‘Je kunt geen goede wethouder zijn als je blijft hangen in de waan van de dag’

Wethouder Plandsoen heeft binnenkort weer tijd voor zijn piano

LEEK – Het einde van de gemeente Leek is in zicht. Vanaf 1 januari 2019 gaat de 207-jarige gemeente op in de grotere gemeente Westerkwartier. Met het verdwijnen van de gemeente, zal ook het college van burgemeester en wethouders elders zijn heil zoeken. Of iemand als Karin Dekker nog een rol zal spelen in de nieuwe gemeente, blijft onzeker, maar dat de ervaren Ben Plandsoen (61) stopt, is in ieder geval zeker. Maar liefst zestien jaar is hij wethouder van de gemeente Leek. Nu is het tijd voor een nieuw avontuur. De Krant sprak met Plandsoen, die met liefde en vol overgave over zijn vak vertelt.

Voor zijn aanstelling als wethouder, was Plandsoen hoofd van de bieb in Leek en zetelde hij in de Culturele Raad Leek. Eigenlijk is hij, naar eigen zeggen, altijd al betrokken geweest bij de politiek. Lang hoefde hij er niet over na te denken, toen de plaatselijke PvdA hem vroeg om wethouder te worden namens de partij. Nu, zestien jaar later, is het einde in zicht. ‘Als wethouder doe je veel “learning on the job”. Dat ik politicologie heb gestuurd, gaf me enige voorsprong. Maar een opleiding tot wethouder is er niet. Dat geeft ook het belang van ambtenaren aan’, stelt Plandsoen.

Daarmee komt hij direct bij een belangrijk punt voor een wethouder: de wisselwerking tussen ambtenaren en wethouders. ‘In het begin leer je veel van de ambtenaren met wie je werkt, omdat zij op dat moment meer weten van bepaalde zaken. Uiteindelijk ontstaat er een “ambtelijk-bestuurlijke pendel”, zoals ik het zelf graag noem. Het is de wisselwerking tussen de ambtenaar met zijn inhoudelijke kennis, en de wethouder met zijn politiek-bestuurlijke inzichten. Een vruchtbare pendel is een pendel waarbij de wethouder en de ambtenaren elkaar aanvullen.’ Door de jaren heen is het, zo geeft Plandsoen grif toe, onmogelijk dat de wethouder en zijn ambtenaren nooit van mening zullen verschillen. ‘Dat klopt. Uiteindelijk moet je vrijuit kunnen praten over de kwesties en thema’s die je behandelt. Ik ben vaak genoeg van mening veranderd, maar heb ook ambtenaren van mening kunnen doen veranderen. Het verschil is uiteindelijk dat de wethouder de eindverantwoordelijke is en hierdoor beslissingen moet nemen waarbij hij in het belang van een gemeente denkt. En ja, dan ga je wel eens tegen het advies van je ambtenaren in. Maar als je voor jezelf die keuze kunt verantwoorden, dan maak je die keuze met volle overgave.’

Plandsoen onderstreept dat hij, ondanks de incidentele meningsverschillen, altijd een goede verstandhouding heeft gehad met zijn ambtenaren. ‘Ik hoef er niet mee de kroeg in te kunnen, maar voor een goede samenwerking is wederzijds respect heel belangrijk. Daarnaast moeten beide partijen openstaan om zich op basis van argumenten te laten overtuigen. Koppig zijn heeft in een ambtelijke pendel geen zin. Je kunt veel beter koppig zijn in de raad’, meent Plandsoen.

Afscheid nemen van een bepaalde werkomgeving, betekent het achterlaten van bepaalde ritmen. Dat hoeft geen slecht teken te zijn, maar het is wel degelijk spannend. Al laat Plandsoen weten dat hij zich nooit liet leiden door de waan van de dag. ‘Daar stond ik altijd ontspannen tegenover’, zegt hij. ‘Ik ben heus wel eens een dag met tegenzin naar het werk gegaan. Dat heeft iedereen. Dat zit hem dan soms in de stroperigheid en de kleverigheid die politiek met zich meebrengt. Overleggen met mensen die niet voor argumenten open staan bijvoorbeeld. Koppigheid frustreert ontzettend.’

