Gezelligheid staat voorop bij de fanatieke wagenbouwers van Altena

ALTENA – De bouwgroep Altena valt vaak in de prijzen tijdens de Rodermarktparade. De wagenbouwers doen dit jaar voor de veertiende keer mee aan de optocht. De publieksprijs werd elf maal in de wacht gesleept. Wat is het geheim? De Krant nam een kijkje bij de bouw van de praalwagen van Altena.

Tientallen fietsen staan bij de schuur aan de Altenaweg 2. Voor de schuur stuit je op de praalwagen van Altena: hij staat onder een groot geraamte met zeil erover. Op en rond de wagen is het een drukte van mensen. Lassers staan 4 meter hoog, op steigers, te werken aan de constructie. Meer dan de helft van de wagen is al met wit plastic ingepakt.

In het voorjaar ging bouwgroep Altena met de eerste werkzaamheden voor de wagen van dit jaar aan de slag. ‘We beginnen op de eerste maandag van mei met het fabriceren van de basis van de wagen: de constructie, het laswerk,’ legt Henk Timmer uit. Hij is één van de ontwerpers van de wagen van dit jaar. ‘Twee à drie dagen in de week zijn we dan bezig met de praalwagen. De laatste twee weken gaat de wagen in het plastic en kan de afwerking beginnen.’

Henk Timmer ontwierp dit jaar samen met Folkert Hogenberg de praalwagen van Altena. ‘Dit is de eerste wagen die wij hebben bedacht,’ vertelt Timmer die al vanaf het begin in 2005 betrokken is bij bouwgroep Altena. ‘Het thema van de parade is dit jaar ‘Events around the World’. Wij wilden iets anders dan een hedendaags iets, want vroeger waren er ook genoeg evenementen. Folkert en ik houden beiden van geschiedenis en zo kwamen wij op de ‘Romeinse Spelen’ met gladiatoren en wagenrennen.’

‘De wagen bestaat uit vier verschillende elementen. Hierdoor hopen wij de aandacht van het publiek vast te houden,’ zegt Folkert. ‘Op verschillende plekken in de wagen zijn doorkijkjes: je ziet telkens iets nieuws.’ Ontwerpers Folkert en Henk worden ondersteund door Gezienus Mulder, de ontwerper van de meeste prijswinnende wagens van Altena. ‘Gezienus ziet dingen waar een ander nog niet over heeft nagedacht. Hij heeft door zijn jarenlange ervaring zoveel kennis opgebouwd, hij is een vraagbaak voor Henk en mij.’

De in Norg woonachtige Folkert is door zijn vriendin, die uit Altena komt, vier jaar geleden betrokken geraakt bij de bouwgroep. ‘Eenmaal erbij en je komt er niet meer vanaf,’ grapt Folkert, die druk is met het intekenen van de materialen en kleuren op het plastic. ‘In de laatste twee weken plaatsen we de niet-vergankelijke materialen. De donderdag voor de parade beginnen we pas met de bloemen. Doordat de bloemen er echt niet eerder op kunnen, wordt het de laatste avond meestal nachtwerk. De wagen moet de volgende ochtend al op tijd naar Roden.’

In de kantine waar om precies acht uur een kwartier koffiepauze wordt gehouden, hangen de plakkaten van de Ereprijs 2016 en de Eervolle Vermelding 2017 aan de muur. Na de koffie blijven zes vrouwen binnen om het voorwerk voor de aankleding van de wagen af te maken. Op één avond plaatsen zij voor de montage van de bloemen ruim 6000 spijkers in stukken piepschuim.

De laatste twee weken zijn de bouwers dagelijks met de wagen bezig. ‘Op de donderdag voor de parade is het hier superdruk en zijn er soms wel zeventig mensen tegelijk aan het werk, zegt voorzitter Michel Schenk van bouwgroep Altena. ‘De laatste twee dagen is het de hele dag doorwerken tot het klaar is. Dat weet iedereen van tevoren, dus dat is voor niemand een probleem.’ Michel zit net als Henk al vanaf het begin bij de bouwgroep. ‘Dat zoveel mensen betrokken zijn bij de wagen is een fantastisch gevoel. Een hecht team is ook een sterker team.’

‘De goede samenwerking komt, omdat er duidelijke afspraken zijn,’ zegt Henk Mensinga. ‘Wij bouwen met 2 à 3 man de steigers op of breken ze af. De rest blijft met hun handen van de steigers af, want anders gaat het mis.’ Dit jaar heeft de 71- jarige Mensinga nog geen één avond gemist. ‘Als mijn kleindochter op bezoek komt, blijf ik wel een keer thuis. Dat vind ik toch net ietsje belangrijker.’

Tegen half elf ronden de bouwers hun werkzaamheden af. ‘Meestal stoppen de vrouwen om half tien en wij om tien uur,’ zegt Schenk. ‘Maar als je eenmaal ergens mee bezig bent, wil je dat nog even snel afmaken. Dat gebeurt in de laatste weken geregeld. Wij hebben alles over voor onze wagen!’