“Ik wil winnen, maar als we verliezen dan met het snot voor de ogen”

Danny Buijs geniet in Norg


NORG – Zoemende camera’s, microfoons van Fox Sports, verslaggevers van Voetbal International. Een hotel vol met voetballers en technische staf met laptops op schoot. Verwonderd om zich heen kijkende gasten. Nee, het gaat hier niet over Huis ter Duin in Noordwijk, waar Oranje lange tijd haar thuishaven had. Dit was het onwerkelijke, maar wel degelijk werkelijke plaatje afgelopen week in hotel Karsten in Norg, alwaar  de voltallige selectie van FC Groningen was neergestreken.

Trainer Danny Buijs is  erg te spreken over het verblijf in het hotel: “Het eten is uitstekend, de mensen zijn vriendelijk en we kunnen er prima slapen. Dat zijn belangrijke  voorwaarden voor een geslaagd trainingsweekje dat afgelopen vrijdagavond winnend (2-1) werd afgesloten met een wedstrijd tegen SV Meppen uit Duitsland.  Het trainingskamp, waarbij de velden van GOMOS werden gebruikt om te trainen, staat natuurlijk in het teken van de voorbereiding op het nieuwe seizoen. En om elkaar een beetje te leren kennen. Want dit seizoen staat er een nieuwe kapitein op het schip van de groen-witten. Al ziet de man waar het om gaat, Danny Buijs, zich niet echt als kapitein. “Als ik ergens een hekel aan heb is het op een dwingende manier communiceren en de baas spelen. Ik ben geen ‘dictator’. Wat ik wil is vooral de verbinding zoeken met mijn staf en spelers en natuurlijk niet in de laatste plaats met het publiek. Want dat willen we vermaken.” Hoog tijd voor een mooie boswandeling met de man die moet doen wat zijn voorgangers Faber en Van de Looi niet lukte: het publiek vermaken en de leegloop in het stadion een halt toeroepen. Het esdorp Norg is niet alleen de prachtige Brink met haar gezellige markten, maar ook gewoon een heel gezellig vakantiedorp met veel bos. Een interview in het bos? Buijs reageert op zijn inmiddels bekende manier. Ingetogen, beheerst, maar enthousiast. “Even lekker uit de drukte.” De wandeling begint twintig minuten later, omdat de verslaggevers van VI en de hoofdtrainer van FC Groningen maar niet uitgepraat raken. Buijs ten voeten uit. Erg communicatief ingesteld en hij praat het liefst 24/7 over het spelletje. Nog maar net in het bos brandt de oefenmeester los. Over zijn aanstelling. Over zijn plannen, zijn kracht maar ook over onzekerheden. “Ik wil samenwerken. Ik beslis, daarvoor ben ik aangesteld maar we doen het echt samen. Met elkaar. Die woorden wil ik ook werkelijkheid laten worden. Dat iedereen het gevoel heeft belangrijk te zijn omdat het gewoonweg zo is en we op die manier de grootste kans hebben op een mooie succesvolle tijd met elkaar. Want dat is wat we willen. Succes. Het publiek vermaken. Punten pakken. Het Noordlease Stadion moet weer een onneembare vesting worden. Als het mooi kan, graag. Maar we willen resultaat. Of dat mij als trainer gaat lukken? Dat kan ik niet beloven. Ik heb er wel veel vertrouwen in en ik ga er alles aan doen. Dat kan ik wel toezeggen!” Buijs heeft het naar zijn zin bij Groningen blijkt al snel. Maar het is drukker dan verwacht, geeft hij toe. “Ik wist natuurlijk dat er veel op me af zou komen, maar hoeveel en wat precies is best lastig in te schatten. Het is druk, maar ik geniet. Dit is wat ik wil. De schouders er onder zetten en alles geven om met Groningen een mooie toekomst neer te zetten.” Aan de gedrevenheid van de trainer zal het niet liggen en hij is al met FC Groningen bezig  sinds Nijland en Jans een kopje koffie kwamen drinken ergens vorig seizoen. “Ik heb het al heel vaak gezegd. Het is een kans die je misschien nooit meer krijgt. Zeker, het is een grote uitdaging, maar eigenlijk heb ik nooit echt getwijfeld.” Waar haalt Buijs die zelfverzekerdheid vandaan? Tenslotte ontbreekt iedere ervaring als coach bij een BVO? “Ik heb ook geen idee,’ lacht de westerling die alwéér verdwaald is in het noorden. “Natuurlijk heb ik ook mijn onzekerheden. Dat is toch logisch? Dat heeft iedereen. Daar kom ook voor uit. Maar uiteindelijk weet ik ook wat ik graag wil en denk ik ook dat ik dit kan. Daarbij heb ik altijd een paar mensen uit de voetbalwereld die op het allerhoogste niveau ongeveer alles hebben mee gemaakt, waar ik op kan terug vallen. Dat is fijn. Vaak doe ik dingen en maak ik keuzes op basis