin ik soms door ruige vegetatie waarin fazanten zich uitstekend kunnen verbergen dankzij hun camouflage. Dan heb ik het over de hennen, want de hanen vallen iets meer op met hun fellere kleuren (foto: Pia Zomer), maar ook zij zijn er meesters in. Dankzij de camouflage kunnen ze erop vertrouwen dat ze niet worden ontdekt, maar als je er bijna bovenop gaat staan wordt het een ander verhaal. Dan wordt het ze te heet onder de pootjes en gaan ze met dermate veel misbaar op de wieken dat je je er steeds weer het leplazarus van schrikt. Ik was er op een gegeven moment op beducht en als ik er één ontdekte, wat zelden gebeurde, stortte ik me op ze. Wat volgde mag u invullen. Fazanten zijn vooral loopvogels, vliegen weinig,  en ze zijn op de grond behoorlijk wendbaar. Als ze in de rui zijn moeten ze wel lopen om aan eventuele belagers te ontkomen. Eens was ik de belager en het lukte me voorwaar een keer een haan rennend te achterhalen. Ik moet er bij zeggen dat het in mijn ’glorietijd’ was; nu zal dat beslist niet meer lukken. Voordat je ze bereidt moet je ze trouwens niet plukken, maar villen. Dat is een eenvoudig klusje nadat je ze van de pootjes onder de knie hebt ontdaan en de vleugels en staart hebt verwijderd. Je maakt dan een snede op het borstbeen en dan trek je de huid gemakkelijk open en ontdoe je ze van hun jasje. Onderaan het borstbeen maak je nog een inkeping om ze van de ingewanden te ontdoen. Gek, maar ik krijg weer zin in Fazant, gevuld met tamme kastanjes.