Van voetballer naar trainer en van trainer naar scheidsrechter

‘Ik heb als voetballer veel kaarten voorbij zien komen’

LEEK – Een voetbaldier, zo laat Bart Leistra zich het beste omschrijven. Hij voetbalde jaren op hoog niveau, werd hoofdtrainer en uiteindelijk scheidsrechter. En dat was, voor iemand die als voetballer vaak het randje opzocht, toch een verrassing. De inmiddels 55-jarige Leistra heeft het echter naar zijn zin als arbiter en breekt graag een lans voor de leidsmannen  op het veld.

Bart (55) is een laatbloeier. Het fluiten ontdekte hij pas laat. Drie jaar geleden begon hij ermee, nadat hij een cursus had gevolgd bij de KNVB. Fluiten, zo ontdekte hij, is een ervaringsvak. En ondanks dat hij al jaren in de voetballerij actief is, was het voor Bart een leerschool. Maar ver voordat hij scheidsrechter werd, was de geboren Zevenhuister voetballer. En niet zo’n onverdienstelijke ook. Hij begon bij de club van zijn ‘heimat’. Bij de plaatselijke voetbalvereniging doorliep hij de gehele jeugdafdeling. Ondertussen belandde hij bij tijd en wijle in jeugdteams van FC Groningen, die zijn talent opmerkten. Zo voetbalde hij nog samen met de gebroeders Koeman. Dat waren desondanks doorgaans korte avonturen. Groningen had hem weliswaar op de korrel, maar vanwege de moordende concurrentie werd hij nooit een vaste waarde. Wel speelde hij nog in de beloften, maar daar werd hij ‘afgetest’. ‘Toen ik bij Groningen weg moest, werd mij geadviseerd bij een betere amateurclub te gaan voetballen’, vertelt Bart. In die tijd speelde v.v. Zevenhuizen – net als nu – in de lagere regionen van het amateurvoetbal. Een overstap naar het naburig gelegen VEV ’67 was dus logisch.

In Leek voetbalde Bart tot hij ongeveer dertig jaar oud was. Hij speelde als controlerende middenvelder, een positie waarbij je vaak in duels komt. ‘Ik zocht vaak het randje op en heb veel kaarten voorbij zien komen’, vertelt Bart. Na zijn periode bij VEV speelde hij nog met vrienden in een lager elftal bij Zevenhuizen, maar de fanatieke middenvelder had daar na een tijdje genoeg van. ‘Ik ben altijd heel fanatiek geweest, te fanatiek voor dat niveau denk ik’, zegt Bart, die zich toespitste op een trainerscarrière. Als hoofdtrainer was hij onder andere werkzaam bij LEO (Loon), RWF (Frieschepalen) en ZFC (Zuidlaren). Maar een lange carrière werd het niet. ‘Ik merkte dat ik veel tijd en energie in mijn trainerschap legde, maar dat ik hier te weinig voor terug kreeg. Misschien was ik zelf wel weer te fanatiek, wie zal het zeggen’, mijmert Bart. In ieder geval was voor hem de keuze snel gemaakt: hij stopte als trainer.

Maar zoals het zo vaak gaat met voetballers, kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Bart dacht tijdens zijn trainerscarrière nog wel eens na over een leven als scheidsrechter, en drie jaar geleden debuteerde hij prompt. ‘Ik zag het als een uitdaging. De scheidsrechter beoefent een individuele sport, maar wel een heel uitdagende’, zegt Bart. Hij debuteerde in de vierde klasse, terwijl de meeste scheidsrechters eerst in een lagere klasse terechtkomen. De KNVB zag zijn potentieel en werd niet teleurgesteld. Na een jaar promoveerde Bart al naar de derde klasse en nu, nadat hij twee jaar in de derde klasse heeft gefloten, maakt hij zijn entree in de tweede klasse. Een klasse waar ploegen als v.v. Roden, v.v. Peize en ook VEV in spelen.

