‘Ik weet nog dat ik dacht: “ik ga hier niet aan kapot”. Dat gevoel kan ik nog steeds oproepen’

Henk van Kalken over ‘Alles en niets’

RODERWOLDE – De in Roderwolde woonachtige Henk van Kalken bracht onlangs zijn derde boek uit. Het betreft een verzameling columns die maandelijks te lezen is in dorpskrant ‘De Wôlmer’. Van Kalken heeft een bijzonder leven achter de rug. In gesprek met de import-Rowolmer, blijkt zijn kijk op het leven een verfrissende te zijn. Honderduit vertelt hij over schrijven, zijn jeugd en zijn visie op het leven.

Wat een gesprek over zijn bundeling columns had moeten zijn, werd een gesprek over het leven in al zijn algemeenheid. Henk van Kalken, nu zes jaar woonachtig in Roderwolde, kan hier uren over praten. Hij werkte vroeger als maatschappelijk werker, maar was liever journalist geworden. ‘Dat zat er helaas niet in. Ik heb wel stukjes geschreven voor de Leeuwarder Courant en de Heerenveense Courant, maar uiteindelijk ben ik als maatschappelijk werker aan de slag gegaan.’ Die carrière had onder andere met de jeugd van Henk te maken, die allerminst makkelijk was. ‘In mijn jeugd groeide ik voor een groot deel in kindertehuizen op. Ik had een historie met kindermishandeling, waardoor ik daar terecht kwam. Uiteindelijk was daardoor de stap naar maatschappelijk werk ook niet zo heel vreemd. In dit werk luidt een soort motto, dat als je de hulpverlening ingaat, er met jezelf meestal ook iets mis is. Dan wil je zelf iets leren.’

Terugkomend op zijn jeugd, windt Henk er geen doekjes om.  ‘Mijn gezinssituatie was vreselijk.  Mijn ouders waren rond de 45 jaar toen ze mij kregen en mijn moeder was zwanger in de hongerwinter. Daarnaast was mijn  vader een driftkop. Hij had iets wat wij wellicht tegenwoordig ADHD zouden noemen. Hij hield echt van me, maar kon vreselijke driftbuien krijgen en had dan losse handjes. Eén keer draafde hij helemaal door en sloeg hij me bijna dood met een strijkbout. Toen kwam de politie langs bij ons flatje op driehoog en verdween ik in een kindertehuis’, vertelt Henk. Daar werd zijn situatie er niet per se beter op. ‘Ik kreeg  er te maken met verbaal en fysiek geweld, intimidatie en mishandeling’, zegt Henk. Door zijn ervaringen in de verschillende kindertehuizen, raakte Henk geïnteresseerd in het boeddhistische geloof. ‘In mijn jeugd leerde ik mezelf aan dat het Christelijke geloof niet kon. Iedere zondag zaten we bij een andere kerk, die allemaal gelijk hadden en een andere waarheid er op nahielden. Ik heb toen de basis gelegd voor een interesse in het Boeddhisme. Die interesse heb ik in de jaren ’80 van de vorige eeuw uitgezocht. Tegenwoordig ben ik dzogchen practioner. Ik ga dat niet helemaal uitleggen, maar het is een manier van leven die is afgeleid van het Boeddhisme. Het is geen geloof, meer een staat van zijn.’

Zijn zware jeugd heeft ervoor gezorgd dat Henk vroeger veel in therapie zat. ‘Ik ben er uiteindelijk goed uitgekomen. Ik heb ook altijd contact gehouden met mijn vader. Zoiets tekent je echter wel. Wat je in de tehuizen meemaakt, vormt je. Zo hield ik er een bepaalde overlevingsstrategie op na. Ik weet nog dat ik een jaar of elf was, en ik opeens een soort vreemde levensdrang over me heen voelde. Ik kan het gevoel niet beschrijven, maar ik weet nog dat ik dacht: “Ik ga hier niet aan kapot.” Dat was heel bijzonder. Dat gevoel kan ik nog steeds oproepen’, zegt Henk. Volgens hem komt een dergelijke overlevingsdrang vaker voor bij kinderen in probleemgezinnen en tehuizen. ‘Mijn vrouw werkt nog steeds in deze sector en die vertelde dat het bij zulke kinderen vaak voor komt dat zij er óf aan kapot gaan, óf dat ze juist een bepaalde levensdrang krijgen.’
Een bijzondere jeugd, zo mag je het zeker wel noemen. Zo besloot Henk al op vroege leeftijd zijn naam te laten wijzigen. ‘Toen ik weer naar huis mocht, besloot ik Henk te gaan heten in plaats van Hennie Ik werd geboren als Hennie, maar hoorde dat het ook een meisjesnaam was.  In het weeshuis liep een jongen die Henk heette, en een stuk ouder was dan de rest. Hij was hierdoor ook een stuk groter en een soort ‘godheid’ voor ons. Ik besloot voortaan als Henk door het leven te gaan.’

