Gevlucht en gevestigd

NOORDENVELD- Stuurgroep Jaar van de Vluchteling startte in 2016 een ontmoetingsinitiatief tussen statushouders en buurtbewoners. In opdracht van de Stuurgroep heeft Fotoclub Noordenveld verscheidene foto’s gemaakt van vluchtelingen in hun woning. Het resultaat: een serie schitterende foto’s van het interieur en de gezinnen. Fotografen Anna Westerhof en Thieme Dekker legden de gezinnen vast op de gevoelige plaat en in deze serie wordt een bezoek gebracht aan het gezin. Zo rondom de jaarwisseling vertellen zij over hun land van herkomst, Nederland en de toekomst.

De 26- jarige Asaad Afara vluchtte zo’n twee jaar geleden naar Nederland. Na omzwervingen langs verschillende asielzoekerscentra, is hij uiteindelijk terecht gekomen in Roden. Hier woont hij samen met zijn kat. Doordeweeks volgt Asaad lessen in Groningen en doet hij vrijwilligerswerk bij de bibliotheek van Roden. Hij ontvluchtte Syrië, omdat hij daar verplicht werd het leger in te gaan. ‘In Syrië was er geen toekomst voor mij. Hier kan ik wel een toekomst opbouwen’, zegt hij. Asaad geeft aan dat het verlaten van zijn thuisland niet gemakkelijk is geweest. ‘Mijn familie woont nog in Syrië en ik ben er opgegroeid. Mijn eerste liefde, mijn jeugd… Ik maakte het allemaal mee in Syrië. Dat is mijn thuis.’
Ondanks de afstand tussen Asaad en zijn familie, heeft hij nog iedere dag contact met ze. ‘Gisteren vertelde mijn moeder dat het in Syrië momenteel 22 graden is. Toen ik haar vertelde dat het hier onder de nul graden is, moest ze huilen. Ze maakt zich soms zorgen.’ Zijn thuisland en Nederland verschillen niet alleen qua klimaat van elkaar, ook het sociale leven is anders. ‘In Syrië komt het leven na zes uur ’s avonds pas op gang, terwijl hier iedereen na zes uur juist binnen zit. Daarnaast woonde ik eerder in een grote stad.’ Asaad woonde en studeerde in Latakia, een Syrische kuststad in het westen van het land. ‘Het is hier veel rustiger en je hebt hier geen strand.’ Hij vertelt dat hij wel eens naar het Leekstermeer en het Ronostrand is geweest, maar dat dit in niets te vergelijken is met het strand van Latakia.
Af en toe mist Asaad zijn thuisland dus wel, al gaat het in Nederland goed met de jonge statushouder. Hij leert de taal snel en zijn niveau stijgt zienderogen. Binnenkort wil hij zelfs Nederlands op B2- niveau gaan volgen. Dit staat zo ongeveer gelijk aan Nederlands op havo- niveau. ‘Ik leer de taal door veel tv te kijken en te praten met mensen. Maar vooral door het luisteren naar de radio. Ik luister altijd Radio 4, klassieke muziek. De mensen op de radio praten heel rustig, waardoor ik het snel kan leren.’ Daarnaast is Asaad een ontzettende boekenliefhebber. Sinds kort is hij dan ook een vrijwilliger bij de bibliotheek te Roden. Daarnaast helpt hij bij de Roderboekenmarkt. ‘In Syrië zijn boeken heel duur en hebben ze er niet veel aandacht voor. In Nederland zijn boeken heel belangrijk. Ik hoop dat ik later iets met boeken mag gaan doen. Nu zijn Nederlandse boeken nog moeilijk voor mij, maar ik lees ze wel.’ Op tafel ligt onder andere een boek over katten en een boek van Tommy Wieringa, speciaal geschreven in simpel Nederlands.
Asaad vindt de Nederlandse taal vooral grammaticaal erg lastig, maar ziet ook de schoonheid ervan in. Het woord ‘geschiedenis’ is zijn favoriete woord in het Nederlands, niet in de laatste plaats omdat hij hier erg geïnteresseerd in is. Hij geeft hierbij wel aan dat Nederlandse woorden vaak erg lang zijn, waardoor ze soms moeilijk te leren zijn.
Waar wij Nederlanders vaak naar de toekomst kijken, zijn Syriërs anders ingesteld. Zij focussen zich meer op het nu. ‘Ik wil mijn diploma halen en goede resultaten halen. Daarna zie ik het wel.’ Uiteindelijk wil de ambitieuze statushouder hier een toekomst opbouwen en leuk werk vinden. Asaad vindt de mensen in Roden erg aardig. Tips over het vereenvoudigen van de integratie heeft hij dan ook niet. ‘De mensen in Roden hebben mij altijd geholpen. Als ik niet wist hoe iets werkte, was er altijd iemand om mij te helpen. Ik ben ze daar heel dankbaar voor.’