Maria’s Mooie Mensen 288

Het was tijd voor een nieuw hoogtepunt in onze prille basisschool-carrière: het schoolreisje. Met een datum wel erg vroeg in het jaar, voorzag ik een schoolreis in de kou en regen en drongen van tevoren visioenen van totaal verkleumde en in de regen huilende kinderen op, máár niks van dat alles bleek waar toen afgelopen week het weer een miraculeuze turn maakte en de verwachting opeens cijfers van boven de twintig graden beloofde. Het grote wat-moet-mijn-kind-aan puzzelen was daarmee ook een feit: met koud en vies weer is het slechts de sport haar zo warm mogelijk te houden, nu moesten we schipperen tussen de frisse ochtend en steeds warmere middag. Volledig gehuld in verwijderbare laagjes leverde ik haar uiteindelijk op school af. De spanning was te snijden, hoewel ze zelf verkondigde dat het schoolreisje niet spannend was, maar alleen maar heel erg leuk. Gelijk heeft ze, maar de tranen ’s ochtends bij het kiezen van haar broodbeleg verraadden toch wat anders. Juf ontving in alle rust de stuiterballen eerst in de klas waar iedereen zich in de jas met moeite op zijn stoel kon nestelen. Al wekenlang werden de kinderen voorbereid op het uitje en dus wist mijn dochter me al dagen ervoor te vertellen hoe het met het plassen zou gaan en naast wie ze in de bus zou gaan zitten. Op onze succeswens haalde de juf haar schouders op: ‘dit wordt gewoon een hele leuke dag’ en dat leek me een hele goede maar ook dappere houding om aan zo’n avontuur te beginnen. Voorzichtig informeerde ik of we ons meisje nog mochten uitzwaaien – misschien is dat hopeloos ouderwets, maar een blik later op het schoolplein waar ditmaal geen spelende kinderen maar wachtende ouders stonden, leerde me genoeg. De één kwam met de hele camera-uitzet, een ander zocht een zo strategisch mogelijke locatie. Toen de bus er eenmaal was en de kinderen in colonne probeerden te vertrekken, begon het grote verdringen. Gewapend met mobiele telefoon probeerde iedereen van zijn of haar spruit het beste filmpje te maken waarbij ze de ander geen ruimte gunden. Voor de kinderen in de – geblindeerde, heel handig – bus stapten hadden de meesten hun eerste attractie al gehad en bijna verdrukt gingen sommigen met tranen in de ogen weg. Zwaaien deden we allemaal als een malle, maar vertelde mijn dochter me fijntjes: ‘ik zat helemaal niet aan die kant en ik heb je niet gezien. Papa wel, maar was jij er ook?’ Ja, ik was er dus ook en toen de bus uit zicht verdween lag er voor mij een lange dag waarin ik me afvroeg hoe het daar zou gaan. Waar anders de oproepen voor ‘ouderparticipatie’ talrijk waren, was er voor dit schoolreisje geen hulp nodig. Blijkbaar moet je uitverkoren zijn om mee te mogen, alhoewel dat voor mij meer als straf zou voelen. Juf doorstond de dag met glans en langzaamaan begreep ik wel uit de verhalen dat dát echt een medaille waard is. Zo liet dochterlief en passant vallen dat ze haar vest kwijt was en dat er iemand in de poep – ???? – was gaan zitten. Juf had het allemaal opgelost. Zo ook het ijsjes probleem: ‘die was echt niet lekker’. Nou dat extra ijsje had juf in elk geval wel verdiend.