Gevlucht van ver, gevestigd dichtbij (2)

Stuurgroep Jaar van de Vluchteling startte in 2016 een ontmoetingsinitiatief tussen statushouders en buurtbewoners. In opdracht van de Stuurgroep heeft Fotoclub Noordenveld verscheidene foto’s gemaakt van vluchtelingen in hun woning. Het resultaat: een serie schitterende foto’s van het interieur en de gezinnen. Fotografen Anna Westerhof en Tieme Dekker legden de gezinnen vast op de gevoelige plaat en in deze serie wordt een bezoek gebracht aan het gezin. Zo rondom de jaarwisseling vertellen zij over hun land van herkomst, Nederland en de toekomst.

Aan de Dreesdenstraat in Roden, ontmoeten we de familie Khalil Yusef. Het ontvangst van vader Omar is hartelijk. ‘Welkom, kom binnen’, zegt hij.
Omar woont samen met zijn vrouw en vier dochters in een bescheiden rijtjeshuis. In de woonkamer zit ook Wieke Zwart, medewerker van Vluchtelingenwerk. Zij begeleidt het gezin al sinds hun aankomst in Roden, nu zo’n vijf jaar geleden. ‘Het is een heel lief en warm gezin’, vertelt zij. Haar band met het gezin is erg sterk.
De familie heeft eerst in verschillende asielzoekerscentra gezeten, waaronder in Ter Apel. Van origine komen ze uit Snoen, een Iraaks dorpje ter grootte van Roden, vlakbij Mosul. De dorpen mogen dan qua grootte op elkaar lijken, ze zijn in wezen ontzettend verschillend. ‘Alles is anders in Roden. De winkels zijn anders en de mensen hebben hier een ander geloof’, zegt Omar. Zelf zijn ze Jezidi’s, een geloof wat wereldwijd zo’n 2 miljoen mensen uitoefenen. Niet veel dus, en zeker in Nederland zorgt dat er soms voor dat zij zich wat alleen voelen. ‘Er zijn geen mensen in de buurt die hetzelfde geloof hebben, dat is jammer’, zegt Omar. ‘Jezidi’s hebben, net als Christenen, speciale feestdagen. Die vieren zij het liefst met andere jezidi’s, maar omdat die hier in de regio niet aanwezig zijn, voelen zij zich soms wat alleen’, voegt Wieke toe. Omar benadrukt echter dat de mensen uit Roden erg aardig voor de familie is. ‘Als ik iets niet weet in de supermarkt, dan word ik geholpen. Ook bij de dokter en de gemeente is iedereen altijd aardig. Iedereen lacht hier altijd’, zegt Omar.
De familie Khalil Yusef verliet Irak, omdat zij de dreiging van IS voelden. Omdat de familie een ander geloof heeft dan de aanhangers van IS, liepen zij groot gevaar. ‘Wij konden niet in Irak blijven, het was te gevaarlijk’, zegt Omar. Zijn schoonouders werden zelfs gevangen genomen door IS, maar gelukkig na een jaar vrijgelaten. ‘Dat was erg emotioneel. Ik ben zo betrokken bij het gezin, dat ook ik een traan heb gelaten van opluchting’, vertelt Wieke.
Voor de statushouders uit Roden, is inburgeren niet altijd even makkelijk. Eén van de redenen hiervoor, is het werk wat Omar doet. ‘Ik werk een paar uurtjes per week bij de Chinees, als ze hulp nodig hebben. Ik zou graag meer werken, maar dat kan nu niet’, zegt hij. Bovendien leert hij de Nederlandse taal niet veel beter spreken door zijn werk bij de Chinees. ‘In de keuken spreken de koks Chinees. Ik zou graag meer met Nederlanders praten, om mijn Nederlands te verbeteren.’ Thuis spreken de ouders van het gezin Koerdisch, ook tegen hun kinderen. ‘Onze dochters praten dan in het Nederlands terug’, zegt Omar. Hierdoor leren zij zelf de taal ook wat beter. Toch hoopt Omar binnenkort een baan te vinden, waarmee zijn contact met Nederlanders verbetert.
Momenteel is hij bezig met het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit. Zijn vrouw werkt iedere zaterdag bij De Cirkel in Roden, en vindt dat erg leuk. Terug naar Irak willen ze niet meer. ‘Daar is niets meer. Iedereen die in ons oude dorp woonde, is vluchteling’, vertelt Omar. Hij zag op het journaal hoe zijn eigen dorp kapot geschoten werd.
In Roden is het gezin gelukkig. Ze voelen zich Nederlander en willen het land nooit meer verlaten. En het weer? Ook daar zijn ze aan gewend. ‘In Irak kan het net zo koud zijn als hier. Alleen regent het  daar minder.’