Mooie plaatjes

Vorige week prijkte een spetterende zonsondergang boven deze column. De fotograaf (Iris Jonker) was zelf blij verrast dat de foto ruim twee maanden nadat ze hem had gemaakt en opgestuurd alsnog dit plekje kreeg. Een week daarvoor was het een prachtige foto van een Roodborst. Van Pia Zomer meldde ik. Een ander, Trienke Tijseling, vond volgens haar herinnering dat de foto wel verdacht veel leek op één van haar. Dat klopte, want het was er ook één van haar hand. ”Een foutje, sorry” zeggen we dan.

Alle foto’s die naar IVN Roden worden gestuurd voor deze column, van activiteiten en verslagen voor de website of voor plaatsing bij artikelen in het verenigingsblad komen in het archief. Dat is al een omvangrijk geheel geworden en van sommige onderwerpen zijn er al vele. Neem bijvoorbeeld de Ree. Mooi om te fotograferen en dat gebeurt dan ook. Maar als je er al 100 van hebt moet je nodig eens gaan selecteren en pik je de mooiste en meest bijzondere eruit. En dat doe je met veel meer. Van een paddenstoel als ”die rooie met witte stippen”, de Vliegenzwam, zijn er al talloze. Die wordt door menigeen op de plaat gezet. Zelf doe ik het ook en zwicht telkens weer als ik een mooie groep zie staan. Daar mag ook best eens de bezem door gehaald worden. En van een vogel als de Blauwe reiger zijn er weliswaar geen honderd, maar wel heel veel. Toch ontbreekt er iets aan, namelijk dat ene ultieme plaatje dat ik een keer had kunnen maken. Maar ja, had, daar heb je weinig aan. Misschien heb ik er al een keer over geschreven. Het was in Lauwersoog bij de sluis. Daar stond pakweg tien jaar geleden op een koude grauwe dag op een stille plek, half verscholen aan de oever tussen lage struiken, een groep van meer dan 40 Blauwe reigers uit de wind dicht opeengepakt. De vergelijking met een groep oude grijze mannetjes drong zich op, die verkleumd, want alle in mekaar gedoken, steun en warmte bij elkaar zochten. Daar had ik graag een foto van gemaakt, ware het niet dat ik toen niet eens een camera bij me had.

 

 

Een andere keer was ongeveer twintig jaar geleden in het Friese Veen, bij Paterswolde. Daar landde in een Taxus een Staartmees die werd gevolgd door een trits jongen en toen nog een oudervogel. De ouders aan weerzijden met 7 jonge vogels er tussenin. Het was maar even dat ze er zaten en voor ik er erg in had waren ze alweer verdwenen. Dat was ook een mooi plaatje geweest…, als de foto tenminste was geslaagd, want lang niet alle foto’s zijn goed en scherp. De meest spetterende zonsondergang zag ik een jaar of dertig geleden in Friesland tussen Workum en Parrega. Het was een geweldig spectrum aan kleuren dat ik daar aan het firmament zag . Gauw een mooie plek gezocht met een Friese boerderij erop, maar toe ik uitstapte resteerde nog wel een mooie lucht, maar die was ontdaan van al het fraais van kort daarvoor. Ik heb daarom de indruk dat de mooiste foto nog altijd gemaakt moet worden en wellicht nooit gemaakt wordt. Overigens ben ik verguld met alle mooie plaatjes die met regelmatig worden gestuurd. Omdat bij elk stukje dat ik schrijf een foto komt, deze keer één van een Blauwe reiger (nu wél van Pia Zomer).

 

Minko

Wie ook mooie foto’s maakte was Minko van der Veen, de vlinderman van IVN Roden. Maakte, want Minko is niet meer. Hij stierf als gevolg van een fatale hersenbloeding. Het betekende een abrupt einde aan zijn leven, veel te vroeg en zo onbevredigend. Zijn leven was niet af zei één van zijn dochters tijdens de druk bezochte uitvaartdienst in de Catharinakerk in Roden. Minko was er voor zijn familie en daarnaast een fanatiek natuurliefhebber. Daar was hij altijd druk mee, als coördinator van onze IVN-Vlinderwerkgroep en als secretaris van de Vlinderwerkgroep Drenthe. De voorzitter van die laatste werkgroep memoreerde dat Minko een consciëntieus iemand was, een man van de cijfers, van de statistieken, die daarom precies wist waarover hij het had. Daarom wist hij ook als geen ander dat het er zo beroerd voorstaat met bijvoorbeeld de vlinderstand op het boerenland, maar ook elders. Er moet steeds weer voor worden gestreden dat het beter wordt. Steeds opnieuw, wist hij.