Keet Rowol brengt  lokale jeugd samen

Kerst in de keet (1)

‘Oost west, keet best’

FOXWOLDE – Het is een waterkoude woensdagavond. Wie nu vrijwillig in een caravan gaat zitten, krijgt waarschijnlijk het stempel ‘mesjogge’. In het donkere Foxwolde rijdt een Opel Corsa het terrein van Albert Braams op. Achter het fraaie woonhuis – naast een grote kapschuur – komt de auto  tot stilstand. Hier moet het ergens zijn: Keet Rowol. Na goed kijken wordt er feestverlichting ontdekt. En ja, zowaar ook een caravan. Bingo.

Vanuit de caravan klinkt gestommel. Het zijn Korné Nieboer en Jack Boxen. De heren zijn nog druk in de weer om drinken koud te zetten. En om het wat behaaglijker te maken in de caravan. ‘We hebben toevallig net een nieuwe kachel gekocht’, zegt Korné trots. Of het de meest duurzame keuze betreft, laat zich raden. Maar de kachel geeft zeker warmte. Binnen de kortste keren is het goed toeven in de caravan.
Korné en Jack zijn jongens van het eerste uur. Ze maakten de oprichting van de keet mee en zijn nu – ruim zeven jaar later – nog steeds nauw betrokken bij het reilen en zeilen van de keet. ‘Keet Rowol’ heet deze stek. Vreemd, want eigenlijk staat de keet in Foxwolde. ‘Ja, maar wel aan de Roderwolderweg. Officieel is het Foxwolde, maar toch wij blijven het Keet Rowol noemen’, licht Korné toe. Goed dan, we zullen er verder niet over klagen. De jongens beginnen over de geschiedenis van deze ontmoetingsplek te vertellen. ‘De keet werd op de elfde dag van de elfde maand in 2011 in gebruik genomen’, weet Korné. ‘Nee, dat deden we niet expres. Maar het is wel makkelijk om te onthouden.’ Zowel Jack als Korné zaten vroeger op het AOC Terra in Eelde, waar het ‘keetleven’ heel bekend was. ‘Veel klasgenoten gingen ’s weekends naar een keet in de buurt’, zegt Jack. ‘Wij misten hier iets in de buurt, zeker toen Pruim in Roden afbrandde. Het is hier een hele poos rustig geweest.’ Toen Jack plotseling aan een caravan kon komen, klopte hij samen met Korné bij Albert Braams aan. De boer had namelijk gezegd dat wanneer er ruimte nodig was voor een keet, hij die ruimte wel had. ‘Zo is het eigenlijk ontstaan. En het beviel direct goed. De jeugd hier uit de buurt gingen veel naar verschillende scholen. Dan verlies je langzamerhand toch het contact. Door de keet kwamen al die jongeren toch samen’, blikt Korné terug. ‘Keten hebben niet altijd een goede reputatie. Er wordt vaker over “zuipketen” gesproken. Maar hier gaat het niet om het zuipen, hier ontmoet je elkaar. En daar wordt vaak bij gedronken, maar er is ook sociale controle. Een zuipkeet kun je dit niet noemen. We doen bijvoorbeeld ook geen drankspelletjes. Dat gaat toch altijd mis…’
En zo begon het met een simpele caravan. Toen nog met tapijt. Maar dat tapijt werd snel smerig, want rondom de keet ontstaat bij het minste buitje al gauw een modderpoel. Op termijn werd dus het tapijt vervangen voor een houten vloer en daar bleef het niet bij. Er werd een pad naar de keet aangelegd, een overkapping gemaakt en uiteindelijk zelfs een blokhut gebouwd. ‘En een tijdje geleden hebben we nog een overkapping gebouwd. Het is leuk om te zien dat de eerste overkapping een beetje prutswerk was. We waren zeventien, hadden nog nooit zoiets gebouwd. Ten opzichte van de nieuwe overkapping hebben we veel geleerd’, lacht Korné.  Jack beaamt dat: ‘Je wordt een stuk zelfstandiger door zo’n keet. Je moet namelijk alles zelf doen. Als er iets kapot is, moet je dat maken. Zo simpel is het.’
Door de jaren heen organiseerde de keet vele feesten. Zeker aan het begin van de keet gebeurde dit veelvuldig. ‘Dat was in de crisistijd, toen was er simpelweg niet veel in de buurt. We zijn aan het organiseren geslagen en hebben een aantal mooie feesten georganiseerd’, zegt Korné. De twee herinneren zich nog een optreden van een boerenrockband. ‘Eén van die bandleden zei tegen ons dat wij voor een pak stro moesten zorgen, om daar mee te gooien’, zegt Jack. ‘Dat vonden ze leuk. Voor de sfeer ofzo. Maar goed, wij hadden natuurlijk veel te veel stro klaar liggen. Uiteindelijk zijn er zeven pakken stro doorheen gegaan. Overal hing stof in de lucht. Als je te diep inademde, nam je zo een hap stof. Achteraf wel lachen.’
