Roelie Ruiter: ‘Felle kleuren, daar hou ik van’

Vooral beesten zijn leuk om te schilderen

VEENHUIZEN / TOLBERT – Nog tot eind deze maand is er in koffie- en theetuin Zunneschien aan de Hospitaallaan 2 in Veenhuizen een expositie te zien van de 59 jarige Roelie Ruiter uit Tolbert. Wie de wand met schilderijen goed bekijkt ziet vooral schilderijen met daarop beesten. Olifanten, paarden, schapen, vogeltjes en hanen. Daarnaast hangen er stillevens, portretten en mensbeelden. Wat ook op valt is de kleurstelling. Lekker fel. ‘Ja, ik hou vooral van de kleuren rood en geel,’ zegt Roelie Ruiter. ‘Ik zeg wel eens, ik ben een roodmens. Ook in mijn schilderijen moet altijd iets roods geschilderd zijn. Dan pas klopt het.’

Op dinsdagavond is er de wekelijkse vaste schilderavond met een groepje enthousiastelingen bij Tiny Menninga uit Nietap. Vaak is dan van te voren al een voorbeeld uitgeknipt, een foto gemaakt of was Google een goede zoekmachine voor een onderwerp. ‘De plaatjes geven iets van houvast en inspiratie. Ik steek altijd veel tijd in het zoeken van een goed onderwerp. Daarna ga ik aan de slag en maak ik mijn eigen versie. Voor een leeg doek bepaal ik eerst de horizon en ga daarna met houtskool de contouren vastleggen. Daar ben ik altijd wel een tijdje mee bezig. Een goede achtergrond, die moet goed zijn,’ laat zij weten.  Op een gegeven moment wordt het voorbeeld dan terzijde geschoven. Roelie Ruiter: ‘Dan doe je je eigen ding en komt er soms iets heel anders op het doek dan ik had verwacht. Dat gebeurt zonder dat je het zelf door hebt. Dat gaat al gaande weg. Dat maakt het schilderen voor mij ook erg boeiend en leuk om te doen.’

Roelie Ruiter is geboren en getogen in Tolbert. Er waren uitstapjes naar Roden en Jonkersvaart, maar uiteindelijk is toch weer voor Tolbert gekozen als woonplaats.  Zo rond haar dertigste jaar is zij begonnen met schilderen. Soms met tussenpozen als er bijvoorbeeld voor de kinderen gezorgd moest worden, maar toch altijd weer kwamen naar verloop van tijd de schilderskwasten weer tevoorschijn. ‘Eigenlijk had ik het liefst naar de Minerva academie gegaan. Achteraf gezien had ik dat moeten doen en ik weet zeker dat ik het ook gekund had. Maar goed, vroeger was het niet vanzelfsprekend dat je als vrouw ging studeren. Je ging naar de huishoudschool en bleef thuis bij de kinderen. Nu is dat gelukkig anders. En daarbij, ik vind heel veel dingen leuk. Niet alleen schilderen, maar ook meubeltjes opknappen en dat soort dingen. Ik ben wel handig met de handjes en wat ik zie wil ik ook maken. Als je wilt dan kun je het ook, denk ik maar zo.’

Tijdens de schilderlessen komen diverse technieken aanbod. Eerder werd altijd gewerkt met olieverf. Een verfsoort die goed te mengen viel met andere kleuren. ‘Olieverf werkt altijd heel erg fijn. Dat kun je goed en beter uitsmeren dan andere verfsoorten. Tegenwoordig is het acrylverf wat de klok slaat. Ik heb ook aan eitempera gedaan. Erg bewerkelijk en mooi om te doen. Je werkt dan met een eidooier wat je mixt met gekleurd poeder.’ De haan die Roelie Ruiter vasthoudt op de foto is gemaakt met een paletmes. ‘Dat smeer je er heel precies op. Het komt zo ook dikker op het doek terecht en je kunt niet alles door elkaar mengen. Je moet weten waar je de kleuren neer wilt zetten. Ook deze techniek vind ik erg fijn om mee te werken. Overigens is het tegenwoordig wel gemakkelijker dan 30 jaar geleden. Het vinden van de juiste kleuren gaat mij nu gemakkelijker af. Toen ik begon werkte ik op hardboord. Dat is overigens nog steeds handig materiaal voor als je schilderijen buiten wilt ophangen.’

De schilderlessen werden niet alleen in Tolbert en Nietap gevolgd. Ook in Opende en Marum werden schilderlessen opgedaan. ‘Je leert steeds bij en je leert van elkaar. In de loop van de jaren krijg je steeds meer ervaring. Dat kun je ook wel zien aan de hoeveelheid doeken die ik thuis heb staan. De zolder puilt uit, ik denk al met al een dikke 50 doeken. En heel soms schilder ik een doek over. Dan kijk ik naar oud werk en denk ‘dat had beter gekund’ en ga dan de uitdaging aan om er iets mooiers van te maken.’