Steeds hetzelfde liedje

Knettergek werd hij er uiteindelijk van. Het ging over ’het kabaal’ dat Scholeksters maken. Voor een onderzoek naar het gedrag van de ’hokkers en wippers’ verkeerde de man die ik sprak langere tijd tussen deze vogels. Gaandeweg ontstond de aversie waarover hij repte. Dat ’knettergek’ moet u niet al te letterlijk opvatten, maar is gechargeerd om uiting te geven aan hoe het geluid van vogels op een gegeven moment kan gaan tegenstaan.

 

De ’bonte piet’, zoals hij wel wordt genoemd, is ook voor dorpelingen (en stedelingen) een bekende verschijning geworden. Omdat deze kust- en weidevogel vanwege de intensieve landbouwvoering uit zijn voormalige broedgebieden is verdreven is hij het ’hogerop’ gaan zoeken en broedt hij op platte daken van gebouwen waar grasveldjes in de buurt zijn. Oorspronkelijk komt hij voor in de kweldergebieden en dat is nog steeds zo. Dat ’hokkers en wippers’ verdient enige uitleg. De beste broedplekken liggen dicht bij de foerageergebieden. Vogels die daar hun territorium hebben worden hokkers genoemd. Vogels die daar verder van verwijderd zijn moeten meer vliegen en dat kost energie. Daarbij vliegen ze over de hokkers heen en dat veroorzaakt weer de nodige stress aan beide zijden en die stress uit zich door het produceren van een hoop kabaal. Logisch dat de hokkers gemiddeld een beter broedresultaat halen dan de wippers. En op zich is het ook wel logisch dat ergernis kan ontstaan wanneer je daar de godganse dag mee wordt geconfronteerd.

 

Ik kom hierop omdat ik de hele dag achter mijn huis tot vervelens toe één en hetzelfde liedje hoor. Maar dat is maar van één vogel. Een heel verschil met een kolonie vogels waar altijd rumoer is en waar zelfs als het donker is de activiteiten doorgaan. Wat ik hoor is het liedje van de Zwartkop (foto: Bertus van der Velde). De zang ervan kan best gevarieerd zijn, maar deze beperkt zich tot de meest basale uitvoering. Een heel enkele keer krijgt hij het op zijn heupen en brengt een uitgebreidere ten gehore. Nou zit ik me af te vragen waarom deze Zwartkop de godganse dag zit te zingen. Je zou denken dat er wel zinniger zaken zijn om je mee bezig te houden. Een vrouw en jonkies verzorgen bijvoorbeeld. Maar dat is waar het volgens mij aan hapert. De vogel is ongepaard vermoed ik en doet zijn uiterste best om nog een vrouwtje te lokken. Maar helaas voor hem, die geven niet thuis. En ik moet zeggen dat hij dan ook met meer noten op zijn zang moet komen in plaats van die simpele uitvoering. Overigens ligt het niet aan zijn territorium. Dat ziet er best mooi en gevarieerd uit en ondanks dat het dramatisch is gesteld met de stand van onze insecten (in zijn algemeenheid) zoemt er hier nog heel wat rond.

 

Dat vogels ongepaard blijven komt veel vaker voor. Meestal ligt het dan wel aan de kwaliteit van het territorium. Je kunt je voorstellen dat plekken langs drukke wegen minder in trek zijn. Dat is ook wel aangetoond. Bij inventarisaties van broedvogels ga je uit van het aantal zingende mannetjes en de aanname is dat dit het aantal broedparen weergeeft.                                                                                                               Nog even terug naar de herrie makende scholeksters. Daarover hoorde ik een keer dat een broedpaar werd verjaagd omdat de slaapkamer van de bewoners van het huis aanpalend was. Overlast ervaar je vooral wanneer je je ergert aan geluid dichtbij. Zelf stoor ik me zelden aan dit soort natuurgeluiden, maar weet van anderen dat ze zich bijvoorbeeld mateloos ergeren aan de zang van de Merel. Die begint al ruim voor zonsopgang te zingen en hij zingt best hard. Gevoegd bij het feit dat er dan nauwelijks andere geluiden zijn klinkt dat nog harder lijkt het dan. Van een ander hoorde ik dat hij wakker werd van ’dat vreselijke gekoer van duiven’. Daar kan ik me al helemaal niets bij voorstellen. Wel heb ik bij het inslapen last gehad van kwakende groene kikkers. Dat was in ons vorige huis. Die kwakende kikkers zijn er nog steeds, maar nu hebben we er geen last van, want we zijn verhuisd en slapen aan de voorzijde. Onze buren daarentegen slapen wel aan de achterzijde en één van hen ervoer hinder van de kikkers in onze vijver. Hij overhandigde me zelfs een schepnet om ze te vangen. Drie waren de klos en zijn op transport gesteld, maar de andere (5) duiken onder zodra ze me horen aankomen.