Klankrijk Drenthe staat samen sterk

Bert Heikema staat als zzp’er niet alleen

 

 PEIZE – ‘We moeten als muziekleraren harder werken, maar hebben een stukje meer vrijheid gekregen’, zegt Bert Heikema, gitaarleraar in Noord-Drenthe en delen van Groningen. Bert was vroeger in loondienst bij het ICO te Assen. Echter moest het kunstencentrum in Assen haar muziekleraren in 2013 laten gaan, toen de bezuinigingen op cultuur hen parten speelde. Muziekleraren in de regio gingen niet bij de pakken neerzitten en sloegen de handen ineen: Klankrijk Drenthe was geboren.
Klankrijk Drenthe is een overkoepelende organisatie voor zzp’ers die werkzaam zijn als muziekleraren. Door samen te werken kunnen ze elkaar voorzien van materiaal en kunnen ze gezamenlijk geschikte ruimtes vinden voor muzieklessen. ‘Daarnaast werken we samen bij bepaalde uitvoeringen of orkestdagen. Zo laten we onze leerlingen samenspelen met andere instrumenten’, zegt Bert. Vroeger werd het materiaal en de locaties geregeld door het ICO en hoefde Bert zich alleen maar te bekommeren om het lesmateriaal. Tegenwoordig is dat anders. ‘Juist daarom is het belangrijk om samen te blijven werken met leraren uit de buurt. Je kunt elkaar helpen en ondersteunen waar nodig.’
Dat wil niet zeggen dat iedereen zich kan aanmelden bij Klankrijk Drenthe. ‘Er zijn een aantal kwalificaties waar je aan moet voldoen. Allereerst moet je ervaring hebben en aan kunnen tonen dat je kundig bent. Veel van de muziekleraren die bij ons zijn aangesloten, hebben een diploma aan het conservatorium behaald. Daarnaast moet je betrokken zijn bij onze vereniging en je leerlingen’, zegt Bert. Hij vervolgt: ‘Klankrijk Drenthe is vooral een vereniging. Dat houdt dus ook in dat wij contributie betalen. Hiervan worden dan affiches gedrukt en ruimtes gehuurd. Zo houden wij de vereniging draaiende. Eens per jaar komen wij als vereniging bij elkaar en bespreken we het wel en wee van ons vak. Dan bespreken we wat er beter kan en wat er juist goed gaat. Op die manier dien je betrokken te zijn bij onze vereniging.’
Of de gemeente ooit weer zal investeren in cultuur en er daardoor weer banen via het ICO zullen komen voor muziekleraren, weet Bert niet. ‘Het is per provincie en gemeente afhankelijk. In Drenthe zijn veel muziekscholen gesloten, terwijl in andere provincies dit niet zo was. Daarnaast zie je dat sommige gemeenten in de buurt nog wel geld beschikbaar stellen voor muziek lessen. In Noordenveld is dit helaas niet zo.’  Desondanks kan Bert niet zeggen dat hij dankzij de crisis een terugloop van leerlingen heeft gezien. ‘Het is net als in de sport: het loopt altijd wel door. Ouders willen graag dat hun kind enige muzikaliteit wordt bijgebracht en de volwassenen gingen er gewoon mee door. Ik kan niet zeggen dat er veel veranderd is voor mij persoonlijk. Al weet ik dat er bij de blaasinstrumenten wel enige terugloop te zien is. Dat is jammer natuurlijk.’ Om er voor te zorgen dat de leerlingen terug blijven komen, moet Bert flexibel zijn en zorgen dat de leerlingen er vooral plezier aan beleven. ‘Daarom houd ik mij niet halsstarrig vast aan mijn eigen wil. Als een leerling graag een bepaald liedje wil leren spelen, dan help ik daar graag bij. Je moet het leuk weten te houden. Daarnaast ben ik als zzp’er een stuk flexibeler dan bij het ICO. Bij het ICO kreeg je een rooster mee met lestijden, nu pas ik mij aan mijn leerlingen aan. Als iemand maar één keer per maand kan, dan is dat geen probleem. Ook lestijden kunnen van week tot week verschillen, daar moet je als zzp’er een beetje mee kunnen variëren.’