Op dat moment komt Sebastiaan Hommes binnen. De uit Peize afkomstige Sebastiaan steekt direct een sjekkie op. ‘Vindt je niet erg hoop ik?’. Hij is absoluut niet de enige vaste gast van ‘Keet Rowol’ die niet uit Foxwolde of Roderwolde komt. ‘Er komen ook wel eens jongens uit Boerakker en Haulerwijk. Het is niet plaatsgebonden. De meesten die hier binnenkomen, hebben er via via van gehoord. Zo ging dat bij mij ook’, zegt Sebastiaan.
Hoe de gemiddelde avond in Keet Rowol eruit ziet, ligt er nogal aan. ‘Eigenlijk weten we nooit precies wat we gaan doen. De mooiste verhalen beginnen hier met een idee. Dan zitten we in de keet en denken we: wat kunnen we eens doen. Dan komt opeens iemand op het idee om te gaan sleeën in de zomer. Gewoon op een bankstel achter een trekker aan. Het zijn van dat soort ideeën die uiteindelijk de mooiste herinneringen opleveren. Juist die gekkigheid en dat ouwehoeren is mooi. Je moet toch wat verzinnen om de dag door te komen’, zegt Jack.
Naast de avonden in de keet, worden er nog meer uitjes georganiseerd. Neem nu de jaarlijkse reis naar het Høkersweekend. ‘Dan gaan we in een colonne van vijftien caravans “op vakantie”. Dat is altijd een mooi weekendje’, zegt Korné. Dit jaar ligt de organisatie van het carbidschieten in de handen van de jongens van de keet. ‘Dat is altijd gezellig. De meeste buurtgenoten komen dan even een kijkje nemen. Dat hebben wij ook het liefst. De meeste keten staan een beetje buiten het dorp, maar wij willen juist middenin het dorp staan’, zegt Korné.
Legendarisch waren de vakanties naar jeugdcampings op Ommen en Terschelling. ‘Dan gingen we op brommers heen. Een heel avontuur. Als je pech hebt moet je dat zelf oplossen. En dat kwam geregeld voor’, zegt Jack. ‘Stonden we weer een brommer recht te trappen omdat deze op een andere was geklapt. Maar het is ons altijd gelukt. Vraag niet hoe.’
Voor de variatie wordt vaak één en ander geregeld. Ja, regelneven durven de heren zichzelf wel te noemen. Korné herinnert zich bijvoorbeeld nog de papadag, waarbij de vaders werden uitgenodigd om eens een avondje in de keet te zitten. ‘Dat was geweldig. Komen na drie biertjes opeens al die oude verhalen naar boven. Een topavond’, zegt Korné. Ook wordt er sporadisch een bierproeverij georganiseerd. ‘De biertjes die lekker zijn komen op de “Wall of Fame”. En de rest? Raken we nooit meer aan’, lacht Jack. Ook organiseert Keet Rowol jaarlijks de ‘Run van het Paiserdaip’. Een hardloopwedstrijd vanaf Keet Rowol naar Keet Beun in Peize, waarbij de deelnemers op een gegeven moment door het Peizerdiep komen. ‘Het is vaak ludiek, maar het gaat er zeker om weg. Dan zie je opeens vijftig idioten door een weiland baggeren. Fantastisch’, zegt Jack. Dergelijke ludieke acties zijn een goed voorbeeld van de creativiteit van de ‘keetvrienden’. Verveling brengt bij hen het beste in ze naar boven. ‘Zelf iets ondernemen is het mooiste wat er is’, zegt Jack. Rotzooi trappen past niet bij de jongens, maar ‘gekkigheid’ uithalen is iets heel anders. Zoals Jack al zei: ‘Je moet iets verzinnen om de dag door te komen.’
En wie denkt dat het alleen maar lang leve de lol is in ‘Keet Rowol’, heeft het goed mis. Onlangs nog moesten er spijkers met koppen worden geslagen in de keet. Toen Heineken de overstap maakte van bruine naar groene flesjes, moest er pardoes een nieuw biermerk worden gekozen. De reden? De groene flesjes van Heineken konden – wanneer blootgesteld aan teveel licht – een wat rare smaak krijgen. ‘Toen moest er gekozen worden tussen Amstel en Hertog Jan. Zaten een aantal jongens te zeiken dat er per se Amstel moest komen. Dus nu hebben we Hertog Jan’, lacht Korné.
Als het aan de mannen van de keet ligt, blijft ‘Keet Rowol’ nog tot in lengte van jaren een veilig en bovenal gezellig onderkomen. ‘Je hebt een stukje van jezelf opgebouwd hier. Het zou mooi zijn dat we straks wat nieuwe aanwas krijgen, die het ook draaiende willen houden. Toen wij hiermee begonnen waren we rond de vijftien jaar oud. Nu zal de nieuwe aanwas rond de zestien/zeventien zijn.’
Een uur vliegt voorbij. De jongens hebben inmiddels allemaal een biertje gepakt. Dik verdiend na een dag hard werken. In een filosofische bui en tussen twee slokken bier door, perst Korné er nog maar eens een oneliner uit. ‘Oost west, keet best.’ Waarvan akte.