Vroege lente

Begin vorige week zag ik ze plotseling staan, bloeiende krokussen en sneeuwklokjes. Goedbeschouwd zit je er helemaal nog niet op te wachten, maar het weer is er naar. Eigenlijk heb ik het liefst in deze tijd van het jaar, het mag ook wel vroeger, een langere vorstperiode. Ook weer niet te lang, maar lang en streng genoeg om bijvoorbeeld perspectief te bieden op een Elfstedentocht. Helaas wordt de kans daarop kleiner en kleiner.

U weet dat wij allen met elkaar schuldig zijn aan het opwarmen van het klimaat. De één meer dan een ander, dat wel. De ongebreidelde bevolkingstoename (wereldwijd) en het opsouperen van fossiele brandstof zijn de hoofdoorzaken. Het heeft o.a. tot gevolg dat het ijs op de Noordpool aan het wegsmelten is waardoor ook nog eens een versnellend effect ontstaat. Waar de mens schuldig is aan deze opwarming kan hij er ook iets aan doen om het weer teniet te doen. In theorie welteverstaan. Er is namelijk een effectieve manier om het tij te keren zeggen Amerikaanse geleerden. Daartoe moet 10% van het zee-ijs tijdens de arctische winter worden bewaterd. Daarvoor zijn een miljoen door windenergie aangedreven waterpompen nodig die het water onder het ijs oppompen. Bij -35 tot -40º C bevriest dat direct en zo zou je het ijs met een dikte van een meter kunnen laten groeien, waarvan een groot gedeelte (maar lang niet alles) in de arctische zomer weer smelt. Effectiever is het om tien miljoen pompen te plaatsen, want dan kan 100% van het zee-ijs worden bewaterd. Dat kost een slordige 500 miljard dollar per jaar, maar dan creëer je op den duur wel een situatie die overeenkomt met die van ca. 15 jaar geleden. In de praktijk zal het op nogal wat problemen stuiten, want wie gaat dit betalen. En waar zet je die pompen neer als je weet dat het ijsoppervlak afneemt van (nu) 13,38 miljoen km² in de winter tot 4,14 miljoen km² in de zomer. Op dat laatste stukje lijkt me en dan heb je er eerst minder pompen nodig. Bedenk hierbij dat er in theorie geen verschil is tussen theorie en praktijk, maar in de praktijk wel.

Iets anders, maar het sluit wel op de winter aan: In 1950 werd in Nederland het eerste broedgeval van de Turkse tortel geregistreerd. Deze soort is via de Balkan (vanaf 1900) op eigen kracht hiernaartoe gekomen. De populatie nam razendsnel toe tot misschien wel 150.000 paartjes, maar klapte in de jaren tachtig in tot pakweg 60.000 broedparen. Daarna ontwikkelde zich een stabiele populatie van ongeveer 100.000 paartjes. Hun succes schuilt in de snelle vermeerdering. Ze kunnen tot wel vijf broedsels per jaar produceren. Per keer leggen ze twee eieren op een slordig matje dat een nest moet voorstellen. Veel broedsels mislukken, waarna ze opnieuw beginnen. Meestal vangt het broeden aan in maart, maar nu betrapte Trienke Tijseling vorige week al een verliefd stelletje. Een heel scala aan verleidingskunsten werd daarbij gebruikt en het leek er zelfs op dat er werd getongzoend. Natuurlijk mondde deze vrijpartij uit in een paring waarbij het vrouwtje zich wel zeer ontvankelijk toonde. Vanwege de jonge lezertjes onder ons laat ik daarvan geen foto zien, maar wel één van iets daarvoor. Jonge vogels die vroeg in het jaar succesvol worden grootgebracht kunnen later in hetzelfde jaar ook jongen op de wereld zetten. Ondanks veel uitval blijft de populatie daardoor in stand. De Turkse tortel is een echte cultuurvolger die je nooit verder dan een kilometer van mensen aantreft.

 

Andere duiven kwamen vorige week op een sneue wijze in de Krant aan bod. Duivenmelker Pierre Berghuis verloor maar liefst 48 duiven aan een Steenmarter. Die heeft tijdens zijn nachtelijke activiteit een berg werk verzet! Pierre was er helemaal kapot van en meldde dat hij op deze manier zijn hobby niet kan blijven uitoefenen. Dat kan hij natuurlijk wel door ervoor te zorgen dat rovers zoals de Steenmarter niet binnen kunnen dringen. Ergens heeft hij dus zijn dieren niet adequaat genoeg beschermd. Pierre heeft het ook nog over de Kieviten bij hem in de buurt die ”door toedoen van de vele roofvogels vrijwel volledig zijn verdwenen en dat ligt niet aan de boeren, want die tasten hun habitat niet aan”. Met deze bewering vliegt Pierre gierend uit de bocht, maar zo langzamerhand weet ik dat in onze contreien een groep(je) mensen is die de realiteit niet onder ogen wil zien.