van intuïtie. Ook nu is dat het geval en ik heb ik het geweldig naar mijn zin. De mensen bij de club zijn enthousiast en het publiek ook. Natuurlijk weet ik dat het ook tegen kan gaan zitten als je een paar wedstrijden achter elkaar verliest. Hoe ik daar dan mee zal omgaan? Geen idee. Door gewoon mezelf te blijven. Maar het is de bedoeling, dat we vooral wedstrijden gaan winnen,’ knipoogt de trainer die hoopt op nog een paar versterkingen. ‘Want die maken de kans daarop wel groter.” Waar de ploeg op dit moment staat, is Buijs zelf ook erg benieuwd naar. “Ik zie progressie. De sfeer is goed, maar dat is vaak zo onder een nieuwe trainer. Straks zal ik definitieve keuzes moeten maken en spelers gaan teleurstellen. Dan zullen er ook spelers minder blij zijn met mij misschien.” Stond zijn voorganger Faber bekend om zijn vele positiewisselingen en verschuivingen binnen het elftal, daar houdt Buijs meer van vastigheid. “Het mentale deel wordt wel eens onderschat. Spelers hebben vertrouwen nodig. Als Van Weert iedere wedstrijd na 60 minuten al naar de kant kijkt als hij nog niet heeft gescoord, is dat niet bevorderlijk voor zijn zelfvertrouwen. Ik geloof dat vertrouwen heel belangrijk is voor een speler. En als na een serie wedstrijden blijkt dat iemand niet goed functioneert en je wisselt hem voor iemand anders, is het de kunst zijn vertrouwen niet te breken maar hem te helpen verder te groeien. Zodat het in de toekomst wel lukt.” Ook het stelselmatig schuiven binnen het team zullen we dit seizoen minder zien. “Door langer vast te houden aan bepaalde vastigheden kunnen er ook automatismen ontstaan die weer leiden tot vertrouwen. Je leert elkaar en de manier van spelen (her) kennen waardoor je beter kunt anticiperen op situaties. Het mooiste is wanneer we op verschillende manieren kunnen spelen. Dat heeft tijd nodig.” De afgelopen jaren was het niet best wat FC Groningen liet zien. Het spel was te vaak tenenkrommend, de ‘Hel van het Noorden’ lijkt haar poorten definitief te hebben gesloten en ploegen kwamen naar het noorden om iets te halen in plaats van met knikkende knieën. Degradatievoetbal werd maar ternauwernood ontlopen. Wat kunnen we komend jaar verwachten en wat is reëel? Iedere nieuwe trainer belooft vaak dat er een andere wind gaat waaien en het goed komt. Dat besef is er bij de trainer: “Het is helder dat het beter moet dan voorbije seizoen. Wij zijn FC Groningen en horen niet tegen degradatie te voetballen of steeds naar onderen te kijken. Ook als er geen versterkingen komen,  moeten we met deze groep in het linkerrijtje kunnen eindigen en ons kwalificeren voor de play-offs. En met Mahi, Doan, Cassiera, Van Weert en Drost hebben we genoeg spelers die het publiek kunnen vermaken.” Opvallende naam in dit rijtje is die van Jesper Drost.  De verguisde aanvallende middenvelder lijkt een nieuwe kans te krijgen maar de bevlogen oefenmeester wil er niet te veel over kwijt. “Ik speel graag met drie middenvelders. Eentje vlak voor de defensie, een die er wat tussenin pendelt en een die een spits vrij voor de goal kan zetten. Zo iemand is Doan, maar Drost ook. Ik weet dat hij een goede voetballer is. Waarom het er nog nooit uitgekomen is, kan ik niet veel over zeggen. Hij heeft veel potentie en ik zie dat hij vecht voor zijn kans. Die kans krijgt hij, net als iedereen. Ik hoop dat hij hem pakt.”

Terug naar de ambities voor het seizoen. Buijs weet heel goed wat hij wil en is zich bewust van de onvrede bij een groot deel van de aanhang en daar moet iets aangebeuren om oude tijden te laten herleven. “Daar ligt een grote prioriteit. Luisteren naar het publiek en ze vermaken. Ik denk dat we daar de spelers voor hebben, helemaal als Mahi fit is. Misschien moeten we soms eens wat verder terug zakken, maar in principe wil ik met FC Groningen de tegenstander snel vastzetten. Zodat de tegenstander al vrij snel het idee heeft dat hier weinig te halen is. Het is een manier van spelen die het publiek graag ziet en voor hen spelen we. En dat zal best eens mis gaan. Maar als we dan toch een keer verliezen dan wil ik dat we met de tong op de schoenen en strijdend ten onder gaan. Dat het publiek gezien heeft dat we ons in ieder geval het snot voor de ogen hebben gewerkt. Want dat is het minste wat we kunnen doen. En dat gaan we doen. Beloofd!”