Minikul: Tentgevoel

Ze komen steeds vaker voor: Nieuwe  woorden in ons Nederlandse taalgebruik. Meestal zijn ze  een beetje – zeg maar gerust: een beetje veel – ‘geconstrueerd’, alsof ze door een gewiekst reclamebureau zijn ontworpen. Wat ook best zo kan zijn, want enig ‘anglicisme’, een Engelstalig achtergrondje, is deze vaak in gebakken lucht verkopen gespecialiseerde vlotte boys beslist niet vreemd. Engelse termen, daar schermen reclamebureaus graag mee omdat volgens onderzoeken de Grote Massa er meer vertrouwen in schijnt te hebben. En wat van ver komt is lekkerder. Mooi voorbeeld is de kampeersector. Die schijnt een beetje in de versukkeling te raken. Althans wat het ‘gewone’ in een bungalowtent kamperen betreft. Kamperen met de luxe van een vijfsterrenhotel daarentegen raakt daarentegen steeds meer ‘in’. Met het back to basis kamperen als tegenpool voor de puristen, de echte natuurliefhebbers die vooral op hun rust zijn gesteld en met minimale voorzieningen genoegen nemen, dat zelfs leuk vinden. .

Luxe kamperen, door slimme marketingstrategen aangeprezen als een ‘safaribeleving’ houdt onder meer in dat je in je luxe manshoge tent van zeker veertig vierkante meter een badkuip op leeuwenpootjes hebt staan, dat er warm stromend water is en dat je een eigen toilet hebt. In de tent aanwezig zijn uiteraard een flatscreen tv plus dvd-speler, een stofzuiger, een koelkast, een gasfornuis, een senseo-apparaat en uiteraard wifi. Dat wordt, heel slim weer, als ‘glamping’ bij de op luxe gestelde kampeerder geïntroduceerd. ‘Glam’ van glamour ‘ping’ van camping, waarmee het kampeergevoel ondanks alle gemak tóch wordt benadrukt. ‘Bamping’ schijnt daarentegen het nieuwe geconstrueerde woord voor de allereenvoudigste oervorm van kamperen te zijn. (‘Bam’ voor basaal en ‘ping’ om weer het woord camping tot uitdrukking te laten komen?) Het staat voor kamperen op een rustig natuurterrein, in een simpel tentje, in een slaapzak slapen, op een vuurtje je eten koken en ’s ochtends met de WC-rol in de hand naar het toiletgebouw lopen – als dat tenminste aanwezig is anders doe je het maar in de bosjes.

Uitgangspunt van beide tegenpoolse kampeerdrang schijnt het behouden van het ‘Tentgevoel’ te zijn. Dat is tenminste een goed Nederlands woord waarbij je als het ware de regen op het tentdoek kunt horen tikken. Tentgevoel, dat is het ultieme kamperen, of dat nu super de luxe of basaal sober is.

Henk Hendriks