Overlast

Mooi onderwerp, overlast. Er worden tv-programma’s over gemaakt tot groot genoegen van veel kijkers. Denk aan De rijdende rechter dat wordt aangeprezen als: ”Mr John Reid beslecht burenruzies, familievetes en andere conflicten”. Zijn voorganger bij NPO 1, Mr Frank Visser, doet dit eveneens bij de commerciëlen. Of het altijd tot een oplossing leidt weet ik niet, maar hier gaat het natuurlijk vooral om de gunst van de kijker. Met meer dan een miljoen kijkers scoor je tegenwoordig bovengemiddeld en dat doen beide programma’s. Vroeger, in de tijd van één en later twee zenders keek een miljoenenpubliek naar de meest onbenullige programma’s.

Zelf heb ik wel eens naar Mr Reid gekeken, en dat hier ook gemeld (er werd overlast door bomen ervaren), maar eigenlijk had ik het na één keer wel gezien. Het is ergernis in verschillende vormen en gradaties. Trammelant tussen buren is kennelijk sowieso een dankbaar onderwerp, want ik zag nog iets in de gids staan wat er over ging: ”Bonje met je buren”. Dat zal best op een ontspannende wijze vermakelijk zijn om naar te kijken, maar ik heb er geen tijd voor, laat staan dat ik mezelf die tijd zou gunnen. Vorige week ging het op deze pagina over een andere vorm van overlast. IVN Roden verkondigde in De Zeepkist haar standpunt betreffende het aanleggen van een mtb-route in het Mensingebos. Daar is onze vereniging sterk op tegen nadat ze tal van leden, donateurs en anderen naar hun mening had gevraagd. Er is al sprake van veel ergernis bij wandelaars vanwege loslopende honden. Je kunt je er wel iets bij voorstellen. Veel mensen hebben niets met honden en zijn er zelfs bang voor. Dan is het bepaald niet leuk dat je soms wordt besprongen door honden. Zeker niet als je (schone) kleren door vieze hondenpoten worden besmeurd.

Dat mensen hun hond(en) in het bos uitlaten is een gegeven. Belangrijk is dat ze onder appèl staan. Er zal, net als op andere plekken, wel een zonering komen waar honden mogen loslopen. Als wandelaar (zonder hond) weet je waar je dan ’veilig’ kunt wandelen. Dat houdt dan wel in dat op andere plekken overtredingen niet meer worden toegestaan. Dat is dan duidelijk. Met de atb/mtb-ers is het een ander verhaal. Het is een populaire sport, maar voorzieningen zijn er niet in het Mensingebos en als het aan IVN Roden ligt komen die er ook niet. In dit toch al zo drukke bos is het gewoon teveel. Ik ken mensen, verwoede fietsers, die daarom het bos links laten liggen. Ze willen het andere mensen niet aandoen ze met hun sport lastig te vallen. Van hen hoor ik ook dat er genoeg andere mogelijkheden zijn om hun sport te beoefenen. In een eerder artikel in de Krant heb ik daarom gezegd dat het van een ’ronduit onbetamelijke inhaligheid’ getuigt dat men in tal van natuurgebieden routes wil aanleggen. Dat je er soms eerst een eindje voor moet rijden is toch niet zo erg. Als sporter zat ik vroeger vaak langere tijd in de auto, bus of trein om wedstrijden te spelen. Dat men hier per se een atb/mtb-route wil hebben heeft ook te maken met het gemeentelijke beleid om zich als fietsgemeente te profileren. Ik ken andere gemeenten die zich hiervoor veel beter lenen.

Regelmatig krijg ik vragen over natuurzaken. Vaak gaat dit gepaard met een foto en wil men weten wat erop staat afgebeeld. Het lukt niet altijd om er een naam aan te verbinden. Vaak heeft dat te maken met de matige kwaliteit van de foto waardoor er geen duidelijke kenmerken zijn te zien en dan houdt het op. Een tijdje geleden werd ik benaderd door iemand uit de regio Amersfoort (hij kwam me op het spoor via internet: coördinator Paddenstoelenwerkgroep IVN Roden). Hij had een probleem met een soort halfverharding (Dololux Gravier D’or) in zijn tuin. Nadat hij dat een keer had aangevuld ontstond over een groot oppervlak een zwamachtige woekering (foto) dat bij vochtig weer groen werd en bij droog weer verschrompelde. Het liet zich op geen enkele wijze bestrijden. Meneer wilde graag weten wat het was. Toevallig wist ik het, omdat we het een keer op een kerkhof tegenkwamen. Niet dat ik het toen wist, maar dan ga je op zoek en zo kwam ik erachter dat het een soort blauwwier was die luisterde naar de naam Nostoc commune. Meneer was blij met de naam en

vertelde nog dat de enige remedie om het (tijdelijk) kwijt te raken kokend water was.