Mariëtte Brouwer luidt de noodklok in de thuiszorg

‘Thuiszorgorganisaties moeten de barricades op’

RODEN – De thuiszorg staat onder druk. Weinig financiële middelen en ‘doelmatig werken’ drukken hun stempel op de zorgverleners. Werknemers in de zorg voelen de werkdruk toenemen en het persoonlijke contact en de werkvreugde afnemen. Volgens Mariëtte Brouwer, eigenaar en directeur van de Buurtzuster, is dit de schuld van de grote zorgverzekeraars. ‘De verzekeraars bepalen de wet. De overheid hoort dat niet graag, maar het is wel zo.’
Het had een positief gesprek moeten worden. De Buurtzuster, een thuiszorgorganisatie die op 1 januari 2018 precies 5 jaar bestaat, opent binnenkort een nieuw woonzorgcentrum in Gieten. Dat betekent dus dat het goed gaat met het bedrijf, zou je zeggen. ‘Aan de ene kant is de vergrijzing voor ons positief. Dat is voor ons namelijk klandizie. Aan de andere kant is het zo dat wij goede zorg willen bieden en dat wordt ons steeds lastiger gemaakt’, zegt Mariëtte.
De Buurtzuster is een organisatie die thuiszorg biedt aan mensen die hier zelf niet toe in staat zijn. Het gaat dan alleen om zorg en niet om huishoudelijke klusjes. Het personeel van de Buurtzuster rijdt dagelijks vaste routes, en staan 24 uur per dag klaar voor hun cliënten. Mensen die woonachtig zijn in Roden en omstreken, zullen de auto’s van de Buurtzuster ongetwijfeld wel eens hebben zien rijden. ‘De auto’s zijn heel herkenbaar en ons logo staat er groot op. Dat is goede reclame, al betekent het ook dat je onder een vergrootglas ligt. Ik heb vandaag nog iemand erop gewezen dat we niet te hard door bepaalde wijken moeten rijden, omdat je natuurlijk snel herkend wordt en dat geen reclame is.’
Mariëtte richtte het bedrijf zelf op. ‘Ik heb verpleegkunde gestudeerd en ben via het ziekenhuis uiteindelijk terecht gekomen bij een thuiszorgorganisatie. Dat vond ik eigenlijk helemaal niets: ik wilde het zelf doen. Zodoende ben ik gestart met de Buurtzuster.’
De Buurtzuster werkt samen met onder andere het UMCG en het Martini Ziekenhuis. Zij bieden zorg aan mensen die uit het ziekenhuis ontslagen zijn, maar nog wel zorg nodig hebben en dat zelf niet kunnen. De kracht van het succesvolle bedrijf is de korte lijnen met ziekenhuizen en de samenwerking met andere zorginstellingen. ‘We hebben ongeveer tweehonderd cliënten’, vertelt Mariëtte. ‘De meesten van hen ontvangen dagelijks zorg. Zij worden opgenomen in een bepaalde route. Wanneer wij zorg verlenen hangt af van de wensen van de cliënt. Zij geven een voorkeurstijd aan en wij proberen hier rekening mee te houden. Het lukt ons eigenlijk altijd om niet te veel van die tijd af te wijken.’  Toch wordt dat steeds lastiger, laat Mariëtte weten. ‘De grote verzekeraars willen dat je doelmatig werkt. Dat houdt in dat je effectief bent en niet al te lang met een cliënt bezig bent. Als je bijvoorbeeld een verbandje moet vervangen bij een cliënt, zien zij het liefst dat je naar binnen gaat, het verband vervangt en weer door gaat. Ik ken zelfs thuiszorgorganisaties die gebruik maken van bepaalde ‘jas-aan-routes’. Op die routes moeten de werknemers de jas aanhouden en zo spoedig mogelijk weer vertrekken.’ Het is de pijnlijke realiteit, volgens Mariëtte. En het grote probleem is: het is haast onmogelijk om tegen de grote verzekeraars in te gaan.
Mariëtte: ‘De grote verzekeraars stellen een bepaald bedrag vast voor thuiszorgorganisaties. Ze zijn daar erg gehaaid in. Ze bieden thuiszorgorganisaties steeds minder budget, maar gooien wel de zorgpremies omlaag. Hiermee hopen ze klanten binnen te krijgen die tekenen voor een lage premie, maar dragen ze ondertussen ook bij aan de verminderende kwaliteit van de thuiszorg. Keuzevrijheid is een term die verzekeraars hoog in het vaandel hebben, maar eigenlijk laat dit flink te wensen over. Ik zou daarom alle mensen willen adviseren: kijk eens kritisch naar de zorgverzekering die je hebt en wat je er mee precies kunt. Dan zal je zien dat de keuzevrijheid flink beperkt is.’
Het grote probleem is volgens Mariëtte de vastgestelde budgetten die grote verzekeraars vaststellen voor de thuiszorg. ‘Er zijn kleinere verzekeringsmaatschappijen, zoals DWS en Stad Holland, die het anders aanpakken. Zij hebben geen vast budget, maar hanteren een ‘geld-volgt-klant’ systeem. Oftewel: zij trekken geld uit per klant en leggen niet van te voren een bepaald budget vast.’ Het verschil tussen beide soorten verzekeraars, is dat je bij DWS en Stad Holland altijd terecht kunt bij de plaatselijke thuiszorgorganisaties. Wanneer je bij grote verzekeraars zit, loop je de kans dat je bij een thuiszorgorganisatie wordt geweigerd, omdat zij het maximale budget van de verzekeraar al hebben overschreden. Het gevolg hiervan is dat de thuiszorgorganisaties dan zelf voor de kosten van de zorg moeten opdraaien en dus mensen moeten weigeren.
Het is volgens Mariëtte een gevolg van jarenlang wegkijken. ‘In de jaren ’80 van de vorige eeuw, hadden we al kunnen zien aankomen dat het mis zou gaan. De babyboom populatie zou zorgen voor vergrijzing, dat stond toen al vast. Daar had in die tijd al beleid op gevoerd moeten worden, maar dat heeft de regering destijds verzuimd.’ Een verklaring hiervoor, zoekt Mariëtte in de linkse regeringen die Nederland in die tijd telkens had. ‘Nederland is een sociaal land. Wij vinden dat iedereen hier de beste zorg verdiend en dat is een mooi streven, maar niet altijd reëel. Er had destijds een realistischer beleid moeten worden gevoerd, waarbij gekeken werd naar de lange termijn. Omdat dat toen niet gebeurd is, hebben we nu een probleem.’
Het gevolg is dat er nu weinig geld te besteden is in de (thuis)zorg. Grote verzekeraars stellen een –meestal gering- budget vast voor de thuiszorgorganisaties, waarmee die organisaties zich moeten redden. Hierdoor krijgen cliënten minder aandacht. Als klap op de vuurpijl, stelt de verzekeraar verplicht dat bijna alle handelingen geregistreerd worden. ‘Hierdoor zijn wij bijna meer tijd kwijt aan rapporteren en administratie, dan dat wij met onze cliënten bezig zijn. Ik ben het met de verzekeraars eens als zij zeggen: het moet efficiënt. Daarnaast is goed rapporteren ook belangrijk, maar we zijn nu aan het doorslaan. Als wij met jassen aan langs onze klanten gaan en van ons wordt verwacht dat wij binnen tien minuten weer weg gaan, dan zijn we misschien wel efficiënt maar dan zijn we toch verkeerd bezig’
Zelf heeft Mariëtte wel een aantal ideeën om de thuiszorg te verbeteren, maar momenteel is het vechten tegen windmolens. ‘De beslissingen worden gemaakt door de verzekeraars, die niet meer midden tussen de thuiszorgorganisaties zitten. Zij zijn de realiteit een beetje uit het oog verloren. Ik vind dat zij hun oor beter te luisteren moeten leggen bij de organisaties. In goed overleg moet er aan een oplossing worden gewerkt.’ De ideeën die Mariëtte zelf heeft, zou ze graag eens voorleggen aan de grote verzekeraars. ‘Maar het is lastig om met hen aan tafel te komen. Als je een gesprek wil, sturen ze een delegatie advocaten. Via de brancheorganisatie is het ook moeilijk.’
Een manier om toch aandacht te kunnen vragen voor de problematiek in de thuiszorg, zou volgens Mariëtte staken kunnen zijn. ‘Het is een heftige maatregel, omdat een groot aantal mensen dan geen zorg krijgt. Maar de nood is zo hoog, dat ik vind dat het doel de middelen heiligt. Dan maar de barricades op. Als dat de enige manier is om in gesprek te komen met de zorgverzekeraars, dan moet dat maar.’
Volgens Mariëtte is het belangrijk af en toe meer tijd vrij te maken voor de cliënten. Vroeger was dit gebruikelijker dan tegenwoordig, maar het is nog steeds noodzakelijk. ‘Uit onderzoek is gebleken dat eenzaamheid ziektemaker nummer één is’, zegt zij. ‘Tegenwoordig krijgen wij een boete, wanneer de verzekeraar er achter komt dat een medewerker van ons een bakje koffie drinkt met een cliënt. Daarbij gaan zij wel heel makkelijk aan het feit voorbij, dat mensen ook bepaalde aandacht nodig hebben.’ Mariëtte is drukdoende om een manier te vinden om te schipperen tussen efficiënt werken en het geven van voldoende aandacht. ‘Dat is lastig, maar niet onmogelijk.’

