Klein en dapper

Het gebeurt niet vaak dat ik in een tijdbestek van 10 dagen twee keer een Wezel krijg te zien. De eerste keer was op een middag bij ons op het terras toen er één doodleuk even op bezoek kwam om er rond te neuzen en de tweede keer was bij de familie Bellinga die in Roden aan de Jan Fabriciuslaan woont. Dat was na een telefoontje van mevrouw met de vraag of er bij IVN Roden misschien belangstelling voor een Hermelijn of Wezel was om hem op te zetten. Hun kat had namelijk ’per ongeluk’ een exemplaar gedood en dat zag er nog gaaf uit.

Ik heb geantwoord dat dieren opzetten volgens mij nog maar weinig gebeurt. Wel was ik geïnteresseerd genoeg om het slachtoffer te komen bekijken, want wat zou het zijn, een Wezel of een Hermelijn. Het beestje lag gewikkeld in een tissue op de groene container. Eén oogopslag was voldoende om te zien dat het hier een Wezel betrof van het vrouwelijke geslacht. Die zijn een slag kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes wegen ongeveer 60 gram en mannetjes komen uit op wel 115 gram. Een Hermelijn is een stuk groter en dus zwaarder. Ook hier is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes aanzienlijk: mannetjes kunnen wel 400 gram zwaar zijn en vrouwtjes 280 gram. Voor beiden geldt dat ze ook veel lichter kunnen zijn. Een zeer duidelijk veldkenmerk is de staart. Die is bij de Hermelijn veel langer (tot wel 12 cm) en heeft een duidelijke zwarte staartpunt. De staart van een Wezel is kort, hooguit 6 cm en heeft geen zwarte staartpunt. Van de Hermelijn is bekend dat ze in de winter helemaal wit kunnen worden, op de zwarte staartpunt na, maar dat gebeurt in het noordelijke deel van hun verspreidingsgebied. Zuiver witte Hermelijnen zul je hier nauwelijks tegenkomen vermoed ik en dat is maar goed ook, want ’witte winters’ komen nog maar zelden voor. Zo’n camouflagevacht werkt dan juist averechts.

 

Het is bekend dat Wezels nogal wat natuurlijke vijanden hebben: roofvogels zoals Havik en Buizerd, uilen, de Vos, tamme en wilde katten en zelfs de Hermelijn wil zich nog wel eens aan een Wezel vergrijpen. Wilde katten komen hier niet voor, wel verwilderde, maar tamme katten kunnen heel wat slachtoffers op hun geweten hebben. Volgens Bellinga moet hun kat er welhaast over zijn gestruikeld, zo’n sul is het, althans volgens hem. Maar ook in zo’n sullig dier zit een jachtinstinct en wellicht staat de familie Bellinga er versteld van wat die ’goedzak’ heimelijk allemaal op zijn kerfstok heeft staan. Overigens staan Wezels erom bekend dat het onverschrokken jagers zijn die zich niet zomaar door een kat laten afschrikken. Ze staan er zelfs om bekend dat ze tamelijk meedogenloos zijn en veel grotere dieren dan henzelf met een beet in de nek doden. Ergens las ik: ”In vergelijking met hun grootte buiten proporties dapper en woest”. Dat kan afschrikken, maar het weerhield de kat van de familie Bellinga er niet van deze Wezel te grazen te nemen.

 

Ik heb het dier meegenomen naar huis met de gedachte dat het skelet ervan ’leuk’ educatief materiaal is. Daarom legde ik het in de tuin op een tafeltje en binnen de kortste keren kwamen er aasvliegen op af. Op een gegeven moment telde ik er minstens 25. Mijn verwachting was dat het kadaver wel door maden ervan zou worden opgesoupeerd, maar ik had buiten een andere aaseter gerekend. Het duurde namelijk niet lang dat de geur van de dode Wezel was opgepikt door meerdere exemplaren van de Gewone doodgraver, een aaskever. Deze dieren hebben namelijk een zeer scherp reukvermogen en ruiken een dood dier met gemak op meer dan een (paar) kilometer afstand. Die doodgravers heten niet voor niets zo, want zij begraven een prooi door de aarde eronder weg te graven waardoor het steeds dieper komt te liggen en er uiteindelijk mee wordt bedekt. Ik heb de kevers maar hun zin gegeven, want het lukte ze in no-time de Wezel van het tafeltje te drukken en daarom heb ik het kadaver maar op een rul plekje neergelegd, waarna het in minder dan een halve dag was begraven. U begrijpt dat het voedsel wordt voor jonge Gewone doodgravers. Eenmaal uit de eitjes worden de larven door het vrouwtje gevoerd. Na een week verpoppen ze zich en uiteindelijk komen er weer kevers tevoorschijn. Ik hoop later nog wel het skelet van de Wezel terug te vinden!