Veel witjes

Op zondagmiddag schrijf ik meestal de column voor de Krant van dinsdag. Tussen de bedrijven door glijdt af en toe mijn blik over de achtertuin waar altijd wel iets vliegt. Afgelopen zondag vlogen er opvallend veel witjes. Onder die verzamelnaam worden onder andere de koolwitjes geschaard. Het meest komt deze dag het Klein koolwitje voor, gevolgd door het Klein geaderd witje. Een enkele keer zie ik een Groot koolwitje en soms vliegt een Citroenvlinder langs. 

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik altijd een beetje hoop op iets buitenissigs, een niet alledaagse soort. Enige tijd geleden schreef ik daar al eerder over en repte over de Gele- en Oranje luzernevlinder, beide ook behorend tot de witjes. Deze soorten zijn inderdaad wel tijdens de snikhete periode waargenomen (gelukkig zijn we nu weer beland in een ’Hollandse zomer’), maar ze prefereren een open landschap boven de beslotenheid van een dorpstuintje. Een plek waar ze bijvoorbeeld wel zijn gezien en die me werd gemeld was het Balloërveld. Dan heb je nog het Boswitje waarvan er tamelijk veel meldingen waren. Trouwens niet van hier, maar vooral uit het zuiden van het land. Niet gek, want daar heeft dit fraaie, ranke vlindertje inmiddels een vaste plek veroverd. Dat gold ook voor het Resedawitje waarvan de situatie nu onduidelijk is. Wel weet ik dat ze regelmatig uit het noorden en oosten van ons land worden gemeld, maar dat betreft waarschijnlijk het  Oostelijk resedawitje die hier regelmatig verzeild schijnt te geraken. Vanwege de sterke gelijkenis met het ’gewone’ Resedawitje wordt deze dan niet als zodanig herkend.

Een echte beauty  is  het Groot geaderd witje (zie foto van Wil Folkers). Die heb ik wel regelmatig gezien, maar dat was niet hier. Vroeger kwam deze vlinder nog als standvlinder in Nederland voor, maar dat is alweer een tijdje geleden. Het is nu meer een zwerver die af en toe is te zien. Er is trouwens ook een Groot koolwitje en daarnaast nog een vracht aan andere witjes. Ik ken mensen die er een vakantie in het buitenland aan wijden. Aan vlinders dus en dan niet alleen aan witjes. Overigens hoorde ik een kennis het lyrisch hebben over een ander Oranjetipje dan de onze. Daar zijn er meerdere van. Nog lyrischer was hij over het aanschouwen van Cleopatra en daar keek ik echt van op, want daarbij denk je niet direct aan een vlinder, maar hij wel. Die lijkt iets op onze Citroenvlinder, maar heeft oranje in de voorvleugel. Ik heb het dan wel over de mannetjes. Deze vlinder komt voor in Zuid-Europa, maar in de periode dat ik daar in het voorjaar was heb ik maar weinig vlinders gezien en daar was deze Cleopatra sowieso niet bij. Overigens is vlinderen een leuke hobby waarover Wil Folkers (lid van de Vlinderwerkgroep) een tijdje geleden een presentatie verzorgde. Toen werden er zoveel vlinders genoemd dat ik de tel kwijt raakte.

Misschien is het maar goed ook dat er niet al te veel van die bijzondere vlinders hier zijn te zien. Alleen al van de Kolibrievlinder kreeg ik eerder al heel veel meldingen en nu weer. Hoewel niet echt een grote zeldzaamheid, is dat kennelijk echt een aansprekende soort en daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Cobi Olijve, ze woont in Willemstad bij Marum, stuurde me zelfs een filmpje waarop een Kolibrievlinder was te zien. Op zich was dat niet echt opmerkelijk, maar wel haar verhaal dat ze bij hun huis maar liefst vijf exemplaren tegelijk op de vlinderstruik zagen. Dat is echt onwijs veel. Jammer genoeg was daar geen filmpje van. Ook Henk Schiltkamp zag hem in zijn tuin. Hij woont bij Tolbert, maar dan aan de andere kant van de A7 aan het Schilligepad. Ook de fam. De Boer meldde er één, maar mevrouw vertelde er wel bij dat het niet thuis aan de Pastoor Hoppelaan in Tolbert was, maar ergens bij een winkel in het centrum van Leek. Gerrie de Winter woonde eerst in de Richterlaan in Leek en nu in een appartement (De Vaandrager) op de bovenste verdieping. Op beide plekken werd de Kolibrievlinder gezien, dus laag en hoog. Bijzonder was op een dag de komst van een witte Pauw op het dak van het appartement. De vogel was ontsnapt uit Nienoord. Eerst werd het dier bijgevoerd om na zijn omzwervingen aan te sterken en toen hij na een tijdje helemaal gewend was aan mensen is hij opgehaald en is nu weer opnieuw te bewonderen op Nienoord.