Pierre Berghuis pleit voor een meldpunt voor steenmarters

 

NIEUW-RODEN – Pierre Berghuis maakt zich zorgen over de ogenschijnlijk toenemende populatie steenmarters in Nederland. De in Nieuw-Roden woonachtige Berghuis woont in een vrij natuurlijke omgeving, en vermoedt dat er een scheefgroei is van het aantal steenmarters in Nederland. ‘Er is een probleem, daar ben ik van overtuigd. Daarom pleit ik voor een meldpunt, zodat je kunt zien hoe groot het probleem is. Wat de volgende stap is, zien we dan wel.’

Pierre trok voor het eerst aan de bel, toen 48 duiven van hem werden gedood door een steenmarter. ‘Dat deed heel veel pijn. Het voelde als een inbreuk op mijn privacy’, zegt hij. ‘Ik vermoed al langer dat er meer steenmarters komen, net zoals er meer roofvogels bij lijken te komen. Wanneer ik mijn duiven vrij liet rondvliegen, werd er bijna altijd één gegrepen door een roofvogel. Ik woon hier al sinds 1977. Toen hadden we nooit last van roofvogels. Inmiddels zijn het er heel veel’, meent Pierre. De reden dat het aantal steenmarters en roofvogels toeneemt, ligt hem in de beschermde status van de dieren. Aan de ene kant begrijpt hij die beschermde status heel goed – ‘het zijn prachtige dieren’ – maar aan de andere kant denkt hij dat er simpelweg te veel komen. ‘Vroeger was de houding tegenover roofvogels, steenmarters maar ook vossen heel duidelijk: die moeten wij hier niet. Vandaar dat deze dieren op den duur met uitsterven bedreigd werden. Toen dat eenmaal het geval bleek, kregen de dieren een beschermde status. Nu zie je een forse toename. Ik denk dat we een balans tussen beide opties moeten vinden, om een gezonde steenmarter- en roofvogelstand te behouden.’

Het was na de brute afslachting van de 48 duiven, dat Pierre begon na te denken over een meldpunt. Eind januari stond hiervan een groot stuk in de Krant. ‘Daar hebben we veel reacties op gehad. Ook het filmpje op jullie Facebookpagina werd ontzettend goed gedeeld. En je hoorde heel veel mensen, die hetzelfde was overkomen. Mensen die gewoon in drukke wijken wonen, hebben er ook last van. Die moeten tegenwoordig gaas onder hun auto leggen, om te voorkomen dat steenmarters de bedrading kapot vreet. Dan hoor je van mensen dat ze meer dan achthonderd euro aan schade aan hun auto hebben.’ En dan heeft Pierre het nog niet eens over de schade die steenmarters veroorzaken aan huizen. ‘Mensen met een steenmarter in huis, hebben een groot probleem. En het vreemde is: je mag er niets aan doen. Als je een rat in huis hebt, bel je de ongediertebestrijding. Dat wil je namelijk niet. Maar als je een steenmarter in huis hebt, kun je niets doen. Terwijl dat een flinke inbreuk op je privacy is.’ Pierre, zelf voorzitter van de duivenclub, weet uit verschillende bronnen dat een steenmarter zich niet snel laat verjagen. Gaas in dakgoten, het blokkeren van toegangsroutes en het aanbrengen van een apparaat met een hoge pieptoon: volgens hem helpt het allemaal niet zoveel. ‘Onderschat steenmarters niet. Het zijn slimme beesten. Prachtige beesten ook. Het knappe is, dat ze zich aanpassen aan hun omgeving. Dat houdt in dat wanneer je steenmarters toestaat om in huizen te gaan leven, dat op den duur vanzelfsprekend wordt voor die beesten.’

Volgens Pierre getuigen de vele verhalen over steenmarters van een overschot aan de dieren. ‘In Nederland denken wij dat we in een wildpark wonen. Dat als we niets doen, de natuur zichzelf wel redt. Maar we wonen niet in een wildpark, we wonen in een grote tuin. En die tuin moet je zelf beheren. Steenmarters en roofvogels hebben geen natuurlijke vijanden in Nederland. Dan moet je zelf controleren of het niet uit de hand loopt.’ Daarmee wil hij absoluut niet zeggen dat we de dieren maar moeten gaan afschieten. ‘Steenmarters en roofvogels zijn prachtig mooie beesten. Die lukraak afschieten is niet de oplossing. Maar ik vermoed gewoon een overschot. Neem nu de ooievaars. Vroeger was het een zeldzaamheid als je een ooievaar zag. Tegenwoordig struinen er soms acht tegelijk hier de net omgeploegde weilanden om’, zegt Pierre. Dat laatste is ook direct slecht voor de weidevogels. ‘Dat loopt hard achteruit. Vroeger zaten hier in de buurt telkens broedpaartjes. Ook bij onze buren. De laatste jaren zitten die er helemaal niet meer. Nou zijn er mensen die zeggen dat de terugloop van weidevogels voornamelijk te wijten is aan de boeren in de buurt. Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben, maar die letten doorgaans goed op waar weidevogels zitten. Als zij gaan maaien, proberen ze daar rekening mee te houden. Ik denk dat de roofvogels hier veel invloed op hebben.’ Om terug te komen op de uitspraak dat we Nederland niet als wildpark moeten zien, wijst hij naar de Oostvaardersplassen. ‘Daar zie je wat er kan gebeuren als je de natuur zijn gang laat gaan en zulke stukken natuur als wildpark beschouwt.’

Als het aan Pierre ligt, gaat Noordenveld de eerste gemeente worden met een meldpunt voor steenmarteroverlast. ‘Dan gaat het alleen om het registreren. Nu is het zo dat mensen die schade hebben van steenmarters, eigenlijk nergens heen kunnen om hun beklag te doen of om het aan te geven. Waarom zou je dan geen meldpunt kunnen opzetten? Zo kun je alles in kaart brengen. Ga bijvoorbeeld eens bij garagehouders in de gemeente te rade, hoe vaak zij schade gevallen behandelen die aan steenmarters zijn gerelateerd’, zegt Pierre. Die gegevens zouden volgens hem dan door experts moeten worden bekeken. ‘Je kunt er naar kijken met een aantal natuurexperts. Zij kunnen dan aangeven of er inderdaad een soort scheefgroei van het aantal steenmarters is. En als blijkt dat dit niet het geval is, dan accepteer ik dat ook. Maar als we een meldpunt opzetten, dan kunnen we het tenminste zeker weten.’