‘Het toverwoord van het platform is verbinden’

Nieuw platform moet Leek op de kaart zetten als winkel- en recreatiegebied

LEEK – Promotie Platform Leek moet Leek op de kaart zetten als winkelgebied én een plek om te recreëren. Nu nog wordt er teveel op eilandjes gewerkt, daar moet met het nieuwe platform verandering in komen. De bedoeling is om onder andere het centrum en alle betrokken partijen rondom Landgoed Nienoord meer met elkaar te verbinden, vertelt oud-burgemeester van Leek Berend Hoekstra die voorzitter van het platform is. “Leek promoten in de breedste zin van het woord is het doel. En dat beperkt zich niet alleen tot het centrum, ook het Groot Winkelplein, de HJC-Manege, Postwagen en de sportcomplexen horen daarbij.”

Het nieuwe promotieplatform bestaat uit een stevige organisatie: de Handelsvereniging, de horeca, vastgoedeigenaren, Landgoed Nienoord en de Rabobank zijn vertegenwoordigd. “Even voor alle duidelijkheid: het is niet de bedoeling om bestaande activiteiten van de Handelsvereniging over te nemen. Het platform is bedoeld als paraplu, overkoepelende organisatie om dingen beter op elkaar af te stemmen. Elkaar versterken”, benadrukt Berend Hoekstra. “Er is een hoop werk te doen. Nu wordt er nog teveel op eilandjes gewerkt. Gelukkig is de wil om samen te werken er wel. Dat hebben we van tevoren geïnventariseerd. Toen gevraagd werd of ik onafhankelijk voorzitter zou willen zijn heb ik direct gezegd: leuke klus, maar de wil moet er wel zijn. Ik heb geen zin om aan een dood paard te trekken.”

Koetsentocht

De eerste promotieklus die Hoekstra wil oppakken is de jaarlijkse Koetsentocht.  “De tocht bestaat al jaren, we hebben alleen verzuimd het te promoten. Mensen kwamen pas naar buiten als ze de paarden hoorden trappelen. We zijn van plan om er een groot evenement van te maken. De Koetsentocht houden we op 26 mei, tegelijk met koopzondag in het centrum. Het is de bedoeling om de tocht vanuit het museum door de kop van Drenthe te laten rijden met als afsluiter een defilé door het centrum van Leek. Hierin zoeken we ook de samenwerking op. Zo gaat Westerkwartier Paardenkwartier participeren in de Koetsentocht. Het idee is twee oude wipkarren mee te laten rijden die, net als vroeger, worden getrokken door paarden. In een van die karren zit de dorpsomroeper die de tocht aankondigt met een luidspreker. Hoe mooi zou het zijn dat er vooraan de tocht amazones van de HJC-manege rijden?”, vertelt Hoekstra die de dorpsverenigingen van de verschillende dorpen waar de tocht doorheen trekt (onder andere Langelo, Lieveren en een, red.) wil vragen of ze willen fungeren als publieksjury. “Toverwoord van het platform is verbinden.”

Bestuur

Het platform wordt geleid door het dagelijks bestuur. Harold de Vries zit er namens Nienoord in, Albert Kuil (mede-eigenaar van Sportcentrum Leek, het borgrestaurant, restaurant Op de Dam)  namens de horeca, Kuil is ook voorzitter van Horeca Nederland, Plus-eigenaar Marco Verbeek heeft zitting namens de Handelsvereniging, datzelfde geldt voor Robert Muizer. De rol van secretaris wordt vervuld door Carlo Eizinga van de Rabobank, het penningmeesterschap door het duo Gert Klinker (hij vertegenwoordigt de vastgoedeigenaren) en Yvonne de Weerd van de Handelsvereniging. Berend Hoekstra is voorzitter. Een stevige club. Hoe breder gedragen, hoe groter de haalbaarheid van het doel, lijkt het. “Dat klopt. Samenwerking is essentieel wil je iets bereiken. Het is ook goed dat bijvoorbeeld vastgoedeigenaren betrokken zijn. We moeten leegstand zien te voorkomen. En mocht er een pand leegstaan moet je zo’n etalageruit aanzien geven. Met een trust met een grote visual bijvoorbeeld. Dat doen ze in Berlijn ook. Niet dat ik Leek wil vergelijken met Berlijn, maar het geeft een heel andere aanblik dan een lege winkel.”

Ook de rol van de horeca is belangrijk voor het slagen van Leek als aantrekkelijk winkelcentrum en recreatiegebied, vindt Hoekstra. “Dag-horeca is belangrijk voor het verblijf. Horecazaken zorgen ervoor dat consumenten langer in het dorp verblijven. Goede horeca versterkt het winkelcentrum”,  stelt de voorzitter die ervan overtuigd is dat er per branche sowieso twee aanbieders in een dorp zouden moeten zijn. “Ik las in een onderzoek dat er per branche meerder aanbieders moeten zijn in dezelfde branche om een winkelcentrum aantrekkelijk te houden. Dat triggerde me. Centra met maar 1 aanbieder per groep krijgen het moeilijk. Mensen willen vergelijken, iets te kiezen hebben. Anders gaan ze naar grotere centra. Dat is iets om over na te denken.”