Misschien dat de wethouder van Leek juist daarom altijd de waan van de dag probeerde te ontstijgen, door verder te kijken dan zijn neus lang is. ‘Ik ga graag naar symposia’, geeft hij aan. ‘Op zulke momenten ga je dieper in op bepaald materie en kwesties. Daar werd je gevoed om verder te kijken. Je kunt geen goede wethouder zijn als je blijft hangen in de waan van de dag.’

Over hoogtepunten tijdens zijn lange carrière, hoeft Plandsoen niet lang na te denken. ‘Ik heb mij in die zestien jaar continu bezig gehouden met de portefeuilles welzijn/zorg en jeugd/onderwijs. Een hoogtepunt was voor mij bijvoorbeeld het openen van een nieuwe school. Mensen zien dan het resultaat, maar ik zie natuurlijk ook de aanloop naar de nieuwe school. Meestal is daar jarenlang aan gewerkt en dan staat het er eindelijk voor de kinderen. Dat zijn goede momenten.’

De financiële problemen die de gemeente Leek heeft ondervonden, waren voor Plandsoen een dieptepunt. ‘Het storende is dat de crisis mensen – die het toch al moeilijk hadden – het nog lastiger heeft gemaakt. Persoonlijk ben ik juist daarom voor een anticyclus-beleid. Investeren in slechte tijden en geld sparen wanneer het goed gaat. Zo geef je in moeilijke tijden bepaalde prikkels, die sectoren uit een dip kunnen halen.’

Voor de PvdA gaat Plandsoen niet zo bijster veel meer betekenen. Wél mogen partijgenoten altijd een beroep op hem doen. Op de lijst staat hij niet. De aanstaande verkiezingen in het Westerkwartier ziet hij met vertrouwen tegemoet voor ‘zijn’ partij. Met Rianne Vos hebben zij een relatief jonge kandidaat wethouder. Een goede keuze, meent Plandsoen. ‘Rianne koppelt jeugdigheid aan ervaring’, stelt hij. Wat hij ook ziet zitten, is een fusie met GroenLinks, zoals de PvdA en GroenLinks dat in de gemeente Noordenveld deden. ‘Ik beschouw mezelf als een groene PvdA’er. Een fusie zie ik wel zitten.  Waarom niet? Als je op zoveel punten overeenkomt, zou het best logisch zijn. Op landelijk niveau zou ik het ook niet vreemd vinden.’

Na de vraag of het wethouderschap een dankbaar beroep is, kijkt Plandsoen bedenkelijk. ‘Het is de kunst om voor ogen te zien waar je aan gewerkt hebt en waarvoor je dat doet. Zo blijf je met energie en enthousiasme bezig met je werk’, aldus de welbespraakte wethouder.

 

Toekomstmuziek

Wat gaat wethouder Plandsoen doen wanneer hij geen wethouder, maar ‘gewoon Ben’ is? Daar heeft hij gelukkig al lang over nagedacht. ‘Ik moet nog niet denken aan met pensioen gaan. Ik ga voor mezelf aan de slag. Ik ga workshops geven vanuit mijn ervaring op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Daarnaast word ik ‘meedenkend tekstschrijver’. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het meedenken met een onderwijsinstelling, die een bepaalde visie wil poneren. Ik blijf sowieso werken. Ondanks dat ik wachtgeld zal ontvangen, wil ik zo kort mogelijk van het gemeenschapsgeld gebruik blijven maken.’
Daarnaast hoopt de wethouder zich meer te kunnen focussen op zijn hobby’s: piano spelen en hardlopen. ‘Dagelijks even pianospelen zou fijn zijn. Daar kom ik als wethouder toch te weinig aan toe.’