Gezin Vogel bestaat uit topsporters pur sang

‘Weet je wat zielig is? Als hij niet traint!’

NIEUW RODEN – Op het oog een gezin als alle anderen: vader Matthijs, moeder Emma, dochters Demi, Fabiënne, zoon Camiel en jongste hekkensluitster Robbin. Er wordt gelachen, gedold en ruzie gemaakt net als in andere huizen. Ook deze dames laten hun schoenen slingeren, Camiel heeft continu honger en de jongste dame weet het meest van de aandacht op te eisen. Het lijkt een doorsneegezin, maar er is weinig doorsnee aan deze kinderen. Maar liefst drie van de kinderen van Matthijs en Emma sporten op topsportniveau. De doelen waar zij naartoe werken zijn wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Alleen de vijfjarige Robbin is nog niet gescout, maar vreest moeder Emma: “ook die zal wel volop gaan trainen straks.”

Bijzonder mag het zeker genoemd worden: drie kinderen die op zo’n hoog niveau presteren in hun sport. Demi is 14 jaar, Fabiënne is 12 jaar en Camiel is 9 jaar. Ze trainen een indrukwekkend aantal van zeven keer per week tot ongeveer 17 uur. Onnodig te zeggen dat deze drie op het hoogste niveau van Nederland presteren. Camiel doet aan turnen en heeft alles in zich om een nieuwe Epke te worden. Demi werd eerder dit jaar nog Nederlands Kampioen Acrogym en traint nu voor de wereldkampioenschappen, evenals Fabiënne die echter acrogym gedag zei en nu met trampoline springen hoge ogen gooit. Het leven van de Vogel’s bestaat uit onderweg zijn naar de turnhal, trainingen en wedstrijden. Een gegeven waar vader en moeder niet meer anders van worden: “je groeit erin”, vertelt Emma. Zowel zij als haar man hebben ook op hoog niveau geturnd en kennen dus het klappen van de zweep. Desondanks was deze toekomst die nu op hun kinderen wacht echt niet uitgestippeld. “Plezier is het allerbelangrijkste”, vindt Matthijs. “En het is leuk als ze daarmee succes behalen.”

Al jong werden de kinderen gescout. Zelf zagen de ouders ook al jong dat hun kinderen een talent hadden. “Je ziet het al als ze één zijn”, lacht Emma. “Of tenminste wanneer er dan vriendjes over de vloer komen. Dan denk je eerst: dat andere kind ontwikkelt zich niet goed, misschien moeten die ouders daar naar laten kijken. Totdat je merkt: alle kinderen zijn zo en het zijn juist onze kinderen die anders zijn. Als je nu naar Robbin kijkt”, merkt ze op terwijl haar jongste dochter die nog geen zes is al radslagen en handstanden maakt in de woonkamer, “zie je al dat zij superbehendig is. Camiel werd al op zijn zesde gescout. Ik denk dat ze allemaal zeker een stukje talent en aanleg in de genen hebben meegekregen. En daarnaast zijn wij ook echt sportminded. Ze trainen allemaal veel en ze hebben hun lengte mee voor de sport, allemaal mooi klein van stuk.”

Het is een pittige wereld waar de kinderen zich in bewegen. “Er worden best wel wat eisen gesteld aan de kinderen”, vertelt Matthijs, “en als ouders moet je soms ook echt een grens trekken.” “Kijk als Camiel liever naar een kinderfeestje wil dan trainen, dan laten wij hem die keuze”, vervolgt Emma, “maar om eerlijk te zijn, is dat voor Demi niet echt meer een keuze.” Zolang de kinderen het zelf leuk vinden, wordt alles aangepast aan het strakke trainingsschema. Dat is nodig en wordt ook wel verwacht door trainers. “Het doel van Camiel zijn de Olympische Spelen in 2026. Al zijn leerlijnen zijn daarop afgesteld. En als je daar te lang van afwijkt, dan val je af. Hij begon met tien jongens te trainen, daar zijn er nu nog maar vier van over. Eentje brak vorig jaar zijn elleboog en was een jaar uit de running. Die ligt er dan gewoon uit. Hij loopt gelijk zo ver achter, dat het niet meer haalbaar is.” “Ja, dat zwaard van Damocles hangt wel constant boven de kinderen”, beaamt Matthijs. “Het draait echt niet alleen om talent dus”, vervolgt Emma, “want ook iets simpels als een blessure kan roet in het eten gooien. Maar onze kinderen leven echt niet in een porseleinen kastje hoor. Ze zijn denk ik de grootste waaghalzen van allemaal. Anderen zeggen wel eens dat het zielig is dat de kinderen zoveel trainen”, vervolgt ze lachend, “maar weet je wat pas zielig is? Als Camiel niet traint. En dan voor ons, want die energie moet eruit en hij wil toch graag trainen.”

Maar niet trainen, is dus heel soms wel eens aan de orde. “Woensdagmiddag is iedereen vrij. Tenminste na schooltijd dan, want ook dat gaat gewoon door. En soms zijn we op zondag vrij. Dat waardeer je dan wel écht veel meer. Maar goed, zolang het hun passie is, is het goed. Voor hetzelfde geld zijn ze er volgend jaar zat van en stopt het allemaal.” Daar lijkt het nog niet op, alhoewel ze alledrie nog wel een andere wens hebben voor de toekomst. Demi richt zich nu op het WK wat in maart in Antwerpen plaats zal vinden, maar denkt ooit in het ziekenhuis te willen werken. Fabiënne neigt daar ook naar, alhoewel zij wel eerst een vinkje wil zetten achter haar doel: “ik ga niet stoppen met sporten voor ik de Olympische Spelen heb behaald.” Camiel eindigt ongetwijfeld net als Epke met een gouden plak om, maar verruilt het turnpakje zoals het nu lijkt voor de survivaloutfit: hij wil graag bioloog worden. Van turner naar bioloog; de toekomst zal het leren. Van Drent naar Fries; dát heeft de toekomst sowieso in petto. Met hun verhuizing dichterbij de trainingslocaties in Heerenveen en Drachten verliest Noordenveld drie grote talenten. En wellicht eentje in de dop.