Laaggeletterden krijgen de kans om mee te doen

Taalhuis strijkt neer in Roden

RODEN – In de openbare bibliotheek van Roden wordt vanaf november een ‘Taalhuis’ geopend. Dit Taalhuis moet laaggeletterden in de gemeente Noordenveld helpen om zelfredzamer te worden in het dagelijks leven. Hun vaardigheden op het gebied van Nederlandse taal en het schrijven hiervan, maar ook rekenen en computer-gerelateerde zaken, kunnen via het taalhuis worden opgeschroefd.
Het taalhuis is onderdeel van de stichting Lezen en Schrijven. Stichting Lezen en Schrijven heeft als doel dat iedereen kan meedoen in de maatschappij. Om goed mee te kunnen doen in de samenleving, leren deelnemers hun lezen en schrijven te verbeteren. Ondanks dat het idee van Stichting Lezen en Schrijven komt, ligt de regie vaak in handen van de gemeente. Deze nemen vaak de touwtjes in handen, omdat zulke initiatieven vanuit de landelijke overheid gestimuleerd worden. Zo is ook prinses Laurentien nauw verbonden met het project. De deelnemers aan het leertraject zijn vooral autochtonen. Dat komt omdat een voorwaarde van deelname is, dat de deelnemer in ieder geval is ingeburgerd. Deelnemers krijgen vervolgens begeleiding van vrijwilligers, die voor het geven van dit leertraject eerst zelf een certificaat hebben gehaald. Tjerkje de Vries, frontoffice-medewerker van de bieb, vertelt hoe dit in zijn werk gaat. ‘Vrijwilligers die zich aanmelden, hebben les gehad in hoe je informatie overbrengt op mensen die wat meer moeite hebben met de taal. Het is goed om te zien dat er veel aanmeldingen waren om mee te helpen. Binnenkort krijgen een aantal van die vrijwilligers een certificaat en dan kunnen ze aan de slag.’
Wie zich aanmeldt als deelnemer kan rekenen op een intakegesprek. De intakegesprekken worden verzorgd door Doutzen Sloterdijk, docente aan het Alfa college te Groningen, waar ze Nederlandse les geeft aan laaggeletterde allochtonen en autochtonen. ‘Tijdens die intakegesprekken kijken we naar de kwaliteiten van de deelnemer en naar wat diegene graag wil leren. We stellen doelen met de deelnemers en bij die doelen zoeken we dan een geschikte vrijwilliger. Wanneer we een deelnemer hebben gekoppeld aan een vrijwilliger, kan de cursus beginnen. Onderling spreken ze dan af wanneer de lestijden zijn. Het kan namelijk best zijn dat de deelnemer en de vrijwilliger beiden een baan hebben. De studieperiode kan verschillen. In principe maak je een afspraak van een jaar, maar wanneer iemand eerder klaar is of juist langer de tijd nodig heeft, dan is dit bespreekbaar’, zegt Doutzen. Inmiddels zijn er meer dan tien aanmeldingen om deel te nemen aan de cursus. Dat is geen heel hoog aantal, zeker omdat er veel meer laaggeletterden zijn in Noordenveld. ‘Dat kan een stukje schaamte zijn’, zegt Doutzen. ‘Maar het kan ook zijn dat de mensen het niet nodig achten, omdat zij zich altijd gered hebben. Of dat ze denken dat zij op een schoolse manier les krijgen. Dat laatste is niet het geval. De cursus kun je het beste zien als een samenwerking. We werken daarnaast niet met schoolboeken, maar met visueel materiaal. Er is niets schools aan.’
Laaggeletterdheid is nogal een vaag begrip, merken zowel Tjerkje als Doutzen. ‘De meeste mensen weten niet precies wat het inhoudt’, zegt deze laatste. In principe is iedereen wiens Nederlands op MBO-2 niveau of lager zit, laaggeletterd. ‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat die mensen dom zijn, integendeel. De meesten hebben ook gewoon een baan en redden zich prima in de maatschappij. Zij lopen echter tegen beperkingen aan, wanneer zij brieven ontvangen van instanties als de gemeente en de belastingdienst. Of als zij de bijsluiter van medicijnen moeten lezen’, zegt Doutzen. Overheidsinstellingen proberen dit echter wel te verbeteren en in Noordenveld is er nu zelfs een initiatief gestart om hun brieven in eenvoudigere bewoording te schrijven. ‘Het is eigenlijk gek dat er in Nederland een participatiewet is, maar juist de overheid vaak moeilijk leesbare brieven verstuurd. Dan geef je laaggeletterden niet de kans om mee te doen’, vindt Doutzen. Tjerkje vult haar aan: ‘Laatst was ik in de bibliotheek in Peize, toen opeens een oudere man binnenstapte. Hij vertelde ons dat hij een brief van het ziekenhuis ontvangen had, maar dat hij hier niets van snapte en wij zijn laatste hoop waren. Ontzettend zielig.
Het aanvragen van een Digid is ook een probleem. Dit is voor laaggeletterden gewoon heel moeilijk. In de bieb geven we daarom ook online cursussen. Eén daarvan is i-overheid. Bij deze cursus leren de deelnemers hoe zij online hun overheidszaken moeten regelen.’
De bieb organiseert al met al vele cursussen, waarbij ze een hoop vrijwilligers nodig hebben. ‘In de bibliotheek van Roden hebben we zes personen in loondienst. Daarnaast hebben we nog 28 vrijwilligers. Godzijdank, zou ik haast zeggen, want zij helpen ons hier enorm mee’, zegt Tjerkje. Doutzen vindt het bijzonder hoeveel vrijwilligers zich voor het Taalhuis hebben aangemeld. ‘Daar zijn we erg blij mee. De mensen zijn erg behulpzaam.’
Met de cursus van het taalhuis, hopen Tjerkje en Doutzen dat de mensen vooral meer zelfredzaamheid creëren en dat ook laaggeletterden goed mee kunnen in de maatschappij. Tjerkje heeft er in ieder geval zin in. ‘Ik vind het Taalhuis echt iets wat thuis hoort in de bibliotheek. Toen ik hoorde van dit initiatief, dacht ik gelijk: kom maar op!’