Kleintje cultuur: Reg Mulder

“Natuurlijk ben ik geen Rembrandt; ik schilder voor mijn plezier op mijn eigen niveau”

 Toen hij in 1970 als flight simulator instructeur aan de Rijksluchtvaartschool vanuit zijn geboorte- en woonplaats Den Haag naar zijn nieuwe werkdomein, vliegveld Eelde, werd overgeplaatst, beschouwden familie, vrienden en bekenden van Reg Mulder dat als een vorm van ‘deportatie’, vertelt hij glimlachend in zijn woning aan de Bakkerstraat in Roden. In die eerste ‘Roner’ woning woont de 84-jarige ‘Zondagschilder’ met zijn vrouw nog steeds. “En tot volle tevredenheid,”voegt hij er meteen aan toe. “Nee, echt, aan terugkeer naar de Randstad en de andere vliegvelden waar ik heb gewerkt – Gilze-Rijen, Woensdrecht en Iepenburg – hebben wij daarna nooit meer gedacht. We voelden ons hier meteen thuis. Niks poeha, gewoon nuchter en jezelf blijven. De Drentse mentaliteit past ons prima. Roden als woonplaats ook, alleen moet het centrum hier niet té grootschalig, met hoogbouw worden.”

Tekenen deed Reg als kind al. “Dat deed mijn vader ook. Tot aan de middelbare school was ik daarin goed bezig. Toen kwamen de liefde, het huwelijk en het werk op plek één. Maar tekenen en schilderen bleven kennelijk toch ‘sudderen’, want toen ik vanaf rond mijn zestigste meer vrije tijd kreeg nam ik het schetsboek opnieuw ter hand. Eerst volgde ik lessen bij Arien de Groot, in Nieuw Roden toen. Wat later, dat was in 1994, werd ik lid van de Teken en Schilder Groep (TSR) Roden. Jarenlang heb ik op dinsdagochtenden de gang naar het atelier in de Jasmijnlaan gemaakt. Vond ik prima, het trappen klimmen was voor mij geen beletsel maar ik kan me voorstellen dat veel ouderen toen toch op den duur hebben afgehaakt. De door huisbaas Woonborg ‘beloofde’ lift kwam maar niet en dat heeft de schilderclub heel wat leden gekost. Waar we nu zitten, de voormalige basisschool in de Kanaalstraat in Roden, is voor velen een waar schilderseldorado – ja ook voor mij – en ik vind het fijn dat de groei bij de TSR er weer goed in zit. Ik ga er iedere dinsdagochtend met plezier heen. We hebben een leuke groep van zo’n 18 amateurschilders. Onze huidige docent is Jan Houwing. Hij steunt en ondersteunt je prima, vind ik, en hij leert je – in ieder geval mij – goed de verhoudingen kennen. Ik ervaar hem als een grote stimulans om het maximale uit mezelf te halen.”

Reg Mulder schildert voornamelijk in acryl, want: ‘Dat droogt lekker snel op.’ Mulder schildert niet alleen tijdens de clublessen, ook thuis trekt ie zich zeker een of twee keer per week terug in het schuurtje achter de woning, dat hij snel tot atelier kan ombouwen.

“Fietsen er uit en mijn zelfgemaakte schildersezel – ik knutsel graag – er in en klaar is Kees.” In zijn favoriete vakantieland Oostenrijk heeft hij altijd zijn schetsboek bij zich. Dan fotografeert hij mooie plekjes, maar observeert en tekent ook mensen – ‘soms laat ik hen het resultaat van een onopvallend door mij van hen gemaakte schets zien; dat vinden ze vrijwel altijd leuk.’ Zijn fototoestel heeft Reg ook altijd bij zich; de daarmee gefotografeerde plekken en situaties werkt hij dan op doek of papier thuis verder uit. Het liefste schildert of tekent Mulder rustieke straatjes, landschappen en vogels. Hij gaat, zegt hij een paar keer nadrukkelijk, bij voorkeur zijn eigen gangetje, hoewel groepsopdrachten hem zeker niet onverschillig laten. Zo schilderde hij in het Jaar van Ot en Sien, in 2014, de oude Scheepstraschool. Het door hem daarna aan het Scheepstra Kabinet geschonken schilderij heeft een mooie plek in het gebouw gekregen.

 

Schilderen is een hobby, geen passie maar een bezigheid die hem goed doet. “Ik ben, ook qua favoriete formaten, een kleine schilder en voel me zeker geen nieuwe Rembrandt. Ik heb inmiddels een kleine driehonderd schilderijen gemaakt. Maar ik ben overigens  niet voor één gat te vangen, want ik ben ook vrijwilliger bij de Groninger Archieven waar ik me bezig houdt met het opzetten van een databank van oude autokentekens, uit de periode 1906 tot 1950, de tijd dat auto’s uit Groningen een kenteken hadden dat met een A begon. Leuk werk hoor, want er zitten vaak hele geschiedenissen achter. Maar als je me vraagt wat ik het liefste doe, dan is dat toch schilderen.” Zegt hij na enige momenten van stilte.