‘Twintig procent fysiek en tachtig procent mentaal’

Henssen goed

henssen1henssen2Maurice Henssen volbrengt de CCC-ultratrail

RODEN – Roden, een aantal maanden geleden. Maurice Henssen is druk bezig met het organiseren van de clinics in aanloop naar de Run van Roden. Op de vraag of hij zelf veel loopt, volgt geen direct antwoord. Maurice lacht slechts wat. De marathon is voor hem al lang te kort. Dat is geen uitdaging meer. Die loopt hij bij wijze van spreken achteruit. Maurice legt zijn eigen lat dus steeds hoger. En dus is het niet zo verwonderlijk dat hij samen met een aantal mensen van Loopgroep Roden onlangs de CCC-ultratrail uitliep. Alsof het niets is. Henssen vertelt.
‘De CCC-ultratrail dus. De grootste uitdaging van het jaar. Ik startte met Gerard Halsema en Jeroen Mosser van Loopgroep Roden en Anton Slagers uit Groningen. De CCC wordt gehouden op het drielandenpunt Frankrijk (Chamonix), Italië (Courmayeur) en Zwitserland (Champex). Een ultratrail is een hardloopwedstrijd waarbij je lange afstanden loopt (ultra) over onverharde paden (trail). In dit geval dus een afstand van 101 kilometer, waarbij we een hoogteverschil van ongeveer 6150 meter omhoog en omlaag in de Alpen moeten overwinnen. Nee, ik had geen ervaring met deze afstand’, zegt Henssen.|
Ruim twee jaar geleden wist Jeroen Mosser Maurice mee te lokken naar een eerste ultratrail in Nederland, op de Veluwe. Na ongeveer veertien marathons was het ook tijd voor wat nieuws. De natuur in. Hardlopen over onverharde paden van zand, schelpen of modder: dat is trailen. ‘En zo werd het idee geboren om de CCC te doen. Om te kunnen inschrijven moest je wel kwalificatiepunten scoren. Limburgs Zwaarste met tachtig kilometer werd in april 2014 de eerste kwalificatieloop, goed voor twee punten. Ik had daarna nog één punt nodig en dat werd een loop om de Worthersee in Oostenrijk in september 2014. Even met Jeroen in de auto in een weekend op en neer, loopje van 61 kilometer en weer terug. De punten waren binnen. En gelukkig werden we ingeloot voor deze CCC. Gerard koos voor de OCC (iets minder ver) en Anton, Jeroen en ik dus voor de CCC.’

En dan sta je in de Courmayeur aan de startlijn. ‘Ga ik dit wel halen. Heb ik wel genoeg getraind? Dat ging allemaal door mijn hoofd. Er deden veel ‘lokalen’ mee die dus vaak in deze bergachtige omgeving lopen. En ik? De Kardingebult in Groningen – 32 meter hoog- was natuurlijk leuk, maar geen vergelijk. Ik was van plan rustig te starten om zo te zorgen dat we na ongeveer zestig kilometer nog redelijk fit zijn. De dag ervoor zagen we Gerard binnenkomen, met een laaiend enthousiast publiek en een fantastische finish. Dat motiveerde. Ook ik wilde de finish halen. Punt.’, zegt Maurice.
Slagers is de snelste loper van het stel en loopt zijn eigen race. Hij finisht in 23.45 uur. Hij is al weg voordat Jeroen en ik er erg in hadden. Wij lopen met z’n tweeën onze eigen race. Het weer was fantastisch en onderweg stoppen we om foto’s te maken. Met ongeveer 27 graden is het wel warm, dus dronken we veel. Dat moest gewoon. Uiteindelijk werk ik tijdens de gehele race ongeveer negen liter water met zout weg en drink bij de posten zoute bouillon. Na 56 kilometer stopte Jeroen. Door een blessure heeft hij te weinig kunnen trainen. Ik twijfelde. Verder? Of ook stoppen? Met hoofdlampje op ga ik de nacht toch tegemoet. Niemand die echt iets ziet, een bijzondere sfeer. We hebben geluk. Het blijkt namelijk volle maan, echt ongelooflijk mooi. Ik kreeg rond middernacht een sms. Een andere ultraloper volgt me via de UTMB-website vanuit Nederland. Hij bericht ‘ ik weet het, het is zwaar. Pijn aan je benen. Maar doorzetten! De zonsopkomst op de laatste berg is adembenemend en de finish wil je niet missen.’ Dat soort dingen hielp, net als de laatste aanmoedigingen van Jeroen, Geraldien en Gerard, voordat ik alleen verder ging. Ik peins er niet meer over om te stoppen. Het is zwaar, dat klopt. Maar dat deed er niet meer toe.’
Om 6.00 uur in de ochtend wordt het licht. ‘Een uur later begon ik, aan de laatste klim van ruim een kilometer omhoog. Vervolgens ging het de laatste acht kilometer alleen nog maar bergaf. Wel een lastig pad trouwens, met veel keien en boomwortels en ook de snelheid lag nu veel lager. In Chamonix staan de straten daarna vol met applaudisserende mensen. Iedereen moedigde me aan. Een topsfeer, ik kan niet anders zeggen. Dit was echt twintig procent fysiek en tachtig procent mentaal. De anderen stonden aan de finish en zijn net als ik enorm blij.’
Later op de dag kijken de Roner lopers samen naar de finish van het hoofdnummer, over een afstand van 168 kilometer en tien kilometer hoogteverschil. Professionals leggen de route in 21 uur af. Nagenoeg onvoorstelbaar. Misschien de volgende uitdaging voor Maurice?