In het verdomhoekje

Kennelijk voelt het zo, voor sommige boeren, als het gaat over de desastreuze achteruitgang van de weidevogelstand. Daar ging het vorige week in deze column over en daar kwamen nogal wat reacties op. Onder meer van boeren, maar ook van mensen die de tegenwoordige gang van zaken met lede ogen aanschouwen. Aan de hand van cijfers kan worden aangetoond dat het werkelijk bedroevend slecht gaat met soorten als Grutto, Kievit, Tureluur, Scholekster, Watersnip enzovoorts.

 Eigenlijk heb je daarvoor helemaal geen cijfers nodig. Als je goed om je heen kijkt en je ogen niet in je zak hebt kun je het overal zien. Waar vroeger nog veel weidevogels broedden en zich lieten horen is het nu stil, doodstil. Daarover sprak ik met een familie uit Steenbergen die zich, net als ik, de tijd kan herinneren, niet eens zo lang geleden, dat er nog sprake was van volop leven. Dat was omstreeks 1995, toen er trouwens al sprake was van een steeds verdergaande  intensivering van de landbouw. Expliciet ging het over het Steenbergerveld en de tijd waar ik het in mijn column over had. Voor hen is het duidelijk dat daar de enige veranderende factor de landbouw is. Ter illustratie kreeg ik nog een aantal foto’s te zien, onder andere van een dode Haas die met gif in aanraking was gekomen. Overigens zien ze vaker dode dieren nadat er weer eens gespoten is. Dat was nu ook het geval en toevallig waren er jerrycans blijven liggen waarin het ’wondermiddel’ Oxamyl zat. Een zeer giftig middel dat al jaren in de Verenigde Staten verboden is, maar hier kennelijk nog steeds gebruikt mag worden (o.a. tegen aaltjes en allerlei ’schadelijk’ insecten).

Ook Heine Hut uit Haulerwijk reageerde, vooral om me een hart onder de riem te steken, want hij was het helemaal eens met het gestelde in de column. Hij had over het onderwerp een stuk geschreven, maar dat werd door de redactie veel te lang bevonden. Dat heeft hij teruggebracht tot ’aanvaardbare proporties’ hetgeen u iets verderop (pagina 11) kunt lezen. Hij heeft het daarin over een nog vroegere periode, 55 jaren geleden, een periode dat het hier in Nederland nog miegelde van de weidevogels. Als eierzoeker (en nestbeschermer) weet hij ook te vertellen dat er toentertijd tal van predatoren aanwezig waren, maar dat verhield zich goed tot elkaar. Toen was er dus sprake van een natuurlijk evenwicht. Ik kan me die periode ook nog goed herinneren en kan me daarom heel goed voorstellen hoe het voor Heine voelt als hij de tegenwoordige situatie onder de loep neemt.

Niet iedereen reageerde positief op mijn verhaal. Zo vindt mevrouw Venekamp, veehouder aan de Kolonievaart in Huis ter Heide dat ik te veel de schuld bij de agrarische sector leg, die daardoor in het verdomhoekje wordt geduwd. Zij zegt dat andere factoren ook een rol spelen en dat er steeds minder ruimte is (o.a. door woningbouw en het sterk toegenomen verkeer). Zij vindt dat ik (en natuurorganisaties) er een te eenzijdige benadering op nahoud. Verder is het ook zo dat er door de omvorming van landbouwgebied naar natuurgebied weidevogelgebied verloren is gegaan. Maar ik heb het over de algemene tendensen, de cijfers die voor mij leidend zijn. Zij heeft het vooral over haar eigen, plaatselijke situatie, maar die kan verschillen van elders. Maar ook bij haar kom je geen weidevogels meer tegen, hoewel ze, zegt ze zelf, extensief boert. Ze beweerde verder dat er steeds minder koeien dan vroeger in Nederland rondlopen, maar dat klopt niet helemaal. Nu zijn er ruim 1,5 miljoen melkkoeien en dat is evenveel als in 1950. Wat sterk is veranderd is de productie: in 1950 6 miljard kilogram melk en dat is nu 12,6 miljard kg. Wel waren er in de jaren 80 van de vorige eeuw meer koeien dan nu, namelijk 2,2 miljoen die toen tezamen 13,2 kg melk produceerden. In 1910 was de situatie anders. Toen waren er ’slechts’ 1 miljoen melkkoeien en was er echt sprake van extensieve landbouw. Dat het anders kan, extensiever, bewijst Peter Oosterhof uit Foxwolde die op de biologische toer is gegaan. Over deze koerswijziging verscheen een reportage in het laatste verenigingsblad van IVN Roden. Bij hem is de foto in alle vroegte gemaakt. Geen groen biljardlaken maar kruidenrijk gras. Maar daar heb je de weidevogels (nog) niet mee terug.