Extra gevulde paddenstoelensoep

 

Afgelopen zaterdag stond in de weekendbijlage van het DvhN een uitgebreid artikel over paddenstoelen: ”Zwamzoeken in de zon”. Aan het woord kwamen Klaas Steenbergen en partner Johanna Berghuis. Plaats van locatie: de Heemtuin in Scheemda. Beiden ken ik goed, want geregeld nemen ze deel aan de excursies van de paddenstoelenwerkgroep IVN Roden. Dat ”Zwamzoeken” is trouwens een fout woord. Beter was ”Paddenstoelen zoeken in de zon” geweest maar dat allitereert niet zo mooi.

Zo’n artikel lees ik uiteraard met een kritisch oog en, zoals zo vaak, er stonden best wel de nodige fouten in. Zelf bied ik journalisten altijd aan hun epistels voor publicatie door te nemen om pertinente onjuistheden eruit te halen. Een journalist kan mooie verhaaltjes schrijven, maar al te gauw wordt iets verkeerd geïnterpreteerd en dat kan er dan worden uitgehaald. Geen haan die er dan naar kraait. Hier hebben Klaas en Johanna dat niet gedaan, maar laat ik geen kniesoor zijn die op alle slakken zout legt. Het gaat er vooral om dat er weer eens een leuk verhaal over paddenstoelen in de krant komt. Overigens gaat het dan wel weer vaak over de giftigheid van paddenstoelen en/of over de eetbaarheid. Een goed eetbare soort is het Gewoon eekhoorntjesbrood. Die werd genoemd in het artikel en tevens dat de poriën aan de onderkant al geel waren verkleurd. Dan is hij nog wel eetbaar, maar niet meer echt lekker. Zo’n boleet moet je vers oogsten als hij nog jong en stevig is en de onderkant nog wit gekleurd. Plukken kun je trouwens maar liever niet doen. Het beste is om ze net boven de grond af te snijden.

Vorige week was ik met onze werkgroep in Veenhuizen en kwamen daar een iets op het Gewoon eekhoorntjesbrood gelijkende soort tegen, de Bittere boleet. Ik las een keer een verhaal van een kok die per ongeluk deze soort in een grote pan paddenstoelensoep had verwerkt en alras bemerkte dat de soep niet te pruimen was. De naam zegt al voldoende. Ik heb er wel eens iets van geproefd, en daarna uitgespuugd, en weet dat hij echt bitter is. Zo bitter dus dat de soep ongenietbaar wordt als hij er in wordt verwerkt. Meneer de kok zal best iets van paddenstoelen weten, maar echt deskundig is hij niet. De Bittere boleet is namelijk heel goed herkenbaar aan de roze onderkant en heeft op de steel een kenmerkende netstructuur (foto). Zelf neem ik af en toe wel eens iets mee, vooral als het een echt smakelijke soort is en er voldoende van staat. Nou houdt mijn vrouw niet echt van paddenstoelen uit de natuur en dus moest ik een foefje uithalen zonder dat ze het merkte. Nadat ik ze kort in een koekenpan aanbraadde  verwerkte ik ze in zo’n pak op te warmen bospaddenstoelensoep. Het viel op, want: ”Wat zitten er veel paddenstoelen in!” ”Ja, het is een nieuwe extra gevulde bospaddenstoelensoep”, zei ik. Dat ging een paar keer goed, maar uiteindelijk had ze mijn bedrog door.

Ik schreef al dat we vrijdag in Veenhuizen waren en dat was in een niet voor het publiek toegankelijk gebied. Daarin ligt een fijnsparreservaat dat we aan een onderzoek wilden onderwerpen. Hoewel het overal erg droog is viel de oogst hier best mee met meer dan 120 soorten, waaronder tal van zeldzame. Een paar dames besloot iets eerder te vertrekken en hadden de pech dat ze door een tamelijk barse boa werden betrapt: overtreding Artikel 461 van het Wetboek van strafrecht. Toen ze zeiden dat ze met meneer Koelewijn daar waren geweest mochten ze echter ongestraft verder lopen. Jaren eerder was ik er met een groep dicht bij de (toen nog open) bajes Bankenbosch. Daar kwamen een paar beveiligers op ons af om polshoogte te nemen wat we daar deden. Eigenlijk moet je je eerst melden, maar dat gaf altijd een hoop rompslomp en dus liet ik dat, met mijn geldige vergunning op zak, altijd achterwege. Na wat gemor mochten we door, maar daarbij wees ik op drie dames, waaronder mijn vrouw, en zei dat zij niet bij mijn groep hoorden. ”Sluit ze maar op als u plaats hebt” zei ik hoopvol. De dames zweerden bij hoog en laag dat ze wel bij de groep hoorden en toen moest ik dat wel toegeven. Zowel de dames, vooral mijn vrouw, en de beveiligers vonden het geen leuk grapje.