Reukvermogen

In de loop der tijd zijn er veel waarnemingen geweest die me altijd zullen bijblijven. Op Öland waren er ook een paar die daaraan kunnen worden toegevoegd. Niet eerder zag ik zoveel Kraanvogels, die in grote groepen aanwezig waren. Het waren er enkele duizenden. Goedbeschouwd is dat nog niets vergeleken met de tienduizenden die tijdens de najaarstrek zijn te zien ten noordwesten van Berlijn (Diepholz). Wellicht raak ik daar te zijner tijd nog eens verzeild.

 Naast vogels krijg ik bij tijd en wijle marterachtigen te zien. Zelfs de zeldzame Boommarter zit daarbij en de Steenmarter heb ik zelfs voor ons huis zien rondscharrelen. Mooie dieren zijn dat, maar je hebt ze liever niet onder dak of onder je motorkap. De schade kan, vooral binnen, aanzienlijk zijn en dus moet je voorkomen dat ze binnen kunnen komen. Ook de Bunzing, Wezel en Hermelijn zie ik met enige regelmaat. Dat geldt (nog) niet voor de Otter, althans in levende lijve. In mijn jeugdjaren heb ik wel een keer ter hoogte van het Elsburger Onland (Eelderwolde) een doodgereden exemplaar zien liggen. Nu ze zich definitief in De Onlanden hebben gevestigd zou je ze daar kunnen verwachten, maar het zijn schuwe nachtdieren die je niet zomaar in het vizier krijgt. Op de website van Stichting De Onlanden kun je ze wel op filmpjes zien en recent is er één bijgekomen waaruit blijkt dat een otterpaar maar liefst 4 jongen heeft. Dat is echt een uitzonderlijk aantal, want meestal varieert het aantal jongen van 1 tot af en toe 3.

Op Öland, waar ik kortgeleden twee weken bivakkeerde, kwam ik een marterachtige tegen die ik nog niet eerder heb waargenomen. Dat was op een dag dat ik samen met mijn reisgenotes een bezoekje bracht aan het zuidpuntje van het eiland. Onze aandacht werd plotseling getrokken door een marterachtige die daar kennelijk vanaf de bebouwing bij de vuurtoren een stuk water was overgestoken en over een rif richting zee liep. Hier kan ik niet spreken over een vloedlijn, want de Oostzee kent geen eb en vloed. Af en toe ging zijn kop omhoog om te ruiken om vervolgens in een sluipgang verder te gaan. Plotseling schoot hij (of zij) vooruit het water in en had daar beet, een dode eend. Ik schrijf hier dode eend, maar ter plekke werd er nog even flink in de hals gebeten, kennelijk om er helemaal zeker van te zijn dat de eend er niet alsnog vandoor zou gaan. Vervolgens stak de nerts, want dat was het, met de eend in zijn bek het stukje rif over om vervolgens de (kleine) baai zwemmend over te steken. Eenmaal weer aan land zette hij koers naar de bebouwing waar hij door een opening in een afrastering van gaas in de ruigte verdween. Waarschijnlijk had hij daar een onderkomen in of onder een bouwvallig schuurtje. Overigens was de opening in het gaas niet al te groot en moest de eend met het nodige geweld erdoorheen worden getrokken. Ondertussen hadden we de nodige foto’s gemaakt, waaronder de koddige foto: nerts met eendenkop.

Ronduit opgetogen over onze bijzondere waarneming praatten we erover na, want de afstand van zijn onderkomen naar de plek van de prooi was aanzienlijk. Dat was ruim 100 meter. Toch heeft hij, waarschijnlijk met een gunstige wind, een geur opgepikt waardoor hij werd aangetrokken, maar moest voor de buit wel de nodige hindernissen overwinnen. En dat dan ook nog overdag, terwijl het in feite tamelijk schuwe nachtdieren zijn. Wel is bekend dat in de tijd dat ze jongen hebben ze overdag noodzakelijkerwijs aan de bak moeten. Thuisgekomen zaten we te dubben over de soort nerts die we hadden gezien, want was dit wel een Europese nerts? Marterkenner Aaldrik Pot (Staatsbosbeheer) hielp ons uit de droom, het was een Amerikaanse nerts, ook wel mink genoemd. De Europese nerts komt nog op slechts enkele plekken in Europa voor. We hadden dus te maken met een exoot. Het is bekend dat activisten nertsen uit fokkerijen hebben ’bevrijd’ en anderen zetten dit soort dieren uit in de natuur. Ik heb daar geen goed woord voor over, want het lijdt tot veel ellende voor de dieren met meestal de dood tot gevolg en daar waar ze wel weten te overleven, zoals in Scandinavië, is er sprake van natuurvervalsing.