Maakt zijn naam waar

Met de naamgeving van tal van organismen is er in het verleden af en toe behoorlijk op los geklooid. Op een gegeven moment was er sprake van een kentering en werd het zelfs internationaal een serieus item. Het zou immers mooi zijn als er sprake was van eenduidigheid. Wat betreft de Latijnse naamgeving is die er (meestal) wel en dat schept duidelijkheid. Maar met de nationale naamgeving loopt het vaak behoorlijk uit de pas. Dat geldt bijvoorbeeld voor vogels.

Een aardig voorbeeld is de Houtsnip. In het Duits heet deze vogel Waldschnepfe, in het Engels Woodcock en in het Frans Bécasse des bois. In alle gevallen verwijst de naam naar het bos waar ze voornamelijk leven. Hout kun je er uiteraard mee associëren, maar hier was het beter geweest hem Bossnip te noemen. Dat was internationaal gezien juister geweest. Met een andere vogel, de Waterral, klopt het wel helemaal: Wasserralle, Water rail en Râle d’eau. Maar dat is een uitzondering. Vogelnamen zijn er al heel lang en wat eenmaal in het verleden al is benoemd schroef je niet zomaar terug. Het is mooi dat de Kievit is vernoemd naar zijn roep. Niet voor niets heet deze vogel daarom in het Duits Kiebitz. Maar waarom hebben ze de Grutto Pfuhlschnepfe genoemd? Daar bedoelen we in Nederland een heel andere vogel mee, namelijk de Poelsnip, terwijl die in Duitsland Doppelschnepfe heet. Dat is dan wel weer erg verwarrend. Hier zouden ”die Duitsers” ons best tegemoet mogen komen!

Leuke vogel trouwens om te spotten, die Poelsnip. Het is mij slechts één keer overkomen, dat was op Terschelling, maar daar kun je dan je hele leven op teren. Ze leven in Noorwegen en verder, richting Siberië. Het is een beetje een plompe vogel die voordat hij aan zijn najaarstrek begint dermate is opgevet dat hij nog veel plomper oogt. Hij is dan namelijk twee keer zwaarder dan normaal. Dat is niet voor niets, want deze vogel vliegt non-stop zo’n 6.500 km of meer tot voorbij de Sahara om te overwinteren en doet dat in een paar dagen met een gemiddelde snelheid van bijna 100 km per uur. Daarmee is het, voor zover ik weet,  de snelste trekker ter wereld, iets dat je van deze vogel als je hem ziet beslist niet verwacht. U begrijpt dat hij eenmaal gearriveerd zijn vetreserves heeft verbruikt. Omdat hij (en zij) die afstand in één ruk aflegt zie je ze hier niet vaak. De meeste waarnemingen worden vooral gemeld in de maand september.

 

En nu naar de vogel die u hierboven ziet afgebeeld, de Steenloper (Foto: archief IVN Roden). Dat is best een goede naam, want je ziet ze voornamelijk op stenige ondergronden rondscharrelen, zoals in havens en langs dijken waar ze op zoek zijn naar voedsel tussen de basaltblokken en aangespoelde troep. En omdat je maar nooit weet wat er verscholen ligt onder stenen zie je ze die regelmatig keren. De buitenlandse namen zijn juist daarop afgestemd: in het Duits Steinwälzer, in het Engels Turnstone en in het Frans klinkt het echt chique: Tournepierre à collier. Wanneer we met de Vogelwerkgroep IVN Roden het Lauwersmeergebied bezoeken is het vaste prik om in de haven rond te kijken. Daar kun je ze vanuit de auto langs het water bezig zien op soms minder dan een paar meter afstand. Vaak is er een behoorlijk aantal van deze vogels aanwezig en zie je ze daar ook wel op een rijtje op de steigers zitten. Overigens zijn het opportunistische beestjes die best genegen zijn om etenswaren te nuttigen die wij laten slingeren of hen worden aangeboden. Hier geldt: ”Ook een lekker stukje friet versmaadt de Steenloper niet”. Als wij daar toch in de haven zijn speuren we natuurlijk verder, want je hebt ook kans een andere erkende ’Basaltloper’ te scoren: de Paarse strandloper. Je treft hem niet vaak, maar een enkele keer heb je wel het geluk en voor meerdere deelnemers aan een excursie is het dan een eerste, aangename kennismaking. Wie we daar ook met enige regelmaat treffen is een vogel die je daar niet verwacht: de IJsvogel. Kennelijk valt er voor hem best een visje te verschalken. En ach, soorten als de Roodkeelduiker, Sneeuwgors, Roodhalsfuut, Strandleeuwerik en tal van andere neem je en passant mee als je er toch eenmaal bent… uitgesmeerd over meerdere bezoeken.