Geen Kluut te zien

Het is een mooi bijkomend aspect van mijn inventarisaties van paddenstoelen dat ik nogal eens in gebieden kom waar je anders niet gauw komt. Ik vermoed dat er maar weinig lezers zijn die hebben gehoord van de Klutenplas (foto), laat staan dat ze dit gebied een keer hebben bezocht. Dat is best de moeite waard, zeker als je vogelaar bent of florist en van specifieke brakwaterflora houdt. Afgelopen zondag was ik er, maar veel vogels waren er niet en om plantjes te bewonderen is november niet echt een geschikte maand.

Om bij de Klutenplas te komen moet je vanuit Westernieland 2 km noordwaarts richting de dijk rijden, dan heb je nog een beroerde weg rechtsaf van 2 km en kom je bij een hek waar je tot de ontdekking komt dat je niet verder mag. Maar goed, ik was er met de Mycologische Werkgroep Groningen voor een inventarisatie en had een vergunning geregeld met de terreineigenaar, Stichting Het Groninger Landschap. Met de gegevens die we verzamelen kan zo’n organisatie haar voordeel doen door rekening te houden met onze bevindingen, onder andere over kwetsbare, bedreigde soorten en het beheer erop af stemmen. Dat geldt ook voor inventarisaties van andere organismen. Men ziet het wel eens als een groot voorrecht dat wij bepaalde gebieden mogen betreden, en zij niet, maar lang niet altijd is het een onverdeeld genoegen. Zo was ik een keer voor een flora-inventarisatie in het Fochteloërveen en het scheelde maar weinig dat ik er (misschien 1000 jaar later) als veenlijk was weggekomen. Zondag was ook zo’n dag die me achteraf gestolen kon worden en dat gebeurt wel vaker. De wind woei bijkans met orkaankracht waardoor een gesprek met een ander nagenoeg  onmogelijk was. Bovendien was het behoorlijk koud waardoor het snot in slierten uit de neus liep en de tranen over de wangen biggelden. Het scheelde dat ik goed absorberende handschoenen droeg, want een zakdoek hanteren was nauwelijks mogelijk. Voeg daaraan toe dat er amper paddenstoelen stonden waardoor het een tamelijk zinloze missie was. Eerder dan was voorzien werd er daarom een punt achter deze dag gezet.

 

Ik was slechts één keer eerder bij de Klutenplas geweest, toen onder heel wat betere omstandigheden. Het fraaie terrein is ontstaan als gevolg van een compenserende regeling. Op een gegeven moment was er klei nodig om de dijken te verhogen. Daardoor ging elders natuurgebied verloren. Dat was in 1989. In 1998 kwam er geld beschikbaar om 11 ha landbouwgrond ernaast aan te kopen waarna het gebied werd omgetoverd in een binnendijks brakwatergebied. Nu is het een goed voedsel- en rustgebied voor vogels, waar ook de nodige broedvogels een plek vinden en in de loop der tijd een specifieke flora is ontstaan.

 

Dat er elders nogal eens wethouders vroegtijdig aftreden is bekend, maar in Noordenveld is het, behalve om gezondheidsredenen, nog niet eerder vertoond. Maar eens moet de eerste keer zijn en gezien de ernst van de zaak was het nu onvermijdelijk. Het scheelt wel dat dit uit eigener beweging is gebeurd, hoewel je best mag vermoeden dat er intern de nodige druk is uitgeoefend. Als vereniging hebben we bij sommige maatregelen met wethouders te maken en niet altijd komen die overeen met de natuurbelangen die wij nastreven. Zo was er het slopen van een waardevol landschapselement, een houtwal met oude eiken op het hockeyterrein, dat tegen het advies van deskundigen in verloren ging. Dat gebeurde trouwens met instemming van het hele college, toen nog met burgemeester Van der Laan, en de gemeenteraad. Ik heb er toen over geschreven dat dit pure vriendjespolitiek was, politiek dus van het allerlaagste niveau. Wat aan het beleid van de nu afgetreden wethouder wrong was dat hij wel zeer nadrukkelijk opkwam waar hij ook hobbymatig mee begaan was, fietsen. Deels was er best iets voor te zeggen, wanneer het bijvoorbeeld de veiligheid van fietsers ten goede kwam, maar wanneer het ten koste zou gaan van natuurgebied niet. Dan heb ik het bijvoorbeeld over het aanleggen van atb/mtb-routes waarbij naast natuurbelangen ook belangen van heel veel burgers worden geschaad. Het is te hopen dat een volgende wethouder hiermee met meer nuance omgaat.