Norger echtpaar te zien in zes afleveringen van ‘We zijn er bijna!’

 

Bekendheid streeft Menne en Hilly voorbij

NORG – Bekende Norgers waren oud-supermarkteigenaars Menne en Hilly Spithost al, maar na het tv-programma ‘We zijn er bijna!’ van Omroep MAX worden ze werkelijk overal herkend. Vijf weken lang reisden ze met een groot gezelschap in campers richting Ierland en dat bleef niet onopgemerkt. ‘Laatst waren we tijdens het fietsen even gestopt bij de gaslocatie in Langelo. We zaten met onze rug naar de weg even rustig een sinaasappeltje te eten, toen we plots door een wildvreemde werden aangeschoten. Dat hij ons van de tv herkende! Bijzonder, toch?’
Het avontuur voor Menne en Hilly begon al in september vorig jaar. Toen boekten zij een groepsreis zoals ze dat wel vaker doen, via de ANWB. ‘We zijn bijna heel Europa al wel doorgereisd, maar Ierland stond nog bij ons het lijstje. Vandaar dat wij ons via de ANWB opgaven voor een vijfweekse groepsreis naar Ierland’, vertelt Menne. Hilly vult aan: ‘Als we naar een land op vakantie gaan waar we nog nooit geweest zijn, dan regelen wij dit vaak via de ANWB. Zij weten precies welke plekken je moet bezoeken en regelen bovendien alles voor je. Ideaal.’
Een paar maanden later, in februari, werd het echtpaar benaderd door de ANWB met de vraag of ze mee wilden doen aan ‘We zijn er bijna!’. De jaren ervoor had het programma zich vaak afgespeeld in Zuid-Europa, maar nu trokken zij meer naar het noorden. ‘Omroep MAX doet dit allemaal in combinatie met de ANWB, maar zij mogen geen reclame maken natuurlijk. De filmploeg moest dus ook de hele tijd opletten dat het logo van de ANWB niet in beeld kwam’, zegt Menne. Hilly weet het nog sterker te vertellen: ‘Op den duur stond de cameraploeg bij ons in de camper. We waren even een kopje koffie aan het drinken en zij stonden erbij te filmen. Op den duur vroeg Bob (één van de cameramannen) of ik wel mijn mok wilde omdraaien. Anders kwam een bepaald koffiemerk in beeld!’
Over de filmploeg, regisseuse en presentatrice niets dan goeds. ‘Het waren hele aardige mensen. Ze pasten goed in de groep en kenden iedereen na een dag of twee al bij naam. Erg bijzonder, want we waren met een grote groep’, zegt Menne. ‘Op den duur merkte je ze ook niet meer op. ’s Ochtends schoor ik me altijd en dat doe ik het liefste buiten. Dan kwam iemand van de cameraploeg mij een zendertje om doen en spraken we wat over koetjes en kalfjes. Na vijf minuten was ik alweer vergeten dat ik het zendertje droeg. Je wende er heel makkelijk aan.’
Het wennen aan de gebruiken was ook niet lastig. ‘We waren al eens eerder in Engeland en Schotland geweest. Links rijden was dus niet zo’n groot probleem. Bijna iedereen die ik gesproken heb over de reis vroeg of dat niet lastig was, maar daar wen je zo aan’, zegt Menne. Hilly bevestigd dit: ‘Alleen rechts afslaan was nog wel eens het probleem. In Nederland kijk je dan in je spiegels of er niemand aan komt, maar nu moest je voor je kijken of er niemand van de andere kant kwam. Dat was het enige wat soms lastig was.’
Ierland heeft Menne en Hilly verrast. ‘Ierland is schitterend, echt waar. Vooral de kliffen en de natuur waren prachtig. Het is alleen jammer dat het er zo vaak regent en Ierland met de camper niet zo makkelijk te bereiken is. Anders waren we er zeker al eens eerder geweest’ , stelt Menne. Niet alleen de natuur, maar ook de Ieren zelf heeft hen blij verrast. ‘We liepen door Belfast, de hoofdstad van Noord-Ierland, toen het land midden in een hittegolf zat. Op straat zeiden mensen dan tegen ons: ‘’What a lovely day’’. Erg bijzonder’, zegt Hilly. Ze vervolgt: ‘Even later liepen we door de stad. Per ongeluk liep ik tegen een man aan die van de andere kant kwam. De man zag ongetwijfeld dat wij toeristen waren en lachte. ‘’Welcome in the city’’, zei hij. Hele vriendelijke mensen, stuk voor stuk.’
De eerste uitzending vonden Menne en Hilly stiekem wel spannend. Samen met de buurvrouw zaten ze klaar voor de tv met een hapje en een drankje. ‘Ik weet nog dat na vijf minuten de telefoon ging. Een neef van me, die ik daags daarvoor nog had gezien, belde op. Of ik wel wist dat ik op tv was! Dat was wel erg grappig’, zegt Menne. De dagen erna werden Menne en Hilly door iedereen aangeschoten over de aflevering. Dit vonden ze allerminst vervelend. Met hun supermarkt verleden spraken is een babbeltje haast een tweede natuur. Het supermarkt verleden zie je ook mooi terug in de groepsreizen die het duo onderneemt. ‘Soms zie je wel eens dat er groepjes ontstaan tijdens zo’n reis, maar daar doen wij niet aan mee. Wij blijven altijd de kruideniers die met iedereen kunnen praten’, lacht Hilly.
Dat dit seizoen van ‘We zijn er bijna!’ veel aandacht heeft opgeleverd, valt nog steeds te merken. Oud klasgenoten, neven van wie al bijna jaren niets meer was vernomen en zelfs klanten waarvan Menne en Hilly het bestaan niet eens meer af wisten; allemaal stuurden ze een e-mail of belden ze even naar Norg. ‘Dat is toch prachtig. Zo zie je maar wat zo’n programma teweeg kan brengen’, glundert het stel.