 

Gieten

Het woonzorgcentrum in Gieten, wordt de vierde locatie van de Buurtzuster. Ze zijn al actief in Assen, Zuidlaren en Roden. Een vergelijkbaar zorgcentrum, heeft de Buurtzuster in Zuidlaren. ‘Daar zitten vooral mensen met dementie.’ Toch is er een wezenlijk verschil met het woonzorgcentrum dat wordt geopend in Gieten. ‘In Gieten willen wij onder andere ervoor zorgen dat echtparen samen kunnen wonen. Daar is veel behoefte aan. In een tijd waarin de vergrijzing toeneemt, zie je steeds vaker dat echtparen op leeftijd gescheiden van elkaar moeten leven. Dat willen wij voorkomen.’
Het woonzorgcentrum in Gieten wordt gebouwd in het huidige Hotel Braams. ‘We hadden contact met een aantal ondernemers en uiteindelijk besloten om Hotel Braams over te kopen’, legt Mariëtte uit.
‘Omdat er in Zuidlaren een wachtlijst is voor het woonzorgcentrum, was er behoefte aan een tweede locatie. Op die nieuwe locatie willen wij de zorg anders gaan aanpakken. Daar maken wij gebruik van de Wet Langdurige Zorg, die ons in staat stelt onze zorg meer zelf te regelen en de kwaliteit te verhogen.’