Je kunt gerust stellen dat Bart mooie sprongen maakt binnen het arbitersgilde. ‘Ik heb gevoel voor het spel. Dat ik jaren gevoetbald heb, helpt enorm. Ik ben een scheidsrechter die tempo in het spel wil houden. Doorvoetballen waar het kan. Niet met kaarten strooien.’ Als speler hield hij niet van scheidsrechters die het spel veel stil legden en dus werd hij de scheidsrechter die hij zelf als speler graag op het veld zag staan. Eentje die houdt van mannelijk voetbal en niet bij het minste of geringste zijn kaarten tevoorschijn tovert.
Dat hij sprongen maakt binnen de wereld van de scheidsrechter, wil natuurlijk niet zeggen dat hij enkel goede wedstrijden gefloten heeft. Zo herinnert hij zich een wedstrijd in Friesland, van v.v. Jubbega. Niet meteen een voetbalvereniging die bekend staat om haar fair play. ‘En toen speelden ze ook nog eens een derby. Ik had die wedstrijd een beetje onderschat, dat geef ik toe. Ik dacht: dat doe ik wel eventjes, puur op mijn gevoel voor het spelletje. Er stonden zeshonderd toeschouwers aan de kant en het werd een harde wedstrijd. Dan kom je erachter dat je grenzen moet trekken. Kaarten moet geven. Je kan het niet alleen met praten af doen’, vertelt Bart. Dergelijke derby’s zijn voor hem echter de krenten in de pap. ‘Later dat seizoen kwam Jubbega op bezoek bij DIO Oosterwolde. Een belangrijke wedstrijd om de titel. Daar kijk je dan echt naar uit. Veel man langs de kant en een wedstrijd vol spanning. Een harde wedstrijd ook. Ik heb volgens mij negen gele kaarten moeten geven. Dat is uitzonderlijk veel voor mij’, zegt Bart. De geboren Zevenhuister spiegelt meent dat er in voetbal ruimte moet zijn voor emotie. ‘Als iemand in zijn emotie wat naar je roept, kun je hem gelijk geel geven. Maar vaak doe ik net alsof ik niets gehoord heb. Zoiets gebeurt in een opwelling. Als het écht niet door de beugel kan, grijp ik in. Maar ik heb zelf gevoetbald, ik weet hoe het gaat.’

De spanning van de wedstrijden en de beweging die hij als scheidsrechter krijgt, maken het spelletje voor hem tot een feest. Daarnaast mag hij zich graag in de wereld van het amateurvoetbal begeven. ‘De gezelligheid bij de voetbalclubs is mooi. Voor tijd wordt je ontvangen door de club en maak je een praatje. Ik kom ook vaak bekenden tegen van vroeger. Leuk om hen weer eens te zien’, zegt Bart. ‘De verschillen tussen amateurclubs vind ik ook mooi. Ik fluit in het hele noorden, van Drenthe tot Friesland. En soms ook in Overijssel. Het zijn de verschillen die het mooi maken. Laatst  was ik bij WKE. Perfect voor elkaar, bijna een profclub. Een andere keer kom je bij een club en denk je: ja, dit is ook amateurvoetbal. Die contrasten zijn mooi.’

Het leven als scheidsrechter bevalt Bart goed. ‘Had je mij op mijn dertigste gezegd dat ik scheids zou worden, dan had ik je niet geloofd’, lacht hij. ‘Maar ik beleef er heel veel plezier aan. En het is leuk om te merken dat er andere wetten gelden als je scheidsrechter bent. Het is heel leerzaam.’

Over een gebrek aan respect, hoeft Bart niet te klagen. ‘In vergelijking met vroeger, toen ik voetbalde, heeft men meer respect gekregen voor scheidsrechters. Althans, zo voel ik dat. Ik heb in ieder geval nog geen nare momenten bij een bepaalde club meegemaakt. Eigenlijk is het ontvangst op een club ook altijd goed. Natuurlijk, je hoort nog wel eens geluiden van collega’s dat het mis gaat. Maar vaak is dat een combinatie van een bepaalde club en een bepaalde scheidsrechter. Als je een goede wedstrijd fluit, heb je doorgaans geen problemen.’

Wat als scheidsrechter in het amateurvoetbal nog wel eens vervelend kan zijn, is het feit dat zijn assistent-scheidsrechters niet altijd even objectief zijn. Als arbiter ben je namelijk afhankelijk van twee clubgrensrechters en laten dat nou vaak net mensen zijn met een groot clubhart. Supporters, zo u wilt. ‘De clubmensen doen het vaak goed, maar zijn ook vaak gemeen’, bekent Bart. ‘Ik zeg altijd tegen grensrechters: “als je niet eerlijk vlagt, werkt dat uiteindelijk in je eigen nadeel. Dan laat ik je staan als je voor buitenspel vlagt.” Als je in eerste klasse komt, heb je wél neutrale grensrechters van de KNVB. Dat is ideaal, want dan weet je in ieder geval dat het zuivere koffie is.’