Lange Erik

Er zijn meerdere personen in mijn kennissenkring die Erik heten, vrij grote en kleinere en er is er één bij met een c voor de k, Erick. Dat is dan geen echte Erik. De Erik waar ik het over ga hebben staat hierboven afgebeeld en dat is een vuurtoren zoals u ziet. Met zijn 32 meter is dat best een flinke jongen en tamelijk oud is hij ook met zijn 173 jaar. Eigenlijk staat de naam fout gespeld. Er ontbreekt namelijk iets boven de a, want dit is Långe Erik. Dat heb je als je een Zweed bent.

Die Långe Erik staat op het noordelijke puntje van Öland, het vakantie-eiland waar veel Zweden graag vertoeven. Een echt ’eilandgevoel’ zoals wij dat kennen van onze Waddeneilanden heb je er niet echt. Vanaf het noordelijke punt naar het zuidelijke punt ben je namelijk pakweg 140 km onderweg. Daar staat zijn grote broer Långe Jan die 42 meter hoog een baken voor de scheepvaart is. Hij is niet alleen langer, maar ook een stuk ouder dan Erik. Hij is namelijk in 1785 gebouwd en is daarmee dus 60 jaar ouder. Over deze Jan wordt vermeld dat voor de bouw ervan Russische krijgsgevangenen zijn ingezet. De gemiddelde breedte van het eiland dat een vaste brugverbinding met Kalmar op het vasteland heeft, bedraagt ca. 10 km. Op onze eilanden heb je altijd wel een hoger punt met zicht op zowel de Noordzee als de Waddenzee, hoewel ik betwijfel of zo’n punt er op Texel is. Maar dat is dan ook een eiland waar ik het eilandgevoel iets minder ervaar.

Dat ik op Öland ben heeft te maken met paddenstoelen. Jaarlijks organiseert de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) een buitenlandse werkweek en nu was dit eiland aan de beurt. Ik was nog nooit in Scandinavië geweest en dit was een mooie gelegenheid er eens te verblijven. Niet bij de dertig mycologen die in een soort hostel een onderkomen hadden, want de twee dames die mij vergezellen op deze trip hebben niet zoveel met deze ’mycomalloten’. Om die reden hebben we een riant onderkomen elders gehuurd. Inmiddels is de werkweek beëindigd en zijn de mensen van de NMV weer vertrokken en plakken wij er nog een week extra vakantie aan vast. Van tevoren weet je dat tijdens zo’n werkweek een keur aan verschillende paddenstoelen aanwezig kan zijn, maar wat je niet in de hand hebt is het weer. Ook hier op Öland is het erg droog geweest en dat heeft een funeste werking op de mycoflora gehad. De oogst viel dus ronduit tegen, hoewel er op sommige plekken best nog wel het een en ander viel te beleven. Zo was ik erg verguld met de vondst van de Satansboleet, voor mij was dit de eerste keer. Bij het aansnijden van de paddenstoel verkleurt het vlees intens blauw, maar dodelijk giftig is hij niet. Wel veroorzaakt hij na het nuttigen ervan ernstige maag-darmproblemen (gastro-enteritis).

Grote delen van het landschap worden gekenmerkt door uitgestrekte kalkplateaus, die hier Alvaret worden genoemd. Een deel ervan wordt benut voor het houden van vee en de percelen worden gescheiden door muurtjes van vooral kalksteen. Daaraan is bepaald geen gebrek. Als je alle muurtjes in een lijn zou leggen heb je het al gauw over duizenden kilometers. Een hele grote Alvaret bevindt zich op het zuidelijke deel van het eiland en dat is vooral natuurgebied. Een zeer kenmerkende struik is de Jeneverbes. Die heeft ten gevolge van de droogte zware klappen te verduren gekregen en vele hebben de droogte niet overleefd. In Nederland zou Leiden in last zijn, want wij koesteren onze jeneverbesstruiken en  maken ons druk over de zeer geringe aanwas ervan . Dat speelt hier helemaal niet. Op de Alvaret en elders groeien ze namelijk tegen de klippen op en sommige plekken zijn ermee dichtgegroeid. Andere zeer kenmerkende landschapselementen zijn molens. Eens waren er wel 2000 van en daarvan zijn er nog zo’n 400 over. Eenieder die een stuk akkerland bezat had een eigen molen om het verbouwde graan tot meel te vermalen. Akkers zijn er nog wel, maar dat aandeel is enorm afgenomen en er wordt dus vooral vee gehouden. Wat dat betreft heeft het aanzien van het landschap tussen Långe Erik en Långe Jan in de loop der tijd een ware metamorfose ondergaan.