Op een hoopje

De situatie die u op de foto ziet afgebeeld is, zoals u zult begrijpen, een gemanipuleerde. Het was afgelopen vrijdag dat ik ’s ochtends de deur uitstapte waarbij het direct opviel dat er her en der wormen op de stoep voor onze deur lagen. Ze waren al een beetje uitgedroogd, het zonnetje scheen namelijk, en veel leven zat er niet meer in. Een reddingsoperatie was dus niet meer mogelijk, maar dat was ik toch al niet van plan.

Dat ze op een hoopje zijn gegooid was puur voor de compositie en vooral ook om te benadrukken dat het er vele waren. Het zijn er 26, tel maar na, maar de hoop had ik veel groter kunnen maken, want ze lagen niet alleen bij ons voor de deur, maar ook bij de buren en verderop. Zo’n verschijnsel vraagt om een verklaring, maar die heb ik niet zo een-twee-drie paraat… hoewel? Je weet dat tijdens de winter wormen het een beetje ’lagerop’ zoeken. Hoe kouder het is, des te dieper ze in de bodem verkeren. Dat doen mollen dan ook, want die gaan hun favoriete kostje achterna. Weerprofeten weten dan dat ze met niet al te gewaagde voorspellingen kunnen komen. Ik hecht trouwens weinig geloof aan voorspellingen die zijn gebaseerd op natuurverschijnselen. Je hebt tegenwoordig ook voorspellingen die op de iets langere termijn zijn gebaseerd en die komen meestal redelijk goed uit. Nu het een beetje voorjaar begint te worden en de temperatuur stijgt komt de natuur ook weer meer tot leven. Dat geldt ook voor de wormen die het dan weer hogerop gaan zoeken.

Voor ons huis ligt een gemeentelijk gazonnetje dat is omgeven door trottoirs. Dat is het terrein waar je wormen kunt verwachten. Nu denk ik dat ze onder de stoeptegels een iets warmer milieu treffen, waardoor ze daar verzeild raken. Het gaat te ver om te zeggen dat nu de temperaturen stijgen het tijd voor ze werd om ’een luchtje te scheppen’, maar kennelijk was er wel een dwang om via de voegen tussen de tegels naar boven te kruipen. Dan komen ze echter, zeker met het zonnetje erbij, op een zeer droge ondergrond terecht waardoor hun lot werd bezegeld. Een andere verklaring voor dit vrij massale ’naar buiten treden’ kan ik niet verzinnen. Ik had dat hoopje wormen trouwens een beetje aan de rand neergelegd zodat er geen mensen in zouden gaan staan en wellicht kwamen er vogels op af om deze versnaperingen tot zich te nemen. Eigenlijk verbaasde ik me er al over dat er nog geen merels mee aan de haal gingen, hoewel kraaien en tal van andere vogels zo’n hapje ook niet versmaden. Dat bleek later na terugkomst dan ook het geval, want van het hoopje was niets meer over en van de vele wormen die elders verspreid lagen waren ook de meeste weg.

Eén van de grootste liefhebbers van wormen is de Scholekster. Terug van de overwinteringsgebieden (de Wadden en het Deltagebied) staan wormen bovenal op het menu, maar ook engerlingen en andere larven van insecten. Het zal u ook wel zijn opgevallen dat je ze nog maar nauwelijks in de weilanden ziet, maar des te meer in de ’bewoonde wereld’. Dat ’des te meer’ moet u wel met een korreltje zout nemen, want ook met deze weidevogel gaat het knap beroerd. Na een grote toename in de loop van de vorige eeuw tot ca. 125.000 broedparen gaat het nu weer bergafwaarts en is er de helft van over. Eerst was er veel te halen op het boerenland, maar dat is nu nihil. Ze zijn verdreven naar de graslandjes in urbaan gebied waar ze op nabij gelegen platte daken broeden. In zo’n omgeving liggen vele gevaren op de loer. De meeste scholeksters broeden in de kustgebieden, vooral in de kwelders, waar vaak nesten  uitspoelen bij hoogwater. De neerwaartse spiraal wordt mede veroorzaakt door voedselgebrek in de winter. Dan leven ze vooral van schelpdieren, maar die worden voor hun snavels weggekaapt door inhalige vissers. Om schelpdieren te kraken hebben ze aangepaste stompe snavels. Als ze omschakelen naar wormen worden ze puntiger. Snavels slijten, maar groeien ook snel en passen zich aan de omstandigheden aan. Het mag een voordeel heten dat scholeksters oud kunnen worden, tot wel 20 jaar en soms nog meer. Volgens informatie van de Sovon is de oudste vogel in 2016 op de Maasvlakte gespot, op de nauwelijks te bevatten leeftijd van 46 jaar!