Een orgasmus

”Kijk, alweer een orgasmus” riep mijn vogelvriend Klaas een keer toen hij een Grasmus ontwaarde in het struikgewas. Klaas overleed tien jaar geleden aan ’die vreselijke ziekte’ en kort erna kwam ik bij de familie langs om herinneringen aan hem op te halen. Kennelijk stond hij vooral bekend als een brave huisvader en de familie reageerde ietwat geschokt toen ik hen vertelde dat hij deze woordspeling toepaste wanneer we een Grasmus (foto: Bertus van der Velde) in het vizier kregen. Dat hadden ze niet achter hem gezocht!

 Het mooie van deze tijd is de terugkeer van tal van zomervogels. Vogels die hier wel broeden, maar elders overwinteren. Dat zijn er heel wat en successievelijk zie je ze verschijnen. De Tjiftjaf dient zich meestal eind maart al aan en de erop lijkende Fitis komt een paar weken later. Inmiddels zijn er alweer allerlei rietzangers terug (Rietzanger, Snor, Sprinkhaanzanger), maar er zijn een paar soorten die je later hoort. Zo hoor je de Kleine karekiet meestal pas in mei. Op de website van de Stichting Natuurbelang De Onlanden zag ik echter dat op 27 april al een exemplaar zingend is waargenomen. Zelf hoorde ik een week eerder al een Koekoek en dat is uitzonderlijk vroeg. Je hebt meer soorten die vrij laat arriveren: Wielewaal, Nachtzwaluw en Zomertortel, om maar een paar te noemen. Er zijn mensen die zich bezig houden met de fenologie. Van Dale omschrijft dit als: De studie van de periodieke verschijnselen in de levende natuur. Dat kan dus om de terugkeer van de zomervogels gaan, maar ook over het eerste (kievits)ei, de eerste bloei van planten, herfstverkleuring, de eerste vlinders of de eerste Vliegenzwam. Het zijn een paar voorbeelden. Vroeger hield ik wel lijstjes bij, maar tegenwoordig niet meer. Te veel gedoe.

De eerste Grasmus, waarmee Bertus afgelopen weekeinde op de proppen kwam, heb ik bijvoorbeeld gemist. Elke week, meestal in het weekeinde, inventariseer ik vier gebieden en doe dat per gebied om de twee weken. Die gebieden verschillen van elkaar en zo kan het gebeuren dat ik de Grasmus nog miste. Volgende week zijn de Zuidermaden weer aan de beurt en vooral langs de kade van het Peizerdiep ten noorden van het Moleneind (Foxwolde) zijn ze dan volop aanwezig. Daar wordt namelijk geen onderhoud gepleegd en is het er een ruige boel, iets waar deze soort wel van houdt. Tijdens de inventarisaties hoop ik altijd – net als andere inventariseerders – op een mooie bijvangst. Of je nu wilt of niet, dat overkomt af en toe eenieder die regelmatig in het veld verkeert. Maar tot nog toe zijn er geen echt bijzondere zaken op mijn pad gekomen. Wel kreeg ik kortgeleden een berichtje van Arend Veenstra uit Westervelde. Hij had een apart vogeltje in zijn tuin ontdekt en met Johnssons’  Vogelgids in de hand kwam hij tot de conclusie dat het een Vale spotvogel moest zijn. Bij mijn weten is dit een soort die nog nooit in Nederland is waargenomen (hij komt vooral voor rondom de Middellandse Zee) en uiteraard had ik deze soort graag gescoord. Niet dat ik er een gewoonte van maak om achter ’vreemde vogels’ aan te gaan, maar hier had ik graag een uitzondering voor gemaakt.

De volgende dag zaten we dan ook op zijn terras genoeglijk een kop koffie te drinken en ondertussen maar hopen dat we hem (of haar) zouden ontdekken. Maar veel hoop erop had ik sowieso niet, want in de trektijd zie je vooral doortrekkers, vogels die je dus langs ziet komen die hooguit even blijven om weer op krachten te komen. De beschrijving van de vogel door Arend klopte trouwens aardig: regelmatig op de grond foeragerend, rechtop zitten, veel met de staart slaan, maar dat had hij allemaal van achter het raam aanschouwd. Heel belangrijk is dat je hem hoort, want de zang klinkt als dat van een Kleine karekiet, maar dan sneller. Ik vertelde Arend – we kregen de vogel niet te zien – dat hij daar maar niet rouwig om moest zijn. Op zo’n waarneming komen namelijk honderden ornithomanen af. In Groningen vroeg iemand, bij wie vanuit zijn huis een zeldzaamheid kon worden gespot, entree. Dat geld had hij daarna hard nodig om zijn interieur weer in het gerede te brengen.