Slachtoffers Japanse Bezetting herdacht in Marum

Meer vragen dan antwoorden over de oorlog in Zuidoost-Azië

MARUM – Op woensdag 15 augustus wordt in Den Haag het einde van de Japanse Bezetting in voormalig Nederlands-Indië herdacht. Een  herdenking waar – in tegenstelling tot de 5 mei herdenking – niet heel veel aandacht voor is. De in Marum woonachtige Tony Simon wil hier verandering in brengen. Dat doet hij door zelf in Marum een herdenking te organiseren.

Zet Tony Simon (1947) achter een kop koffie, vraag hem naar de Japanse Bezetting en hij begint spontaan aan een geschiedenislesje. Een interessante les, zo blijkt gauw. Tony weet er veel van. Zijn fascinatie voor de Japanse Bezetting in het gebied wat we nu kennen als Indonesië, kwam echter pas een aantal jaar geleden op gang. Tony werd weliswaar geboren in Nederlands-Indië, maar leerde hier vooral over Nederland. ‘Ik kan me niet herinneren dat wij vroeger Indonesisch spraken’, zegt Tony. ‘We kregen les over Nederland, spraken Nederlands en hadden Nederlandse tradities. Ik had een verzorgster waarvan ik bijna zeker weet dat zij geen Nederlands sprak, maar toch kan ik mij niet herinneren dat ik met haar Indonesisch praatte’, zegt Tony. ‘Indië was Nederland in de tropen voor ons.’
In 1958 komt Tony naar Nederland, het land waarover hij zoveel leerde en las. Hier gaat echter wel een flinke geschiedenis aan vooraf. ‘Wat men vaak vergeet, is dat het ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ook oorlog was in Zuidoost-Azië. Japan, de bondgenoot van Duitsland, had als taak gekregen om alle landen hier te veroveren. Aangezien ze maar een klein leger hadden, wisten ze landen achter zich te scharen door te beloven dat ze de Europese heersers uit het land zouden schoppen’, begint Tony. ‘Door deze belofte vochten de Indonesiërs met Japan mee, waardoor ze over de Nederlanders heen walsten. Blanke Nederlanders werden gevangengezet in kampen, waar Indische Nederlanders een twijfelgeval waren. Voor sommigen was het buiten het kamp misschien nog wel erger dan ín de kampen. Waar je in een Japans kamp werd gemarteld, werden mensen buiten de kampen regelmatig om zeep geholpen.’

Zelf is Tony de zoon van zogenaamde Indische Nederlanders, waardoor zijn familie niet in kampen werden gezet. Dat wilde niet zeggen dat het leven in Nederlands-Indië zonder gevaar was. ‘De meeste Indonesiërs hadden niet zo’n probleem met de Nederlanders, maar een minderheid had dat wel. Terugkijkend vraag ik mij soms af hoe het mogelijk was dat ons gezin nooit slachtoffer is geweest van aanvallen van Indonesiërs, zeker aangezien wij niet onder stoelen of banken staken dat wij ons Nederlanders voelde’, zegt Tony.
Toen de Japanners eindelijk verslagen waren (op 15 augustus), kwam de macht in handen van Nederlanders en Engelsen. Ondertussen woedde er een flinke vrijheidsstrijd in Indonesië, die de Japanse belofte van een onafhankelijke staat in hun hoofd hadden geprent. Vanaf 1949 was Indonesië volgens de Verenigde Naties ‘vrij’, maar in de praktijk zou het tot 1958 duren voordat de laatste Nederlanders het land verlieten. In deze negen jaar vonden relatief veel Nederlanders de dood in Indonesië, waardoor velen zich genoodzaakt zagen te vluchten. Maar liefst 300.000 Nederlanders vluchtten naar Holland, waar een land in opbouw eigenlijk helemaal niet zat te wachten op deze mensen. ‘Mensen die in Indonesië arts waren, waren dat in Nederland niet meer. Ze hadden genoeg artsen, dus moesten zij bijvoorbeeld als bouwvakker aan het werk’, zegt Tony. ‘Mensen waren niet alleen hun vermogen en huis kwijt, ook hun identiteit verloren zij.’

