‘Kinderen mogen nooit de dupe zijn van de financiële situatie’

Gemeente Noordenveld en Stichting Leergeld hand in hand

 

RODEN – Sinds 1 januari 2016 is Stichting Leergeld actief in de gemeente Noordenveld. Zij maken zich sterk voor kinderen van ouders die in betrekkelijke armoede leven en hierdoor niet de mogelijkheid krijgen om deel te nemen aan sporten, of zich te ontwikkelen op cultureel vlak. Niet alleen Stichting Leergeld pakt dit probleem hard aan, ook de gemeente Noordenveld maakt zet zich in om kinderen mee te laten doen in de samenleving. Koos Slagter van Stichting Leergeld en wethouder Alex Wekema spraken met elkaar af, om ontwikkelingen op dit gebied te bespreken.
‘Kinderen mogen nooit de dupe worden van de financiële situatie van hun ouders’, zegt wethouder Wekema. Daarmee geeft hij direct aan waarom het zo belangrijk is dat de gemeente zich inzet voor kinderen uit een gezin met minder bestedingsruimte. Slagter knikt. ‘Volgens cijfers van het CBS en het ISD, die nogal van elkaar verschillen, zou ongeveer vier procent van de mensen in Nederland onder in armoede leven’, vervolgt Wekema. Slagter vult hem aan: ‘Als je dit toespitst op kinderen, dan zouden er ongeveer 1000 kinderen in het Westerkwartier opgroeien in armoede en ongeveer 500 in de gemeente Noordenveld. Deze kinderen krijgen dan vaak niet de mogelijkheid om te sporten of zich op een andere manier te ontwikkelen, simpelweg omdat hun ouders dit niet kunnen betalen. Of ze kunnen bepaalde schoolboeken niet betalen. Stichting Leergeld helpt zulke kinderen, door met ze te kijken naar de mogelijkheden. Wij zijn namelijk een stichting, die aanvullend op het beleid van de gemeente werkt.’
De gemeente Noordenveld kan kinderen die in armoede leven financieel ondersteunen, zodat zij zich kunnen aansluiten bij sportverenigingen of muziekles kunnen volgen. De gemeente heeft hiervoor zelf een budget van twee ton beschikbaar gesteld en daar kwam nog 124.000 euro bij die werd toegekend door staatssecretaris Jetta Klijnsma. ‘Die extra bijdrage krijg je voor projecten die bijdragen aan het bestrijden van armoede en schulden. In dit geval wordt het geld besteed om bijvoorbeeld contributie te betalen voor kinderen die op voetbal willen’, zegt Wekema. Stichting Leergeld hanteert ongeveer dezelfde werkwijze. ‘Wij kijken echter eerst naar de mogelijkheden van het kind. Soms kunnen zij naar de gemeente voor een bijdrage, maar soms kan dat ook niet omdat de ouders bijvoorbeeld op papier niet arm zijn, maar in de praktijk zulke activiteiten niet kunnen betalen. Wanneer dat het geval is, kunnen wij in de meeste gevallen een financiële bijdrage leveren. Net als de gemeente betalen wij uit in natura. Dat wil zeggen: het geld gaat direct naar het doel en niet naar de ouders. Als een kind graag op muziekles wil, dan betalen wij de muzieklessen. Dit loopt niet via de ouders of een andere derde partij’, zegt Slagter. Op die manier voorkomen zij dat het geld voor andere bezigheden worden gebruikt. ‘We weten altijd waar ons geld terecht komt’, vult hij aan.
Toch is er ook een aanwijsbaar verschil tussen de gemeente en Stichting Leergeld. ‘Wij zijn wat soepeler. De gemeente moet zich houden aan bepaalde wetten en afspraken, terwijl wij hier wat losser in kunnen zijn’, zegt Koos. Wekema – lachend als een wethouder met kiespijn – beaamt dat: ‘Als ik mij als wethouder al niet meer aan de regels houd, dan is het einde zoek.’ Niet alleen is Stichting Leergeld aan minder regeltjes verbonden, bij hen kan iedereen die 120 procent van de bijstandsnorm verdient gebruik maken van extra gelden. Bij de gemeente ligt de grens op 115 procent van de bijstandsnorm.
Voor zowel Koos Slagter als wethouder Wekema is dit interview een mooie gelegenheid voor een oproep. ‘We willen meer mensen bereiken, zodat ze weten dat wij veelal iets voor ze kunnen betekenen. Lang niet iedereen maakt gebruik van de steun die wij als gemeente bieden, terwijl ze daar wel recht op hebben’, zegt Wekema. Slagter beaamt dat. ‘Het is belangrijk dat mensen weten wat we kunnen bieden. Dat mensen zich soms schamen is totaal onnodig’, vindt hij. Wethouder Wekema wijst op hun online webshop. ‘Mensen die recht hebben op steun voor sportieve, sociale of culturele bezigheden, kunnen terecht op de site van de gemeente. Zij komen dan uiteindelijk in onze webshop terecht, waar zij een aanvraag kunnen doen.’
Zowel de gemeente als Stichting Leergeld zien een groei van het aantal mensen dat gebruik maakt van de financiële middelen van de instanties. ‘Ons streven is om zo’n 330 kinderen te kunnen helpen in de regio en dat lijkt te gaan lukken.’ Wethouder Wekema prijst Stichting Leergeld en ziet dergelijke initiatieven meer in de gemeente. ‘De bereidheid in Noordenveld is erg hoog. Het is goed om te zien dat men elkaar veel wil helpen. Neem nu het Taalhuis dat is opgezet in Roden. We hadden binnen no-time honderd aanmeldingen van potentiële vrijwilligers’, zegt hij.
Naast financiële bijdragen, kijkt de gemeente ook naar andere bijdragen om kinderen meer mee te laten doen. ‘Momenteel kijken wij naar het voortgezet onderwijs. Tegenwoordig is een smartphone vrijwel onmisbaar. Toch zijn er genoeg gezinnen die dit domweg niet kunnen betalen. We zijn aan het onderzoeken of wij hen vanuit de gemeente een smartphone kunnen bieden. Of ik vind dat een smartphone een grondrecht is van een middelbare scholier? Dat niet per se, maar ze kunnen nu eenmaal niet zonder’, zegt Wekema. ‘Kortgeleden was er een meisje die kapper wil worden, maar het materiaal niet kon betalen. Toen hebben we een kappers-set voor haar aangeschaft’, vervolgt hij.
Inmiddels is Koos al tien jaar verbonden aan Stichting Leergeld. Als oud-leraar en rector op verschillende scholen, weet hij als geen ander hoe belangrijk het werk van de stichting en de gemeente is. ‘Als alle kinderen nu mee mogen doen, tellen ze later mee. Dat is het idee’, zegt Koos. Wethouder Wekema prijst het werk van Slagter, maar hoopt dat Nederland uiteindelijk een land wordt waarin organisaties als Stichting Leergeld niet meer nodig zijn. ‘Tot die tijd zijn wij ontzettend blij met alle organisaties die hier aan bijdragen en zullen wij ze ook zeker de hand reiken waar mogelijk’, zegt hij. Slagter: ‘Het is een beetje dweilen met de kraan open. Maar zolang de kraan open blijft staan, zullen wij blijven dweilen.’