KV Noordenveld wil hoge ogen gooien in zaalcompetitie

RODEN – KV Noordenveld beleefde afgelopen seizoen niet bijster veel hoogtepunten. Met een nieuwe trainer, Matthijs Roelfsema, zijn ze het seizoen echter weer met goede moed begonnen. Op het veld ziet het er goed uit: de ploeg is aan haar tegenstanders gewaagd en speelt interessante duels. Het stemt de kersverse trainer van de Rodense ploeg tevreden.

KV Noordenveld werd op 1 juni 1976 opgericht, uit een fusie van Roko en de Zwerfsteen. De vereniging werkt haar wedstrijden af in oranje-blauwe kostuums, die tekenend zijn voor de Roner korfbalvereniging. Het afgelopen seizoen speelden zij in de eerste klasse in de zaal, maar bleven ze het gehele seizoen puntloos. Dat had onder andere te maken met het wegvallen van een aantal routiniers, die er de voorgaande jaren nog wél bij waren.
De nieuwe trainer, Matthijs Roelfsema, is geen onbekende voor KV Noordenveld. De oud-trainer van KC Rodenburg kent een aantal mensen bij de club en kwam Noordenveld al een aantal keer tegen in verschillende competities. Niet zo verwonderlijk als je nagaat dat Matthijs zelf al 28 jaar in de korfbalwereld zit.

Zowel in de zaal- als in de veldcompetitie komt Noordenveld dit jaar uit in de tweede klasse. ‘Op het veld horen wij in deze klasse thuis’, meent Matthijs. ‘In de zaal verwacht ik dat wij met de hogere teams meekunnen. We moeten ons richten op de top drie, dat lijkt me reëel.’

In de veldcompetitie treft Noordenveld veel ploegen die hoofdtrainer Matthijs goed kent, maar zijn spelers minder. ‘Bij Rodenburg trof ik een aantal ploegen waar wij nu bij inzitten. In de zaalcompetitie is het andersom: de spelers kennen de meeste tegenstanders beter dan ik.’ Kijkend naar de eerste wedstrijden op het veld, schat Roelfsema in dat Noordenveld dit jaar ergens in de middenmoot zal moeten eindigen.
Trainer Roelfsema is dit seizoen tevreden, wanneer hij zijn ploeg stappen ziet maken. ‘Als we ons kunnen ontwikkelen op het gebeid van ons rendement en samenspel, hebben wij een goed seizoen gedraaid’, redeneert hij. ‘Het eerste jaar als hoofdtrainer zie ik als investeren.’