Fris uitje

Jaarlijks staat een uitstapje naar de Punt van Reide op het programma van de Vogelwerkgroep IVN Roden. Soms (vroeg) in het voorjaar, soms (laat) in het najaar. Het maakt een groot verschil wanneer je gaat. Deze keer waren we er afgelopen zondag en zo laat in het jaar weet je vooraf dat het aantal soorten dan beperkt zal blijven tot pakweg een vijftigtal. Waar je vooraf geen weet van hebt is hoe het weer op zo’n dag gaat uitpakken.

Af en toe komt het voor dat excursies worden afgelast vanwege de ongunstige weersomstandigheden. Daarvan was nu geen sprake, maar een beetje fris was het wel met 3° C. En zo bleef het lang, want pas na het middaguur steeg de temperatuur en werd het uiteindelijk 13° C. Vaste prik op zo’n dag is dat we even bij het natuurgebied De Tjamme gaan kijken tussen Beerta en Finsterwolde. Daar zijn wat plasjes gecreëerd en ten noorden ervan is een boscomplex aangelegd. Veel soeps was het daar niet. Op de grootste plas zaten wat Grauwe ganzen, Kokmeeuwen en een verdwaalde Wilde eend. Daarna wordt koers gezet naar de Dollard via Ganzendijk en Hongerige Wolf. Nog niet zo lang geleden passeerde daar daadwerkelijk een waarschijnlijk hongerige wolf die uiteindelijk na omzwervingen in Noord-Nederland in Duitsland is doodgereden. Hongerige Wolf staat vooral nog bekend van een illuster inwoner, de schrijver Richard Klinkhamer (Woensdag Gehaktdag) die daar in 1991 zijn vrouw Hannie Godfrinon met een koevoet de hersens insloeg. Ik meen me te herinneren dat ik daarover wel eens iets heb geschreven, want van zo’n gruwelijke gebeurtenis krijg je de kriebels, maar niet (althans ik) van een hongerige wolf.

Na twee kilometer door de Carel Coenraadpolder arriveer je bij een andere aansprekende plek: het Ambonezenbosje. Daar werden in 1953 ruim driehonderd Ambonezen in barakken gehuisvest die daarvoor dienst hadden gedaan om NSB-ers in op te sluiten. De mannen hadden in de KNIL meegevochten tegen de vrijheidsstrijders onder leiding van Soekarno en waren hier na die verloren oorlog met hun gezinnen terechtgekomen. Zoiets heeft in mijn ogen iets van een deportatie, want wie plaatst mensen in zo’n unheimliche omgeving, want daar zit je echt ’in the middle of nowhere’, verstoken van alles wat het leven een beetje aangenaam kon maken. Op het kerkhof van Finsterwolde kom je graven tegen van mensen die daar zijn gestorven. Het kamp is al lang geleden opgedoekt, maar de naam blijft herinneren aan die tijd. Nu is er een ander ’klein kampje’ gebouwd, zijnde vier onderkomens waar je kunt verblijven tegen betaling van € 60,- per dag. Wij waren er voor de vogels en na 34 treden heb je bovenop de dijk een mooi uitzicht over de Dollard. Wat je daar vooral ziet zijn duizenden Brandganzen en, veel minder, Kolganzen. Nou viel dat uitzicht deze keer ietwat tegen vanwege de mist die hardnekkig was.

 

Die mist werd toen we verder reden alleen maar dikker en dikker wat ons parten speelde in de Polder Breebaart en nog meer in het Reider buitenland, zeg maar de Punt van Reide (foto). Normaal gesproken, bij helder weer, zie je daar de horizonvervuilende windmolens in Duitsland, maar nu konden we er nauwelijks vogels in het vizier krijgen. Dat lukte wel onderaan de dijk (binnendijks) waar je uitziet op een plas waar nogal wat watervogels vertoefden, onder andere een Brilduiker. Daar ervoeren we hoe snel een weertype kan omslaan. Binnen tien minuten was door de iets sterkere zon de mist opgelost en klommen we de zeedijk nog even op in de hoop er zeehonden te spotten. Maar helaas zaten die er niet. Wel konden we iets later nog een Blauwe kiekendief aan ons lijstje toevoegen.

 

Twee dagen eerder waren we met onze paddenstoelenwerkgroep van IVN Roden actief in de Lettelberter Petten. Daarbij werden we vergezeld door Rene Oosterhuis, beheerder namens Het Groninger Landschap in het Westerkwartier. Hij vertelde me dat daar begin oktober maar liefst 269 Grote zilverreigers overnachtten. Dat is een aansprekend aantal. Nu zijn het er ’nog maar’ ruim honderd.