Opgeruimd staat netjes

Af en toe heb ik het hier over de volksaard van de (gemiddelde) Nederlander. We staan bekend als een proper volkje. Bert Haanstra verfilmde dat onder andere door te laten zien hoe wij bijvoorbeeld schrobbend ons stoepje schoon houden. Ook ten aanzien van de natuur zijn velen van mening dat het er netjes en opgeruimd moet uitzien. Als natuurliefhebber neem ik dat met enige regelmaat op de hak, wetende dat het juist goed is dat het er in de natuur een beetje rommelig moet uitzien.

 Het kost(te) best nogal wat overredingskracht om dat bij mensen tussen de oren te krijgen. U kent wellicht nog wel de slogan: ’Dood hout doet leven’. Tal van (natuur)organisaties moesten wel uitleggen waarom het goed is voor de natuur dat wanneer je dood hout in het bos laat liggen allerlei natuurprocessen in gang worden gezet. Dat hoef ik hier niet meer uit te leggen, want dat heb ik al vaak genoeg gedaan. Desalniettemin volharden nogal wat lieden in hun opvatting dat een bos er aangeharkt moet uitzien en dan durven ze ook nog, met droge ogen, te beweren dat ze natuurliefhebbers zijn. Uiteraard is dat toegestaan, maar of dat werkelijk zo is mag dan wel met een korreltje zout worden genomen, want zo wordt het leven van heel veel organismen, waar je als natuurliefhebber van kunt genieten, onmogelijk gemaakt. Iemand die wel het nut van dat dode hout inziet is Hielkje Westerhof uit Haulerwijk. Zij stuurde me een berichtje met een foto (dat doet ze wel vaker) waarin ze vertelde te hebben gewandeld in het bosgedeelte van het Noordsche Veld. Ze meldde: “Daar zijn gelukkig stobben en niet opgeruimde takken en veel omgewaaide bomen. Op de kopse kant van een loofboom vond ik oranje pluizen/draadjes en dacht aan een mossoort, maar kwam er later achter dat het luchtmycelium is dat ook wel ozonium wordt genoemd”. Dat vermag enige uitleg.

Een mycelium is een zwamvlok (die vruchtlichamen (paddenstoelen) kan vormen), oftewel een netwerk van schimmeldraden in een substraat. Dat substraat kan humus in de bodem zijn, maar ook dood hout, zoals een stobbe. Meestal is dat inwendig aanwezig, maar bij een luchtmycelium komt dat vervormd uitwendig tevoorschijn en dan lijkt het wel ietwat op mos. Hielkje wilde van mij weten of ik deze vorm ken en daarop kon ik bevestigend antwoorden. Ik kom het zelfs met enige regelmaat tegen en soms heb ik daarbij het geluk dat de zwam die er bij hoort aanwezig is, zoals op de foto is te zien. Ik had haar al gemeld dat het meestal de Grote viltinktzwam is die bij dit ’ozonium’ hoort (zie foto), maar dat er ook andere inktzwamsoorten zijn die dit kunnen doen. We hebben het hier over saprotrofe soorten, dus soorten die organisch materiaal afbreken. Er zijn daarnaast ook veel (bodembewonende) zwammen waarvan de schimmeldraden verbonden zijn met de wortels van bomen en struiken en in symbiose met elkaar leven. De zwamvlok krijgt suikers in ruil voor water en mineralen. Dan heb je het over ectomycorrhiza vormende zwammen.

Met verwijzing naar de kop van deze column ben ik zelf ook druk bezig zaken op te ruimen. Uiteraard niet ten koste van (en in) de natuur, maar in mijn werkkamer. Dat is best nodig, want ik heb de neiging allerlei bladen en knipsels die ik van belang acht te bewaren. Maar het is goed er eens flink de bezem door te halen en rigoureus zaken te ruimen. Zo kwam ik een grote stapel knipsels tegen die gingen over de groteske woningbouwplannen in Roden en Leek. Die plannen waren er in tal van gemeenten en dat terwijl er krimp werd voorspeld. We weten hoe dat is afgelopen en dat kon allemaal in de papierbak. Ik kwam ook een artikel tegen met foto’s van de Japanse kunstenaar Susumu Nishinaga. Hij was zo verslaafd aan de kleine wereld dat hij zijn kwasten verving door een elektronenmicroscoop. Kijk maar eens op internet en zie de kleur- en vormrijke (natuur)foto’s. Zo’n artikel bewaar ik wel. Inmiddels ben ik er (bijna) doorheen en zijn de boeken aan een grote schifting toe. Mijn voornemen is namelijk dat er wel nieuwe boeken bijkomen, maar dat daarvoor ruimte moet worden gecreëerd door andere weg te doen. Die komen dan ten goede aan de volgende boekenmarkt.