Vluchtelingenproblematiek in toneelstuk voor scholen Noordenveld

NOORDENVELD- Van maandag  25 tot en met vrijdag 29 september speelt de toneelgroep Vest uit Den Haag  op de scholen voor de kinderen uit groep 7 en 8 de voorstelling Lipland over het thema “Vluchteling”. Dit is onderdeel van het Cultuurmenu van CEN (Cultuur Educatie Noordenveld) en wordt als nabrander van het afgelopen themajaar “Grenzeloos Naoberschap”, Jaar van de Vluchteling, aangeboden door de gemeente Noordenveld.

De voorstelling is gericht op kinderen in de leeftijd van 10-13 jaar en wil hen op een laagdrempelige en lichtvoetige manier in aanraking te brengen met het thema “Vluchteling”.  Daarna wordt de voorstelling met de kinderen besproken en krijgen zij de gelegenheid vragen te stellen. Het is de bedoeling  om zoveel mogelijk ex-vluchtelingen en vrijwilligers van Vluchtelingenwerk uit Noordenveld erbij te betrekken.

Jos Huizinga is als wethouder verantwoordelijk voor de integratie van nieuwkomers in Noordenveld en vertelt: ‘Ik ben blij dat we de voorstelling alsnog kunnen aanbieden. Het geeft ook wel een beetje aan dat we eigenlijk helemaal nog niet klaar zijn met het Jaar van de Vluchteling.  Nieuwkomers (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) moeten nu thuisraken in de Noordenveldse samenleving, een netwerk opbouwen en daarmee hun kansen op het vinden van een opleiding, stage en/of (vrijwilligers)werk vergroten. Daar moeten we ze bij helpen.’

‘Met een stevig mandaat van de gemeenteraad gaan we dat nu onder de naam GO! Noordenveld organiseren. Dit gaan we doen door de nieuwe inwoners in contact te brengen. In een programma van 15 maanden brengen we de talenten in beeld, bevorderen we taalvaardigheid en andere vaardigheden waardoor kansen voor de nieuwe inwoners vergroot worden. Ik ben ervan overtuigd dat we de kans op succes vergroten wanneer we bereid zijn elkaar te ontmoeten en geïnformeerd te raken. Ontmoeting en informeren zijn daarom wat mij betreft twee rode draden. Kortom, we gaan met GO! (Gewoon Ontmoeten) Noordenveld door daar waar we met Grenzeloos Naoberschap waren gebleven.’