Na een bewogen jeugd en professionele hulp, kwam Henk uiteindelijk vrij ongeschonden uit de strijd. Over de jaren van mishandeling kan hij tegenwoordig goed praten. ‘Anders schrijf je er natuurlijk geen boek over.’ Dat boek liet nog wel even op zich wachten. ‘Zo’n tien jaar geleden was ik  te gast bij ‘Vinger aan de pols’. Daar werkte Geri Donkervoort als redacteur aan mee, helaas is ze inmiddels overleden. Ik vertelde in dit programma over mijn ervaringen met mishandeling en zij benaderde mij na dit interview om een boek te gaan schrijven. Zij zou dan de redactie verzorgen.’ Zo gezegd, zo gedaan. Maar de samenwerking tussen Henk en Geri stopte op den duur. ‘Ik heb het boek toen in de kast gelegd en keek er niet meer naar om. Tot dat ik in Roderwolde kwam wonen.’
De in Amsterdam geboren Henk kwam via Friesland naar Roderwolde. ‘Mijn vrouw komt oorspronkelijk uit Rotterdam, maar woonde twintig jaar in Zuidlaren. Misschien: zij had wat moeite met Friesland en het Friese. Dus besloten we te verhuizen, ook omdat mijn vrouw in Groningen werkt en dat vanaf het Noordelijkste punt in Friesland nogal een afstand was. Dan was je een uur en een kwartier onderweg, en mocht je blij zijn als je niet achter een trekker belandde’, lacht Henk. In Roderwolde begon het schrijversbloed weer te stromen. ‘Ik pakte het boek weer op en heb het afgemaakt. Het kan zijn dat deze omgeving mij inspireert, maar misschien is het ook wel de geest van Peter van der Velde die hier rondwaart’, lacht Henk, die in de oude woning van de legendarische lokale schrijver woont. Henk maakte zijn eerste boek ‘De Steenrode Jas’ af en schreef de fantasyroman ‘Laudanum’. Daarnaast werd hij gevraagd om voor dorpskrant De Wôlmer interviews te gaan doen. ‘Dat was een hele eer. Hier in Roderwolde moet je wachten tot je gevraagd wordt, zo gaat dat. Toen dat eenmaal het geval was, ging ik het met veel plezier doen.’ Sowieso voelt Henk zich ontzettend thuis in Roderwolde. ‘De verbondenheid in dit dorp is heel groot. Nog voor mijn vrouw en ik hier woonden, waren we al op de eerste barbecue uitgenodigd. We zijn hier binnen no-time geïntegreerd. Het leuke is, dat iedereen elkaar helpt. Zo ben ik een beetje de buurtconciërge. Als ik even op een hondje of kat moet passen, of een klein klusje moet doen, dan doe ik dat graag. Naoberschap heeft hier echt betekenis gekregen voor mij’, lacht Henk. Desondanks mist Henk zo af en toe de stilte van het Friese Wierum. ‘Ik heb een chronische heimwee naar Wierum. Maar ik ben hier heel gelukkig.’

Inmiddels heeft Henk dus zijn eigen column in de dorpskrant van ‘Rowol’. ‘Ik schrijf over alles en niets. Zo heet de bundeling van columns ook. Dat kan gaan over wat zich hier afspeelt, wat ik buiten zie gebeuren of wat ik op tv zie. Het kan gaan over geluk, verdriet, woede en ook over helemaal niets.’

De verhalen zijn in ieder geval nog lang niet op en een volgende roman zit er aan te komen. ‘Ik verwacht hem in juni klaar te hebben’, zegt Henk. Daarnaast kan hij genoeg uit zijn leven putten. Noem een beroep, en de kans is aanwezig dat Henk het heeft beoefend. ‘Ik ben nog een tijdje hypnotherapeut geweest. En als jonge jongen heb ik gevaren. Zulke dingen komen altijd op een bepaalde manier terug in een boek. Een boek is eigenlijk negentig procent van de tijd autobiografisch.’

Ondanks zijn bewogen leven, kijkt Henk tevreden terug op de voorgaande jaren. ‘Het leven is een leerproces, wat nog steeds gaande is.’ Als straatschoffie werd hij streetwise in Amsterdam en dat Ciske de Rat-achtige zit er nog steeds een beetje in. ‘Ik ben een beetje een kruising tussen Jan Cremer en Ciske. Al overschat ik mezelf niet. Mijn boeken zijn geen hoogstaande literatuur, daarvoor ben ik te laat begonnen. Je moet een beetje realistisch zijn. Daar houden de mensen hier wel van.’

De verzameling columns, ‘Alles en niets’ genaamd, van Henk zijn te koop via Uitgeverij EigenZinnig in Tolbert. Daar zijn ook de boeken ‘De Steenrode Jas’ en ‘Laudanum’ te koop.
Bijzondere verhalen, van een bijzondere man. Zoals hij zelf al zegt zijn het geen literaire meesterwerken, misschien op de Steenrode Jas na. Maar de moeite waard zijn de boeken zeker. De ongebreidelde fantasie van Henk van Kalken, komt voort uit een onwaarschijnlijk leven. Fascinerende verhalen, van een bijzonder mens.