De familie van Tony was één van de laatste families die Indonesië zouden verlaten. Dat deden zij nadat de vader van Tony werd beschoten, toen hij aan een stuwdam werkte als ingenieur. De familie Simon vertrok dus naar Nederland, waarover Tony veel had gehoord maar nog niets daadwerkelijk had gezien. ‘Mijn moeder had in haar jeugd in Amsterdam gewoond, maar toen haar vader overleed werd ze per boot naar Indonesië gebracht. Wij kenden Nederland alleen van de boekjes op school en hadden zelfs nog nooit sneeuw gezien. Tijdens de winter in Indonesië, maakten wij ons eigen nepsneeuw van zeep. Deze nepsneeuw legden wij voor de ramen van het huis, om aan te tonen dat we Nederlanders waren. Als ik er achteraf over nadenk, besef ik hoe gevaarlijk dat was in die tijd. Maar wij wilden gewoon laten zien dat we Nederlanders waren.’
Terug dan naar de herdenking. Dit jaar organiseert Tony al voor de vijfde keer een bijeenkomst. Het begon allemaal in zijn atelier, laat Tony weten. ‘Ik liet veel kunst zien die was gebaseerd op Indonesië. Mensen die dan in mijn atelier kwamen, hadden veel vragen over Indonesië en de Japanse Bezetting. Zodoende besloot ik een herdenking te organiseren. De eerste keer deed ik dat in de Kunstkamer van Marum. Ik had het niet verwacht, maar het werd heel emotioneel.’

Vooral het feit dat iedereen met zoveel vragen rondliep, viel Tony op. ‘Heel veel vragen van die roerige tijd, zijn onbeantwoord gebleven. Zo was er een meneer die als wees naar Nederland kwam en meende dat zijn ouders waren omgekomen bij een bedrijfsongeval. Dat bleek niet zo te zijn. Zij waren omgekomen in een Jappenkamp en hij is toen per boot naar Nederland gebracht. Wat hij echter niet wist, is dat iedereen die per boot naar Nederland kwam, deze reis later heeft moeten terugbetalen. Hij dus ook’, zegt Tony.
Zo zijn er nog veel meer vragen, die opgehelderd dienen te worden. ‘Ik vind niet dat er genoeg aandacht aan dit aspect van de oorlog wordt besteed’, zegt Tony resoluut. ‘Vandaar ook deze herdenking in Marum. Al is de herdenking niet zozeer het herdenken van iets ergs. Het is juist het antwoord krijgen op vragen. Zo vraag ik mezelf tot op de dag van vandaag af hoe het komt dat ons gezin nooit iets is overkomen in Indonesië.’

Over de Japanse Bezetting wordt langzaam maar zeker meer bekend, maar er wordt ook veel onjuiste informatie de wereld in gebracht. ‘Drie jaar terug was er een vraag in een vwo-examen geschiedenis, die van geen kant klopte. Daar heb ik mij toen heel druk om gemaakt’, zegt Tony. Het organiseren van dergelijke herdenkingen, moet bijdragen aan meer begrip over de Japanse Bezetting. ‘Iedereen kan komen tijdens de herdenking. Het is goed om te zien dat veel verschillende mensen aanwezig zijn bij zo’n herdenking. De politiek moet tijdens zo’n moment ver weg zijn’, aldus Tony, die ziet dat er de laatste jaren veel jonge mensen op de bijeenkomst komen. ‘De meeste mensen die bij de bijeenkomst aanwezig zijn, weten eigenlijk niet zoveel over die periode in de geschiedenis. Het is juist goed dat zij de herdenking bijwonen.’

De herdenking van de slachtoffers van de Japanse Bezetting, vindt op woensdag 15 augustus vanaf 18:45 uur plaats bij het Romaanse Kerkje te Marum.