Hier kuj Drents praoten

 

“De Drentse taal is een groot cultuurgoed, daar moet je zuinig op zijn”

PEIZE/NOORDENVELD – De Drentse taal: wie van de basisschool- of middelbare schoolleerlingen zou het nog spreken? De oudere garde echter is veelal nog trots op dit dialect en spreekt het onderling nog veel. Samen met die taal hangen de Drentse gewoontes van de koffie die altijd klaar staat tot de achterdeur die altijd los is. Een groot cultuurgoed, vinden de Peizer dames Tea Nijnuis en Jeichien Helder. Iets om te koesteren en daar zetten zij zich volop voor in.

Beide dames zijn verbonden aan het Drentse Huus van de Taol. Tea staat aan de start van haar functie als ‘schulte’ en is in die functie druk met de representatie van het Huus van de Taol, het inzetten voor het juiste gebruik van het Drents en het promoten hiervan. Als schulte wordt ze ondersteund door diverse keurnoten, waaronder Jeichien, die je kunt zien als de wethouders onder een burgemeester. De koffie en thee komen op tafel, de kopjes komen op viltjes met de alleszeggende tekst ‘hier kuj Drents praoten’. De één is gewapend met haar felle inzet, de ander tovert een volle multomap met aantekeningen en knipsels tevoorschijn. Als het om het Drents gaat, zetten de dames zich er volop voor in.

“Zo, dat begint al goed”, stelt Tea goedkeurend, “als er geopperd wordt dat het misschien wel zonde is dat de jeugd zo weinig met het Drents in aanraking komt. “Ik ben met de Drentse taal zelf heel fanatiek”, vertelt de geboren en getogen Peizenaar. “Ik spreek het liefst in het Drents en vind dat iedereen het zou moeten spreken.” Verstaan is volgens haar in elk geval geen probleem. “Als we gaan voorlezen op de basisscholen vraag ik altijd eerst: ‘wie spreekt er geen Drents? Dan steekt waarschijnlijk iedereen zijn hand op. Als ik het verhaal dan heb voorgelezen, vraag ik: wie heeft het niet begrepen? En dat is dan niemand.”

De jeugd met de taal bekend maken, is één van de moeilijke doelen die Tea zichzelf heeft gesteld. Zo lezen ze dus elk jaar op alle basisscholen in de gemeente voor. “En dat zouden we best vaker willen doen”, aldus Tea. “Het leuke is”, vult Jeichien haar aan, “dat ik later nog wel eens jeugd tegenkom in het dorp en ze dan ‘moi’ zeggen.” Tea is ook van plan een Drentse kerkdienst te organiseren, ze schrijft voor Moi Noordenveld en heeft net haar derde dichtbundel uitgegeven. De inzet voor de Drentse taal vinden beide dames vanzelfsprekend. Dat uitdragen van die taal proberen ze continu te doen. “Dit is je eigen taal”, aldus Jeichien. “Het is niet zo dat het makkelijker is om Drents te praten, ik praot altíed Drents. Soms dan hoor ik wat en dan denk ik: dat moet er weer in.” Het ultieme doel: de erkenning van dit Drents als taal. “Jazeker”, vertelt Tea. “Daar zet het Huus van de Drentse Taol zich enorm voor in. De hunebedden waren er eerder dan Amsterdam, dus eigenlijk zou iedereen Drents moeten praten.” “Of in elk geval de streektaal”, vergoeilijkt Jeichien. “Nee hoor”, houdt Tea vol, “de hunebedden staan in Drenthe, niet ergens anders. Het is in elk geval een groot cultuurgoed en daar moet je zuinig op zijn. Steeds meer verdwijnt en je wilt dat bewaren. En als je dat wilt, moet je je er voor inzetten.”

Jeichien gaat als keurnoot al even mee. Ze schat het op een jaar of twintig zeker wel. “Toen begonnen we met de boekenverkoop aan de deuren. Hadden we een kruiwagen volgeladen met Drentse boeken en dan maar de straten door. Al die voordeuren waren altijd op slot en dan gingen al die knippen er eerst af voor er open werd gedaan”, lacht ze. Typisch de Drent vinden de dames, daar ga je achterom. De echte Drent is volgens hun ietwat afwachtend. “Ik denk dat dat komt, doordat we hier laat ontwikkeld zijn. Hier had je niet zoals in Groningen de rangen en standen met heren en boeren. We waren afhankelijk van elkaar en dan heb je die noaberplicht. En dat is nog steeds zo: je zorgt voor elkaar.” “Ja”, vindt ook Tea, “Mensen helpen elkaar hier. We lopen de deur niet plat, maar als het zo moet wezen, dan zijn we er.”